Hoofdstuk 38

3.5K 320 75


Nadat Genesis een uur had gehuild in haar slaapkamer, waren haar tranen plots op. Het hels verdriet dat ze had gevoeld, maakte langzaamaan plaats voor een leeg gevoel in haar borst. Ze miste Syren, dat zeker, maar er was iets in haar gedachten dat haar zei dat het verlies niet zo groot was. Alsof de woorden van haar vrienden waarheid waren en ze ontsnapt was aan een vreselijk lot.

Hoe voel je je? Dat was Lupen, die al een half uur naast haar had gelegen, zijn kop op haar schoot. Zijn rustige ademhaling maakte haar rustig en Genesis streelde zwijgend zijn kop, liet de haartjes tussen haar vingers doorglijden en zuchtte. Ik weet het niet.

Verdriet is een rouwproces van het hart, maar het lichaam raakt evengoed beschadigd. Geef het de tijd. Waar de tranen niet meer kunnen helen, zal de tijd raad weten.

Wijze woorden, zei Genesis nadenkend. Maar ze kon zich er niet in vinden. Ze voelde geen verdriet meer, alleen maar leegte. Alsof iets waarvan ze enorm veel had gehouden plots was verdwenen en ze niet meer wist wat dat juist was, waardoor ze het ook niet echt kon missen. Op de één of andere manier doet het besef geen pijn meer, Lupen. In plaats van verdriet, ervaar ik leegte in mijn doen en denken. Mijn lichaam voelt onverschillig, evenals mijn gedachten.

De wolf richtte zijn gouden ogen tot haar en daarin herkende Genesis duizenden gedachten en emoties. Hij was oud, enorm oud, veel ouder en wijzer dan zij. Dat is goed. Je mag je niet laten kisten door de man en zijn begeerte. Je moet een sterke vrouw zijn met een krachtig lichaam en een wijs hard. Alleen zij die al veel hebben geleden, zullen sterker zijn, komen uit het verdriet en vechten verder. En jij, Genesis, jij bent een vechter.

Mijn moeder waarschuwde me lang geleden al voor mannen met macht, bekende ze. En niet alleen voor dat. Ze drukte me op het hart dat ik mijn eigen leven moest leren lijden en dat ik een onafhankelijke vrouw zou worden.

In Lupens ogen glom trots op en hij boog zijn kop, bracht zijn snuit dichter en gaf haar een stevige, schurende lik over haar wang met zijn schurende tong. Glimlachend duwde Genesis hem weg en mompelde iets, waarna ze zuchtend achterover leunde in de kussens en haar ogen sloot.

Zo met Lupen voelde ze zich veilig en beschermd, een gevoel dat ze niet kwijt wilde. Hij was veel voor haar gaan betekenen, voelde aan als een vriend en zonder hem zou ze zichzelf geen raad meer weten. Ze streelde loom zijn vacht en zei: Waarom mij?

De wolf antwoordde niet. Zijn ademhaling versnelde lichtjes. Genesis opende haar ogen een stukje en merkte dat hij haar strak zat aan te staren, zijn gouden ogen fel als twee zonnen aan de hemel. Omdat jij mij nodig had.

Maar waarom mij? Van iedereen?

Omdat jij het waard bent.

---

Een paar uur later liep Genesis samen met Lupen naar de eetzaal aan de inkomsthal. De gangen waren volgehangen met gouden linten, samen met de kleur rood. Erop waren borduursels aangebracht die de verschillende Gaven weergaven en weerkaatsten in het gelige licht van de vlammen. Om de sfeer nog feestelijker te maken, waren overal kandelaars neergezet en verspreidde het licht zich eindeloos door de gangen waardoor geen enkel plekje nog duisternis bevatte. Een paar Florameesters hadden prachtige rode en witte rozen doen opbloeien in het gebouw die hun weg vonden doorheen de leslokalen en opsprongen tegen de ramen, als een net van geurige planten.

De gangen waren drukbevolkt, volgepakt met leerlingen die opgewonden conversaties hielden en wilde gebaren met hun handen maakten. Stelletjes hadden zich teruggetrokken achter kasten of banken en de dieren van de Faunameesters, aangestoken door hun meesters, liepen onophoudelijk rond, schooiend voor voedsel.

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!