Hoofdstuk 16

4.2K 368 97

Ze reden zowaar de hele dag. Genesis was doodsbang dat Arox achter hen zou verschijnen en ze spoorde Nebula genadeloos aan. Solum en Syren reden voor hen uit, soms even vertragen om de omgeving te onderzoeken, maar bij het minste teken van onraad gingen ze er alweer vandoor. Het pakpaard hield hen ternauwernood bij, maar Genesis wist dat het beestje dit tempo niet langer zou kunnen volhouden. Het paard zweette en hijgde en zijn ogen stonden dof en donker van wanhoop en vermoeidheid. Zelfs de twee getrainde paarden leken er moeite mee te hebben om door te gaan, want Nebula hield om de zoveel tijd halt waardoor Genesis bijna uit het zadel werd geworpen.

Het was tegen de vooravond toen Syren Solum tot een draf liet vertragen. Genesis reed naar hem toe, haar handen waren opengereten door de teugels en haar benen waren stijf van de uren in het zadel zonder enig moment van rust. Hijgend keek ze hem aan. 'Ik ben kapot.'

'Ik weet het,' zei hij zacht. Zijn stem klonk onvast en schurend, alsof hij al dagen niet meer had gesproken. 'Maar we moeten door.'

'Ik kan niet meer.' Genesis veegde wat zweet van haar voorhoofd en kreunde vermoeid. 'En niet alleen ik; kijk naar de paarden! Ze zijn zo goed als dood.'

Syren kreeg een verdrietige frons op zijn gezicht. 'Het is overleven of gedood worden, Genesis. Niets zal die premiejagers stoppen. Niet zolang Arox hen leidt.'

'Maar...'

'We moeten, Genesis!' snauwde hij plots en ze kromp ineen. 'We moeten verder. We kunnen ons geen zwakte permitteren! Wie niet mee kan, valt af. Zo is het leven. Zo is de oorlog!'

Verbijsterd staarde ze hem aan, knipperde met haar ogen en probeerde de opkomende woede in haar keel en aderen te verdringen. Deze woorden, dit gedrag, was niets voor Syren. Hij was een zachtaardige, meevoelende en geduldige jongen. Niet het monster dat voor haar neus stond met gloeiende ogen van woede en een krankzinnige uitdrukking op zijn gezicht. Deze gebeurtenis en het Begaafd zijn, begon hen nu al aan te tasten. Het was als een sluipende ziekte, of een parastiet.

'Luister naar me,' deelde hij verhit mee. 'Als we nu niet gaan, komen we nooit op tijd aan bij de school voor de Elite en ik wil niet dood.'

'Wie zegt dat ze ons vermoorden?'

In Syrens ogen begon een fel vuur te gloeien en Genesis kromp ineen. Zijn blik was dodelijk kil. 'Dus?'

'Goed,' zei ze. 'We gaan.'

Syren knikte met een uitgemeten kalmte. Genesis klopte Nebula voorzichtig op de hals, hoopte dat de merrie deze moordende tocht nog een paar uur zou kunnen uithouden en ademde diep in en uit om zichzelf gerust te stellen.

Solum werd aangespoord en de hengst schoot er vandoor. Met een steek van medeleven duwde Genesis haar hakken in Nebula's flanken en de merrie rende achter hen aan. Ze voelde dat het pakpaard dit niet zou kunnen volhouden, maar durfde niets meer tegen Syren te zeggen. De blik in zijn ogen had haar beangstigd en ze wist niet waarom, maar iets zei haar dat stilte nu de beste remedie was.

---

Ze reden tot de zon langs de boomtoppen schurkte en het pad goud verlicht werd. Een paar eenzame kraaien volgden hun tocht met zwarte kraaloogjes. Het pakpaard strompelde verdoofd mee, de hoeven pijnlijk gebarsten en schuim op de lippen. Zelfs Solum, de stoere hengst, had de oren plat in de nek gelegd en zijn ogen stonden donker van afschuw en vermoeidheid. Genesis had geen idee waar ze waren en wanneer Syren een schuilplaats zou vinden waardoor de wanhoop toesloeg. Ze wilde huilen en schreeuwen, maar nog steeds had ze de kracht niet gevonden om Syren wakker te schudden.

Het kwam dan ook als een verassing toen ze verschillende handelswegen zag opdoemen aan weerszijden van het kleine paadje dat ze volgden. Ondanks het late uren reden er nog verscheidene karren langs en een paar mannen riepen naar hen, zich afvragend wat er met dit stel verfomfaaide tieners was gebeurd.

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!