Hoofdstuk 24

4.1K 373 313

De volgende dag bleven Lupens beweringen door haar hoofd spoken en merkte ze op dat ze onbewust Syrens gedrag observeerde. Gelukkig leek de jongen er weinig van te merken tijdens de lessen en deed hij – zoals altijd – volkomen normaal. Ze leerden meer over de geschiedenis van Terra en het ontstaan van de eerste Begaafden – iets wat Genesis ontiegelijk fascineerde.

'De verschillende draken beheersen dus allemaal een element,' zei Jayvë terwijl hij voor de klas heen en weer liep en gebaren maakte met zijn handen. 'Het zijn de steunpilaren van Terra, zou je kunnen zeggen. Als zij wegvallen, vallen ook de Gaven weg. De elfen hebben deze kracht niet nodig omdat zij in direct contact staan met de natuur, zonder de draken zou hun magie weliswaar verzwakken, maar niet verdwijnen. De halfelfen waren de eerste die krachten ontwikkelden zoals de elfen door de kruising. Zij begonnen meteen met het beschermen van deze draken zodat ze hun Gaven zeker niet kwijt zouden raken, omdat zij deze machtige wezens wél nodig hadden.'

'Maar waarom zijn er nu geen halfelfen meer?' vroeg Genesis fronsend. Jayvë keek haar glimlachend aan. 'O, die zijn er wel, maar ik geloof dat de meeste zich verbergen. Ze hebben het uiterlijk van een mens, maar de schoonheid en de krachten van een elf. Zij zijn vaak de enige Begaafden die meerdere Gaven ontwikkelen. Dan spreek ik niet over één of twee, maar soms tot vijf of zes.'

De leerlingen hapten naar adem. 'Zes?' riep Bliss en ze keek een beetje onzeker naar haar handen. Jayvë knikte met een blik vol ontzag. 'Ja, zes, al gebeurt dat niet zo vaak.'

'Stam ik dan meer af van de eerste halfelfen?' Dit was Aster, die zijn borst rechtte. 'Want ik heb meerdere Gaven, en Genesis ook.'

'Dat weet ik niet,' bekende hun docent. 'De Gave zit gewoon meer in je bloed.'

'Waarom zijn er nog halfelfen?' Genesis negeerde Asters woorden, bang om plots als speciaal bestempeld te worden en boog zich naar voren. 'Ik bedoel, leven zij dan even lang als de elfen?'

Jayvë leunde peinzend tegen het bord en keek de kinderen om hem heen stuk voor stuk even aan. Vooral Syren leek zijn volle aandacht te genieten. 'Sommige halfelfen,' begon de man uiteindelijk, 'bleken Tijdmeesters te zijn. Op zich is die Gave al héél zeldzaam, maar wegens de extra kracht die zij bij zich droegen, hadden velen van hen deze toch. Halfelfen zijn dan misschien krachtig en mooier dan enig mens, toch hadden zij niet het eeuwige leven. Elfen hebben dat ook niet, dat weten we, maar voor hen is honderd jaar jong.'

Bliss keek jaloers en snoof.

'De enige halfelfen die nu nog leven, zijn de Tijdmeesters.'

Er viel een lange stilte. Nu pas begreep Genesis echt hoe speciaal die Gave wel niet was. Ze konden niet alleen de tijd stilzetten op een moment, maar evengoed op zichzelf. Misschien bestond het eeuwige leven dus toch, alleen niet zoals men verwacht had.

'Waarom zijn er nu geen nieuwe halfelfen meer?' vroeg de vriendin van Bliss. Genesis was achter haar naam gekomen: Ember. Iedereen kreunde. 'Dat heeft Jayvë al eens verteld,' sneerde Syren.

Het meisje werd rood als een tomaat en Bliss gaf haar een trap onder de tafel, waarschijnlijk kokend van woede en schaamte. Gelukkig leek hun docent de vraag niet dom te vinden, maar net interessant en hij maande de klas tot stilte. 'Het is wél een goede vraag,' zei hij. 'Ik heb inderdaad aan jullie verteld dat mens en elf uiteindelijk uit elkaar besloten te gaan, wegens hun verschillende visie op de werkelijkheid.'

'En die visie is?'

'Elfen geloven dat de natuur ons verbindt met alles wat leeft. Zij doen niet zomaar aan oorlog of onnuttig geweld, maar laten de aarde beslissen over hun doen en laten. Mensen, daarentegen, willen macht. Dat was ook de reden waarom vele mensen zich vermengden met hen. Niet uit liefde, maar om een krachtig en getalenteerd nageslacht voort te brengen.'

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!