Hoofdstuk 30

3.5K 369 99

Na haar gesprek met de rector en zijn officiers liep Genesis regelrecht naar de ziekenzaal. In een ingeving wilde ze Duvall plots doodgraag bezoeken om hem te bedanken voor de insigne en zijn vertrouwen in haar. En, moest ze toegeven, ze wilde hem ook gewoon zien om na te kijken of alles goed met hem ging.

Dus Genesis liep door de gangen en stak haar borst trots vooruit. Onderweg drong de stem van Lupen binnen in haar hoofd en ze vertelde hem alles over haar gesprek en de roos die ze had gekregen – als teken van moed. De wolf was enthousiast en leek trots op haar, want zijn stem had een warme ondertoon die Genesis deed opleven.

Ik ga langs Duvall, zei ze. Wil je anders meekomen?

Ik ben aan het jagen, maar ik zal me zo snel mogelijk bij je voegen. Op dit moment zie ik een jonge reebok staan, de kleine hoorns als doorns, de kop trots geheven. Zijn zwarte ogen lijken diepe poelen van wijsheid, maar ik weet dat mijn klauwen zijn vacht aan stukken kunnen rijten nog voor hij ook maar een kreet kan slaken.

Zijn relaas deed Genesis verstarren. Waarom vertel je me dit?

Omdat het dier een waardig tegenstander is, Genesis, net als de Daemonen. Wat ik nu zal doen is onschuldig leven nemen, maar niet verspillen. Net als Duvall Marcus leven heeft opgeofferd, zal deze reebok een bron van voedsel voor mij zijn. Duvall heeft die jongen niet verspilt, Genesis. Denk daaraan.

Ze snoof. Hij was te jong.

Dat is deze bok evengoed, maar hij zal zijn kracht en moed aan mij doorgeven. Het is niet voorspelt. Zijn offer zal goed gebruikt worden.

Daar moest ze even over nadenken en toen ze opnieuw met Lupen wilde praten, merkte ze dat hij er met zijn hoofd niet bij was. Daarom liep Genesis maar door, onderweg nog denkend aan zijn woorden. Misschien had de wolf wel gelijk; in een oorlog moesten offers gebracht worden om te winnen. Zwakkere overleefden hier niet en moesten bescherm worden door de sterkeren. Nu pas snapte Genesis waarom Duvall Marcus had opgeofferd en snapte ze ook dat de jongen dit zelf had gewild, om de Begaafden te helpen en niet de Daemonen.

Goed zo, klonk plots de stem van Lupen en Genesis slaakte een kreetje van schrik. Ze hapte naar adem en vloekte luid in haar hoofd. Ik dacht dat jij was gaan jagen?

Ben ik ook, maar de jacht is nu voorbij. Mijn prooi heb ik gevangen en gedood. Hij was sterk, dat moet ik de reebok nageven, maar nu zal zijn kracht de mijne worden.

Nou, mooi.

Lupen lachte in haar hoofd – wat een vreemd gekef was – en verbrak het contact. Zuchtend bereikte Genesis even later de ziekenzaal en keek naar binnen, verwachtend om een drukte van jewelste rond Duvalls bed te zien, maar er was niemand te bekennen. Onzeker liep ze de zaal in, goed om zich heen kijkend naar zijn bekende gestalte. De meeste bedden waren leeg. Achteraan lag een meisje met grote, rode puisten op haar gezicht waar pus uitkwam en Genesis kneep snel haar neus dicht om de walgelijke stank buiten te bannen. Ook Ember was er nog, maar haar haren waren al een beetje terug gegroeid en vormden nu een wilde bos boven op haar hoofd. Ze sliep.

Genesis liep door, maar zag Duvall nergens. Hadden ze haar voorgelogen en was hij wél overleden? Fronsend begaf ze zich naar de uitgang en zag één van de Helers langskomen. De man droeg een lang, wit gewaad en prevelde onverstaanbare woorden. Genesis hield hem staande. 'Meneer?'

De Heler keek haar verbaast aan. 'Ja, wat is er meisje?'

Genesis friemelde nogal onzeker aan haar gewaad. 'Wel, ik vroeg me af waar heer Duvall is, omdat hij gewond was na het voorval in de torenkamer.'

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!