Hoofdstuk 40

3.2K 328 99

Even viel er een stilte. Niemand verroerde zich, iedereen staarde gebiologeerd naar de koning. De man had zijn handen rond de pijl gevouwen, zijn mond geopend in een geluidloze kreet en even leek het erop dat hij het wapen uit zijn borst ging trekken. Toen puilden zijn ogen uit en begon een golf van bloed tussen zijn vingers door te sijpelen. Met een laatste blik op zijn leger van Begaafden – leger van verraders – zakte de koning van Terra in elkaar.

En met zijn val, barstte de hel los. Ergens vanuit de menigte klonk een kreet. 'Soms is de dood de enige genade die u allen nog verdient. Daemonen aan de macht!'

Een golf, een trilling van angst, schoot door de menigte. Ergens in de verte zag Genesis de jongen met de boog. De jongen die de koning had vermoord. Hij had een vurige gloed in zijn ogen en zijn gezicht straalde. De boog hield hij omhoog, terwijl hij uitgelaten lachte en begon te schreeuwen. Het volgende moment klonk er van achter hem een zwiepend geluid en boorde een andere pijl zich recht in zijn borst.

Even staarde de jongen ernaar, toen begon hij krankzinnig te lachen en schreeuwde luid, waarbij een gulp van bloed zijn mond verliet: 'Heil de Daemonen! Heil de Opper-Daemon!'

Met die woorden, viel hij voorover.

Het volgende moment klonken er verschrikte kreten door de hele menigte. Leerlingen besprongen elkaar. Mensen gilden van angst. Genesis zat verstijfd op Nebula terwijl ze zag hoe een jongen die ze vaag van gezicht kende zich met bloedstollende kreten op Aster stortte en van zijn paard duwde. De jongens begonnen verwoed te vechten.

Chaos nam de stoet over en overal begonnen leerlingen met elkaar te vechten. Evenals soldaten. De docenten staarden er met grote ogen naar, niet-begrijpend wat er gebeurde. Toen brulde de ontzagwekkende stem van Duvall en bevel en stortten ook zij zich in het strijdgewoel.

Een zwaar gewicht botste tegen Genesis op en ze werd bijna uit het zadel geworpen. Een leerling die ze herkende als Darkmer, stortte zich op haar. Met een kreet van angst probeerde Genesis weg te duiken op het zadel en klampte zich aan de zadelknop vast doen Nebula luid hinnikend begon te steigeren. De merrie trapte met haar hoeven, in de hoop de jongen te raken, maar hij dook soepel opzij en strekte zijn hand. Een vlam schoot op en hij vormde een bal van vuur, die hij recht naar Nebula gooide. De vlammen raakten de schouder van de merrie en ze slaakte een onaardse, jammerde kreet. Genesis werd uit het zadel geworpen toen het paard bokte en steigerde door de pijn en belandde met een klap op de grond. Ze wist net op tijd opzij te rollen om de trappende hoeven van de merrie te ontwijken toen Nebula vluchtte, onder het slaken van hartverscheurende kreten die Genesis nog nooit eerder had gehoord bij een paard.

Veel tijd had ze niet om te kalmeren, want het volgende moment landde een nieuwe bal van vuur naast haar hand. Met een kreet trok Genesis zich terug en kwam overeind. Om haar heen heerste chaos. Overal klonken kreten van pijn, spatte bloed de lucht in en vielen leerlingen bij bosjes neer.

'Kom op!' schreeuwde Darkmer. 'Ik verwachtte dat jij, het meisje dat Duvall redde, wel wat meer in huis zou hebben!'

Zijn woorden vervulden haar met woede en Genesis keek omhoog. Het was een mooie dag – niet bewolkt – maar ze liet haar geest door de lucht glijden tot ze op een massieve wolkenmassa stuitte. Tot haar verbazing hoefde ze nauwelijks druk te zetten om hen hier heen te krijgen, wat betekende dat andere Weermeesters hetzelfde doel voor ogen hadden. Samenwerken. Ja, dat moest ze doen. 'Er is veel dat je nog niet van me weet,' zei ze kalm tegen Darkmer. 'En veel dat je liever niet wilt weten.'

Hij fronste zijn wenkbrauwen, onbegrijpend, maar beitelde toen een vlijmscherpe grijns op zijn lippen. Genesis keek vol afschuw toe hoe hij een muur van vuur liet oprijzen uit de grond en de vlammen tot een kring vormde, zodat ze afgezonderd raakten van de rest. 'Zo'. Darkmer lachte kakelend. 'Nu hoeft niemand ons te storen!'

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!