Hoofdstuk 36

3.3K 326 130

Ze probeerde haar paniek onder controle te krijgen terwijl de grond genadeloos op haar af kwam gevlogen. Haar haren wapperden wild in de wind, evenals haar kleren en haar ogen prikten. Genesis wist dat er een kans bestond dat ze het niet zou halen – en eigenlijk was die heel erg groot – dus ze dacht steeds koortsachtiger na. Door het gesuis van de wind kon ze niet horen wat er beneden werd gezegd, maar ze voelde de knagende angst van Lupen als een drukkende wolk in de lucht hangen en besloot daaruit dat de iedereen blijkbaar onaangenaam verrast dat ze nog geen oplossing had verzonnen.

Een zacht, koerend geluid bereikte haar oren. Even was Genesis verward – want ze hoorde amper iets boven de wind uit – toen begreep ze dat het geluid in haar hoofd had geklonken. Een duif maakte contact met haar geest. Meisje!

Ja!

Luister terug naar de woorden van je docent. Vlieg.

Genesis wist – ondanks de wind – haar ogen een stukje te open en tuurde tussen de spleetjes door. Even zag ze niets en was de wereld een onvaste waas om haar heen, toen vond ze een zwarte vlek die naast haar meevloog. Het was één van de duiven die in de duiventillen op de school werd gehouden. Hij zweefde mee op de wind en keek haar met zijn donkere kraaloogjes intens aan.

Ze snapte het niet. Wat bedoelde hij nou? Ze kon helemaal niet vliegen! Ze had geen vleugels. Angstig pijnigde Genesis haar hersens en tuurde naar de duif. Hij zweefde mee.

Zweefde... Op de wind!

Een geweldig idee kwam in haar op. Genesis probeerde niet naar de grond te kijken – die nu al duizelingwekkend snel dichtbij leek te komen – en sloot haar ogen. Ze zocht naar haar Gave, greep hem beet en probeerde de wind te laten doen wat alleen zij wilde. Toen ze zich de onzichtbare handen voorstelde, lukte het om vat op de bries te krijgen en ze gaf een harde ruk met haar gedachten. Met een enorme zwaai schoot ze de lucht in, zwevend op de wind. Genesis juichte van blijdschap en opende haar ogen.

Ze zweefde boven de school, haar haren wapperend in de wind en een uitzinnige grijns verscheen op haar gezicht. Achter haar klonken de vleugelslagen van de duif die ze had geholpen en het beestje kwam naast haar vliegen, buitelend en wentelend in de wind.

Bedankt!

Je deed het zelf, antwoordde de vogel.

Grijnzend sterkte Genesis haar armen en schoot vooruit. De docenten waren kleine stipjes onder haar, evenals de bomen en struiken. Met een verrukte kreet maakte ze een salto en schoot als een pijl uit een boog naar de grond. Tijdens haar langgerekt duikvlucht naar beneden hoorde ze Lupens uitgelaten gehuil over de grasvlaktes galmen en haar borst zwol op van trots.

Met een ietwat mislukte landing raakte ze uiteindelijk de grond en liet de wind los. Haar lichaam was gevuld met adrenaline en plots leek het alsof de wereld aan haar voeten lag terwijl ze naar de docenten keek, die haar met geïnteresseerden blikken stonden op te nemen. Duvalls groene ogen glommen veelbetekenend en een flauwe grijs trok aan zijn mondhoek. 'Goed gedaan, Genesis,' zei hij zacht en ze bloosde diep.

Karon en Nimea knikten. De vrouw leek zichtbaar aangedaan door de goede prestaties van haar leerlinge. 'Je begreep wat ik bedoelde. Vliegen. Je moest de wind gebruiken om te leren vliegen en dat heb je gedaan. Ik ben trots op je.'

'Al dacht ik wel dat je 't niet ging halen,' zei Karon met bulderende stem en naast hem klopte Nikai hem op de schouder terwijl pretlichtjes glommen in zijn ogen. 'Nou, ik wel.'

'Godallemachtig.' Mompelend stak Karon zijn handen in zijn zakken en zocht verwoed naar iets. Uiteindelijk haalde hij een leren geldbuideltje boven en gaf het over aan Nikai. De docent grijnsde en stak het achter zijn riem, waarna hij Genesis een knipoog schonk. Ze glimlachte.

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!