Hoofdstuk 12

3.8K 358 87

Hoofdstuk 12 – Genesis

De volgende morgen pakte ze al vroeg hun spullen weer in. De zon scheen net boven de boomkruinen uit en spreidde een gouden gloed uit over het woud. In de bomen floten de eerste vogels naar de dagenraad en steeds meer dieren ontwaakten na hun verdiende nachtrust.

Genesis rolde de slaapzakken op terwijl Syren de andere spullen wegstopte in de zadeltassen en voor de zekerheid de stijfheid uit de benen van de paarden probeerde te masseren. Ze hadden niet echt ontbeten, enkel een paar bramen naar binnen gewerkt en een paar slokken uit hun drinkzakken genomen. Syren had besloten om zo snel mogelijk te vertrekken zodat ze voor het donker een schuilplaats zouden kunnen vinden.

Genesis maag rammelde terwijl ze overeind kwam en de slaapzakken achterop hun zadels vastgespte. De eerste dagen had ze het best spannend gevonden om samen met Syren en de paarden doorheen Terra te trekken, maar ze moest – tot haar frustraties – toegeven dat ze er nu wel genoeg van had. Het rijden deed nog steeds zeer aan haar achterste en ze voelde zich vies en moe omdat ze nog geen enkele keer een fatsoenlijk bad had kunnen nemen. Ze had haar haren wel in de stroompjes gewassen, maar miste zeep.

Syren daarentegen leek er – door zijn korte haar – weinig last van te hebben. Hij stak zijn hoofd zo nu en dan in een beekje en wanneer het droogde, zag Genesis er niets verkeerds aan.

'Kom je?' Het was dan ook zijn stem die haar uit haar overpeinzingen haalde en ze draaide zich geschrokken naar hem om. 'Ja, ben klaar.'

Syren gespte de laatste spullen vast bij het pakpaard, klopte zijn handen af en rekte zich kreunend uit, waarna hij naar haar toeliep. Even sloeg hij zijn armen om haar heen en Genesis liet het verbaasd over zich heenkomen. Ze moest toegeven dat ze steeds dichter naar elkaar toegroeiden.

De nachten waarbij ze samen in elkaars armen lagen, maakten het mooie plaatje af en om de één of andere reden, voelde dat goed en vertrouwd – alsof dit al jaren zo was.

Syren drukte haar tegen zijn borst en ze voelde hoe zijn lippen over haar voorhoofd gleden, waar ze bleven rusten. Genietend snoof Genesis zijn frisse geur open. Hij rook naar kampvuur en bos. De geur van rook en het scherpe aroma van sparren en dennen. Het was heerlijk.

'Straks zijn we voor altijd samen,' mompelde hij in haar oor en zijn adem was heet op haar huid. Genesis keek naar hem op, in zijn paarse ogen en glimlachte stralend. 'Ja,' zei ze. 'Voor altijd.'

Hij grijnsde en streelde een paar verdwaalde lokken weer achter haar oor. 'Het komt goed.'

Ze knikte. Syren boog zich naar haar toe en Genesis wist wat er komen ging. Haar hart maakte een wild, verdwaasd sprongetje tegen haar borst, als een jong vogeltje dat klaar is om zijn vleugels uit te slaan. Verwachtingsvol leunde ze naar voren, voelde zijn hete adem over haar huid glijden en sloot haar ogen, wachtend op de kus.

Die nooit zou komen.

Zware voetstappen en gekraak van takken verstoorden de stilte, rukten haar aan stukken en maakten plaats voor paniek. Genesis opende verdwaasd haar ogen, wilde iets zeggen, maar het volgende moment werd Syren ruw van haar weggerukt. Ze keek verbijsterd toe hoe een man in een pikzwart gewaad hem meesleurde.

Geschrokken opende Genesis haar mond om te schreeuwen, maar iemand drukte een hand tegen haar lippen. Ze snakte naar adem, zocht naar lucht en ademde diep in en uit door haar neus. De paniek brak haar uit en ze voelde zweet zich vormen op haar handpalmen en onder haar oksels. De hand van de man stonk naar schimmels en rook. Zijn huid voelde ruw en eeltig.

'Houd je koest,' fluisterde zijn stem in haar oor. Genesis' ogen schoten van links naar rechts, zoekend naar een uitweg, maar ze wist niet wat te doen. Syren werd door twee mannen neergedrukt op de grond en ze vouwden zijn handen op zijn rug. Iemand bond zijn polsen aan elkaar. Eén van hen sloeg hem op zijn hoofd en Genesis zag hoe Syrens paarse ogen wegrolden in hun kassen.

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!