Hoofdstuk 27

3K 343 124

'Bloed!' siste Genesis geschrokken. Ze keek Lupen onbegrijpend aan, maar tegelijk begon haar hart woest te bonken tegen haar borstkast en ze moest de neiging onderdrukken om er niet roekeloos vandoor te gaan. Het was al laat – de meeste leerlingen lagen al in bed – en de duisternis drukte tegen de ramen. Plots leek iedere schaduwplek vijandig.

'Waar, Lupen?'

De wolf richtte zijn kop en wees met zijn snuit. De linkervleugel. Genesis fronste. Daar waren de vergaderzalen en wapenkamers, niet speciaals. Behalve...

'O, nee!' Het kwam eruit als een jammerklacht en Lupen leek zich een hoedje te schrikken want hij sprong de lucht in, zijn grijze staart dik en pluizig. Genesis begon te rennen. 'Kom mee!' gilde ze.

Lupen schoot als een grijze schim achter haar aan. Genesis' hoofd begon te bonken. Naast de strategiekamers waren in de linkervleugel ook de slaapkamers van de hoge officiers, leraren en Duvall te vinden. Ze dacht aan haar droom, aan het beeld dat ze had gezien en wist dat ze niet fout zat. De moord zou gepleegd worden in de slaapkamer van Duvall en als ze het juist had, zou hij dat niet overleven.

Genesis voelde haar ongerustheid toenemen. Ze wilde niet dat er iets met hem gebeurde. Goed, hij was niet altijd even aardig en tegen haar was hij verwarrend en onduidelijk, maar ze moest toegeven dat ze ergens om hem gaf. Om nog maar te zwijgen over het feit dat hij haar had geholpen met haar Gave – de eerste dagen. Ze moest de dader voor zijn!

Het is gevaarlijk!

Dat was Lupen en hij klonk bezorgder dan ooit terwijl hij geruisloos met haar meeliep naar de linkervleugel. Plots leek die toch door de gangen eindeloos en Genesis wenste dat ze even snel en sierlijk als de wolf was.

Het gaat om Duvall. We moeten iets doen!

Kunnen we niet beter iemand inlichten?

Maar Genesis schudde meteen haar hoofd, zeker van haar keuze. Als ze nu naar iemand opzoek zouden gaan die hen kon helpen, was het hoogstwaarschijnlijk al te laat voor Duvall. Het zou tijdsverspilling zijn!

Lupen slaakte een diepe zucht, maar liep – trouw als altijd – achter haar aan doorheen de gangen. Gelukkig kende Genesis de weg nu op haar duimpje en wist ze waar de kamer van de Begaafde zich bevond – zeker na het akkefietje dat ze daar hadden gehad.

Toen ze aankwamen bij de lange wenteltrap draaide Genesis zich hijgend om en wierp Lupen een spijtige blik toe. 'Verdomme... Je kan niet mee.'

De wolf boog zijn kop en keek haar angstig aan. Ik kan je niet alleen laten.

Het zal niet anders gaan. Je kan die trappen niet oplopen, dus je zal hier op me moeten wachten. Of beter, haal versterking!

Lupen leek het niet fijn te vinden, maar de wolf wist net zo goed als haar dat er niets anders opzat. Als hij bleef, zou hij machteloos moeten afwachten. Als hij versterking haalde, zou hij voor hulp kunnen zorgen. Hij slaakte een overdreven zucht. Goed dan, maar wees voorzichtig. Ik ben zo snel mogelijk terug.

Genesis drukte een kus op zijn zachte kop en draaide zich om. Met ingehouden adem begonnen ze de treden te beklimmen, zich vastklampend aan het idee dat er niets zou gebeuren.

Tijdens de klim groeide haar ongerustheid. Als de dader nog in de kamer was, bestond er een kans dat ze hem zou tegenkomen tijdens haar tocht. Hij kon alleen langs de trappen naar beneden, of hij moest uit het raam springen en ze dacht niet dat ook maar iemand daarop stond te juichen.

Haar hand was glibberig op de leuning en haar ademhaling klonk te luid, evenals haar stappen op de stenen. Koortsachtig voelde ze aan haar riem, opzoek naar een wapen. Waarom had ze dat nooit bij? Ze moest echt meer leren over zelfverdediging en dacht aan de woorden van Duvall. Ik moet je beschermen. Nou, als hij dood bleek te zijn zou ze er alleen voor staan. Hopeloos en onhandig.

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!