Hoofdstuk 22

3.4K 351 214

Er viel een doodse stilte en Genesis voelde het bloed in een razend tempo naar haar wangen stijgen. Achter Duvall zag ze de rector, Karon en verschillende andere officiers naar binnen wandelen die hen kil aankeken. Genesis' hart sloeg een slag over toen ze opnieuw een pad van ijs aan Duvalls voeten zag ontstaat, zijn ogen waren zelfs nog killer. Hij was razend en had daar het volste recht toe. Haar handen begonnen steeds feller te trillen, dus ze duwde ze tegen haar been.

Duvall had nu het midden van de zaal bereikt en bleef staan terwijl hij diep in en uitademde. Wolkjes witte adem stegen op in de lucht door het dalen van de temperatuur. Alleen Watermeesters leken er geen last van te hebben en vanuit haar ooghoeken merkte Genesis Aster op die zijn handen tot een kommetje had gevouwen waardoor kleine vlammetjes tussen zijn vingers doorschoten.

'Syren en Genesis, wat heeft dit betekenen?' Hij sloeg zijn armen over elkaar en keek hen kil aan, wachtend op een antwoord. Genesis blikte naar Syren, maar die zei geen woord. Ze stond er dus alleen voor.

'We... We...'

'Ja?'

'Ik ben een Faunameester!' stootte ze uiteindelijk uit en in plaats van een verrukte kreet van Duvall te horen – wat ze verwacht had – bleef het akelig stil. Duvalls gezichtsuitdrukking veranderde niet, haast alsof het hem niets deed en tot Genesis' verbazing deed dat besef pijn. Woest verdrong ze dat gevoel en keek de jongen strak aan. 'Ik weet niet wat er gebeurde,' zei ze uiteindelijk en dacht aan Lupens woorden. 'Ik werd naar het woud gelokt en kwam daar Lupen tegen, de wolf.'

Lupen richtte zich op toen zijn naam genoemd werd, maar Duvall leek niet aangedaan. Zijn ogen stonden staalhard. 'Wat,' begon hij, 'wat gaf jou het recht om zonder toestemming het bos in te gaan?'

Genesis slikte, keek naar Syren. Die keek weg en staarde naar de neuzen van zijn zwarte laarzen. 'Duvall...'

'Niets!' Duvall verhief zijn stem. 'Niets gaf je het recht, jongedame! Het is een verboden plek. Dat wordt vanaf dag één aan je duidelijk gemaakt en daar is een goede reden voor!'

'Dat weet ik...'

'Niet omdat je dreigt te verdwalen, maar omdat er een kans bestaat dat je dood gaat,' siste de Begaafde met een stem die steeds hoger en gejaagder klonk. 'Wat dacht je in godsnaam? Je had geen enkel recht om daar naartoe te gaan. Hoe denk je verdomme dat ik had gereageerd als mij ter oren was gekomen dat je was vermoord door één of andere monster?'

Ze boog haar hoofd en begon te beven van angst en schuldgevoel. Duvall beende naar voren en ging recht voor hun neus staan. Zijn aura voelde ijskoud aan en verkilde Genesis tot op het bot. 'Jullie zijn weer over de schreef gegaan,' fluisterde hij onmenselijk zacht. 'Ik had jullie nog een kans gegeven, maar na vandaag zal ik moeten bespreken of die kans wel verdient is.'

Tranen sprongen Genesis in de ogen, maar ze beet hard op de binnenkant van haar wang en liet ze niet vallen. Dat ze zou ze hem niet gunnen en zeker Bliss niet, die stond op afstand met groot genoegen toe te kijken.

'Genesis,' zei Duvall met uiterst beheerste stem, 'jij komt nu met mij mee.'

Met een ruk keek ze op en haar hart klopte plots dubbel zo snel tegen haar borst. 'Wat? Waarom?'

'Daarom,' snauwde de Begaafde en hij kneep zijn groene ogen tot venijnige spleetjes. 'Of trek je mijn bevelen in twijfel?'

Ze schrok zichtbaar en schudde haar hoofd. 'Natuurlijk niet, mijnheer.'

'Goed.' Duvall schraapte zijn keel nogal onhandig en keek de omliggende menigte koeltjes aan. 'De rest van jullie kan gaan. Jayvë, jij zoekt een gepaste straf voor de jongen. De wolf komt met mij mee.'

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!