Hoofdstuk 26

3.4K 349 96

Iemand sloop door de gangen. Donkere schaduwen sprongen van de muren en de vloer en achtervolgden zijn behoedzame stappen doorheen de duisternis. De school was verlaten. De maan scheen kil en helder door de ramen naar binnen, verlichtte de schim die geluidloos voort schuifelde en zijn weg vond naar zijn doel.

Door een speling van het licht werd heel even - een paar cruciale seconden - de flakkering van staal in zijn handen zichtbaar. Hij ademde diep in en drukte het mes steviger tegen zich aan, zijn knokkels waren wit weggetrokken door zijn strakke greep.

Buiten huilde de wind en kraakten de takken. In het woud klonk gehuil van nachtelijke wezens. De schim dook weg, opgeschrokken door het minste geluid en keek ademloos toe hoe een stel lachende leerlingen - die eigenlijk in bed hoorden - voorbijliepen.

Hij zette zijn weg voort. Aangemoedigd door het besef dat er bloed zou gaan vloeien op deze eens zo vrolijke, lichte plek. Zijn voeten zette hij afgemeten neer, hopend dat geen enkel geluid zijn positie verraden zou. Zijn ademhaling klonk gelijkmatig en kalm - leek soms zelfs even te verdwijnen.

Onderzoekend gleed zijn blik rond en hij wachtte. Hij wachtte tot zelfs de docenten hun weg naar de slaapkamers hadden gevonden en de stilte neerdaalde over het massieve gebouw. Pas toen er niemand meer wakker bleek te zijn, liep de schim verder.

Zijn weg leidde naar de rechtervleugel van de school. Langs de vergaderzalen, strategiekamers en wapenruimten. Hij voelde de spanning stijgen, opwinding en adrenaline raasden als een drug door zijn aderen. Zijn huid tintelde verwachtingsvol. Hij grijnsde.

Uiteindelijk vond hij zijn weg naar de juiste kamer en even bleef hij staan dralen voor de donkere deur. Toen ademde hij diep in, sloot zijn ogen, ademde uit en opende ze weer.

Met geruisloze passen schoot hij de ruimte in en keek rond in de drukkende duisternis. Zijn vingers gleden koesterend over het handvat zijn wapen.

Zijn slachtoffer lag vredig en onwetend te slapen. De ogen gesloten, de mond een beetje open. Hij staarde even naar de man, verbijsterd dat zijn vijand plots zo onschuldig leek en vermande zichzelf.

Met wild bonzend hart van verwachting boog hij zich over de slaper heen en trok zijn mes. Zijn ogen glinsterden toen hij het wapen omlaag stootte en donker, warm bloed omhoog spoot als een rode fontein.


Met een schok kwam Genesis bij en schoot overeind. Haar hele lichaam voelde pijnlijk en veel te zwaar aan terwijl ze naar adem snakte en een hand tegen haar borst drukte. Een ijzige hand had haar maag vastgegrepen en in de knoop gelegd terwijl ze kotsmisselijk voorover boog en haar maaginhoud naar boven voelde komen. Ze kreunde en perste haar lippen stijf op elkaar. De beelden kwamen boven drijven. Geschrokken slaakte Genesis een jammerende kreet en keek paniekerig rond - wat ervoor zorgde dat ze nog misselijker werd . Waar was ze?

'Meisje, je moet wat slapen.'

Ze draaide haar hoofd en zag een vrouw in een wit pak aankomen. Ze duwde Genesis terug in de kussens en stopte haar onder. 'Het is niet gezond als je nu al gaat rechtop zitten. Je mag van geluk spreken dat de helers je wonden hebben kunnen genezen.'

'Wat? Wonden?'

'Meisje,' de verpleegster zuchtte, 'je bent uit de lucht gevallen. Dat was niet niks.'

Genesis keek haar verward aan, waarna het begon te dagen. Ze had een beeld zien voorbijkomen aan haar geest en was haar concentratie verloren. Ze kon zich niet eens meer herinneren dat ze de grond geraakt had.

NOX - De BegaafdenLees dit verhaal GRATIS!