~Deel 2, hoofdstuk 40.~

1.9K 108 199
                                    

--HET LAATSTE HOOFDSTUK.--

'Amara.' hoorde ik Owen nog een keer zeggen toen ik niet reageerde.

'Wat ben je van plan?' vroeg ik scherp. Hij was hier gekomen met Mara- en dat kon niet veel goeds betekenen.

Hij gluurde naar binnen via de smalle opening. 'Luister. We hebben geen slechte bedoelingen. We willen dingen alleen... op een rijtje zetten. Als we hebben gepraat, beloof ik dat we jullie alleen zullen laten. Goed?' 

Zuchtend wierp ik een blik naar achteren, waar Rafaël stond. Hij keek me fronsend aan maar knikte uiteindelijk. 'Laat ze maar binnen, denk ik.' mompelde hij.

Twijfelend opende ik de deur een stuk verder. Ik zag Mara achter Owen staan, haar blik op de grond gefocust. 'Kom binnen,' mompelde ik met tegenzin. Hij glimlachte ongemakkelijk naar me en stapte naar binnen. Mara volgde haar. 

Ik sloot de deur en liep naar de woonkamer toe. Uit mijn ooghoeken zag ik dat Owen Rafaël een rare blik gaf- waarschijnlijk door de kleding die hij aan had. Ik probeerde hard om niet te grijnzen. De twee, inclusief Mara, volgden me en ik gebaarde naar de bank. 'Neem plaats.' 

Nadat ze allemaal zaten, vouwde ik mijn armen over elkaar. 'Ik neem aan dat dit geen theekransje of dergelijk moet voorstellen, dus ik zal niet eens de moeite nemen om te vragen of jullie iets willen drinken. Kom op, zeg wat je wilt zeggen. Gooi het eruit.' 

'Goed.' Owen wreef zijn handen over elkaar en zuchtte diep. 'We zijn gekomen om onze excuses aan te bieden.' 

Ik kantelde mijn hoofd en keek hem aan met een blik vol ongeloof.

'Wij weten dat we voor heel veel problemen hebben gezorgd, Amara.' sprak Mara voor het eerst. 'En het spijt ons. Je bent nog steeds een deel van mij- maar toch ben je zo anders. Het spijt mij dat je zoveel hebt meegemaakt en je al die jaren geen flauw idee had wie je moest vertrouwen.' 

Owen begon weer te praten. 'Amara...' Hij keek me aan met een smekende en schuldige uitdrukking. 'Sorry dat ik je ooit begon lastig te vallen. Het spijt me dat ik altijd zo grof tegen je deed en... dat je gevoelens voor me had. Ik was wanhopig voor Mara en telkens toen ik jou zag, toen jij bij me in de buurt was, dacht ik dat je Mara was...' Hij dwaalde af en keek naar de grond.

'Alleen had ik het fout. Jij was -en bent- het goede deel van Mara. Je was totaal anders. Toen ik Mara weer ontmoette, merkte ik hoeveel je verschilde van haar. Ik merkte dat ik haar al die tijd had gemist- en dat ik geen... echte gevoelens had voor jou.' Hij slikte, pakte Mara's hand vast en vervlocht zijn vingers met die van haar.

'Het spijt me.' 

Op de een of andere manier voelde ik me niet gekwetst. 
Zijn woorden gaven me juist een gevoel van opluchting en rust.

Waarom?

'Maar ik weet dat ik me geen zorgen moet maken. Want je hebt Rafaël.' 

Mijn hoofd schoot omhoog en mijn ogen vonden die van Rafaël. Hij keek me aan met een blik die boekdelen sprak. Terwijl ik naar hem staarde, ging Owen verder met praten.

'Het was nooit mijn plan om jou en Mara weer één te maken... dat was een leugen. En Rafe... je hoeft je geen zorgen te maken over hem. Hij zal je alleen laten. Toen ik met het sprak, was hij een puinhoop. Wel heeft hij alles rechtgetrokken. Mara is nu vrij en kan alles doen wat ze wilt. Hij ziet ook in dat hij heel veel foute dingen heeft gedaan.'

Plotseling stond hij op. Keek me verdrietig aan.

'Hopelijk zal je ons vergeven... ooit. Al is dat niet vandaag, niet morgen... Weet dat het ons spijt.' 

Mara stond ook op.

'We zullen nu gaan.' mompelde ze, terwijl ze Owen volgde naar de gang.

'Wat?' fluisterde ik verward. Ik volgde ze en zag dat de voordeur wijd open stond. Ze hadden hun vleugels uitgeslagen en maakten zich klaar om te vertrekken.

'Ik wil vaarwel zeggen... maar ik denk dat we elkaar nog wel zullen zien.' zei Owen op luchtige toon, met zijn rug naar me toegedraaid. Hij draaide zijn hoofd, net genoeg om me te zien, en glimlachte breed. Oprecht.

'Adios, dan, Amara.' fluisterde hij voordat hij opsteeg, de donkere nacht in.

(A/N: *Jaani schreeuwt in de achtergrond adios met echo*)

Mara volgde hem nadat ze zwakjes naar me had gezwaaid.
Samen verdwenen ze, en ik keek toe tot ze zo ver weg waren dat ik ze niet meer zag.

'Wat?' fluisterde ik nog een keer voordat ik verward tegen de deur aanleunde en naar beneden zonk. Ik was verward. Hoe moest ik me voelen? Moest ik boos zijn? Moest ik ze vergeven? Of moest ik alles gewoon vergeten?

'Amara.' hoorde ik Rafaël voorzichtig zeggen. Hij hield me overeind en we liepen samen naar de woonkamer. 'Ben je oké?' vroeg hij. 'Heb je iets nodig?' 

'Ik... weet het niet. Ik weet niet hoe ik me moet voelen. Ik voel me een soort van... verdrietig. Ik heb geen idee, eigenlijk.' bekende ik.

'Oh. Ik weet al wat je nodig hebt.' Met fronsende wenkbrauwen keek ik hem aan. 'Een knuffel!' zei hij voordat hij zijn armen spontaan om me heen wikkelde. Verbaasd lachte ik en knuffelde hem terug. 'Dat was heel plots,' merkte ik op. Hij lachte schattig en kneep in mijn wang. 'Ik vind het gewoon veel beter wanneer je blij bent. Kom op, wees niet zo verdrietig. Kijk vrolijk. Ik ben hier nu dus je moet wel lachen.' 

Ik rolde mijn ogen en glimlachte breed voor hem.

'Ja. Precies zo.' fluisterde hij terwijl hij mijn haar uit mijn gezicht veegde. Ik bloosde.

'Laten we een belofte maken.' zei hij opeens met een serieuze blik en toon.

'Wat nou weer?' 

'Als jij belooft elke dag voor me te lachen, beloof ik dat ik er voor je zal zijn. Elke dag.' Hij keek me afwachtend aan. 'Stel je nou voor om samen te blijven?' Ik keek hem schuin aan.

'Misschien', antwoordde hij met een schouderophaal.

'Maar dat kan niet. Je bent een Engel, en ik een Demon. En bovendien moet je soms naar de Hemel toe', somde ik op.

'Wat maakt dat uit? Ik bedoel, niemand zal er bezwaar tegen hebben. We kunnen alles doen wat we willen zonder dat iemand erachter komt. En als iemand erachter komt, zal dat diegene toch niets boeien. En het is niet alsof ik dagenlang daarboven moet blijven,' hij wees met zijn wijsvinger naar boven, 'Dus, Amara. Wil je met en bij me blijven? Beloof je het?' 

'Je zal je belofte toch niet verbreken?' vroeg ik stilletjes. 

Hij schudde zijn hoofd. 'Ik ben een Engel, Amara. Ik neem beloftes serieus.'

Ik geloofde hem.
Ik vertrouwde hem.

Een paar secondes gingen voorbij.

'Ja,' zei ik uiteindelijk ademloos, 'Ja, Rafaël. Ik beloof het.' 

Hij haalde opgelucht adem, keek me vreugdevol aan en gaf me een oprechte glimlach.

'Dan beloof ik het ook, Amara.' 

--EINDE--


A/N: .....

Dus eh...

Dat was het dan.

Ik wil al mijn lezers bedanken. Bedankt dat jullie het tot hier hebben volgehouden. Bedankt dat jullie me ondersteunden met het schrijven. Jullie hebben me heel erg geholpen bij het schrijven van dit verhaal. 

En bedankt dat jullie telkens weer die "Amigos" probeerden te zeggen bij de "Adios".

Oh ja! Hier kan je de laatste keer vragen stellen voor de Q/A. Vraag maar raad, mijn kindjes.

(hierna komt nog de Q/A en de epiloog.)

En dan voor de een-na-laatste keer...

A~D~I~O~S

XxX Jaani.

Love y'all.

He's the Angel, I'm the Demon ✔ || #Netties2017Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu