~Deel 2, hoofdstuk 24.~

1.8K 137 100
                                    

A/N: het spijt me, Duiveltjes ;-;

Get your fan ready, it's gonna get hot in here :D

XL hoofdstuk, dus blijven stemmen <3

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

'Wat ben je aan het doen?' Alarmerend probeerde ik mijn hand weg te trekken, maar hij had mijn hand zo stevig vast dat zijn knokkels wit werden. Ik hapte naar adem. 'Rafaël, wat...'

Mijn stem stierf af op het moment dat ik merkte dat hij geen enkele spoor van pijn toonde. Zijn uitdrukking was compleet normaal, er speelde een kleine glimlach om zijn lippen heen.

En om niet te vergeten, zijn ogen glimlachten mee. Er was een twinkeling in verborgen. 

Gefascineerd keek ik naar onze vervlochten vingers. Zijn hand was groot en koel tegen de mijne aan. 'Hoe?' vroeg ik verbluft. 'Ik dacht dat we elkaar niet aan konden raken?' vroeg ik fronsend. 

'Het is me gelukt.' zuchtte hij opgelucht uit, terwijl hij me aan mijn hand naar zich toe trok. Met zijn andere hand veegde hij een verdwaalde traan van mijn wang en keek me bemoedigend aan. 'Het is me gelukt, ik kan je weer aanraken.' herhaalde hij.

'Wat is je gelukt, Rafaël? Wat heb je gedaan?' 

'Nou, de vraag is eerder: wat heb jij gedaan.' Hij omhelsde me en aaide voorzichtig over mijn hoofd heen. 'Het is niet compleet waar wat ze zeggen, Amara. Demonen en Engelen kunnen elkaar wel aanraken, maar alleen wanneer ze zich echt aangetrokken voelen naar elkaar. Het komt alleen voor bij een hechte band.' 

Zijn woorden drongen niet door. Ik snapte- of wilde niet snappen- wat hij bedoelde.

Aangetrokken voelen? Hechte band?

'Het is simpel, Amara. Als je jezelf niet tot me aangetrokken voelde, of ook maar om me gaf, zou ik nu... dood zijn?' Hij lachte een beetje, maar ik kon er niet om lachen.

Er viel niets te lachen. 

'Ik heb geen hechte band met je, Rafaël.' Met een beetje te veel kracht trok ik mezelf weg uit zijn omhelzing. Ik keek omhoog, recht in zijn ogen, en zei: 'En ik voel me al helemaal niet aangetrokken. Althans, niet meer. Ik weet niet wat je van plan bent, maar ik ben niet van plan om in je val te trappen.'

'Je... je gelooft me niet?' fluisterde hij verontwaardigd uit. Zijn wenkbrauwen waren samengekomen in een frons, zijn uitdrukking straalde frustratie en woede uit. Maar ik zag ook zijn verdriet, alsof hij niet kon geloven wat ik zojuist had gezegd. 

'Nee,' zei ik simpel. Ik haalde mijn schouders op en keek hem uitdagend aan. Om hem te laten zien dat het me niet boeide, dat zijn emoties mij niets uitmaakte. 'Ik wil bewijs hebben. Laat me zien dat je niet liegt, Rafaël. Je moet zelf wel weten dat ik niemand meer gewoonweg vertrouw, niet nadat er zoveel is gelogen tegen mij.' 

'Wat...' Hij haalde zijn hand door zijn haar heen, heen en weer kijkend. Niet wetend wat hij moest doen om mij te laten geloven dat we echt een hechte band hadden.

En een paar tellen later schoot zijn hoofd omhoog, alsof hij een briljant idee had. Zijn ogen lichtten op en hij glimlachte sluw.

Mijn ogen werden groot. Ik kende die glimlach; het betekende niets goed.

Voordat ik kon reageren had hij me weer naar zich toe getrokken. Hij liet zijn ene arm om mijn middel glijden en de andere drukte hij tegen de achterkant van mijn hoofd, waardoor onze gezichten maar een paar millimeters van elkaar verwijderd waren. 

Het gebeurde allemaal te snel. Het ene moment keken we elkaar aan, het volgende sloot hij zijn ogen en drukte hij zijn lippen tegen de mijne aan. Mijn eerste reflex was om mijn ogen te sluiten. Zijn lichaam tegen de mijne aan. Zijn lippen tegen de mijne aangedrukt. Zijn hand om mijn middel heen, alsof vuur mijn lichaam streelde. 

He's the Angel, I'm the Demon ✔ || #Netties2017Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu