Daar was ik dan, mijn nieuwe thuis. Het gebouw leek steeds groter te worden en verder voorover te hellen alsof het om ging vallen. Ik slikte, het brok in mijn keel ging niet weg.
'Moet ik even meelopen?'
'Nee mam, ik red het wel...' ik zuchtte en stapte uit de auto. Stel je voor dat ik met mijn moeder naar binnen liep, dat was echt nooit meer goed te praten. Ik duwde de deur dicht, de klap was waarschijnlijk kilometers verder nog te horen in dit lege, galmende gebied.
'Oke, in die toren rechts zit de directeur. Ik heb al met hem gepraat, maar je zal nog even bij hem langs moeten voor je kamer,' ze keek me aan en trok haar dun getekende wenkbrauwen op.
'Ik red het wel mam, echt!' Ik glimlachte bijna overtuigend naar haar.
Ze had haar lange blonde haren op gestoken. Ze leek nu ouder dan normaal, de bezorgdheid stond zwaar op haar gezicht. Het kettinkje met de uil eraan hing nog glimmend om haar nek. Elke keer als ik haar ketting zag, voelde ik de leegte om mijn eigen nek. Ik bewoog mijn hand omhoog en trok aan mijn lege zilveren ketting.
'Nou, dag dan! Wees voorzichtig.' Het raampje ging omhoog en de auto reed langzaam weg.
Ik draaide me om en keek naar een gigantische poort, nog groter dan een normaal rijtjeshuis. De poort stond open, maar de wind speelde met de ruimte die een zware ketting de poort bood. De poort bewoog langzaam heen en weer, de ketting kraakte wanneer hij op spanning stond. Ik liep door. Daar stond de school, nog niet omgevallen. Regen droop van de gevel langzaam naar beneden. Ik verwachte bijna dat het water de vieze bruinige kleur van de stenen terug zou veranderen naar het wit wat onder dikke lagen vuil verborgen leek te zitten.
Het geluid van een nieuwe auto achter me liet me opschrikken uit mijn gedachten en ik liep snel verder over het pad. Achter de poort was een grasveld met bomen, voor de gevleugelde natuurlijk. Ik stelde mij voor dat ik daar vloog, van boom naar boom hopte, onbezorgd als dat blaadje wat daar door de wind mee werd gevoerd. Op de grond waren er talloze tunnels voor de kleine zoogdieren, ik kon me enkel voorstellen wat voor netwerken van tunnels er onder de grond waren, en een was er een meer voor de waterdieren. Twee meisjes die op de poort af liepen waren druk in gesprek.
'Gaaf hè, ik kan niet geloven dat ik nu al iemand zoals mij heb gevonden.'
Mijn blik schoot meteen naar hun nek, een muis en een konijn. Snel checkte ik of mijn sjaal nog goed zat terwijl ze langs me heen liepen. Ik versnelde mijn pas en volgde het pad naar de school, waar op de gevel de vier groepen gepresenteerd werden. Een beeld van een vrouw met prachtige vleugels, een man die op zijn hurken zat en naar voren leunde, hij had scherpe tanden en klauwen, een vrouw, half mens, half vis, en tot slot de man met konijnenoren die in zijn nek lagen.
Ik opende een van de grote deuren die naar een hal van de school leidde. De hal was minstens zo hoog als de poort was geweest en was lang genoeg om vermoeid aan de andere kant van de hal aan te komen. Aan de muren hingen lantarens die kleine gelige rondjes van licht op de muur schilderden en aan het planfont hing een enorme glazen kroonluchter, het licht in de hal kwam voornamelijk van deze lampen. Links achterin was een wenteltrap die naar een soort balkon liep dat boven de hal hing. Er stond een brede tafel op met negen stoelen erbij op het balkon. Alle stoelen stonden naar de ingang gericht. In de zaal stonden ook tafels met stoelen, maar waar de stoelen in de zaal enkel van hout waren, waren de stoelen op het balkon versiert met blauw gele stoffen kussens, verbleekt en verweerd door de jaren heen.
Achter in de hal was een deur. Ik baande me tussen de mensen en dieren door. Boven mij hoorde ik het gekrijs van de gevleugelde. Ik voelde me verschrikkelijk klein in de enorme groep. Ik schudde mijn hoofd, niet aan denken, gewoon doorlopen. Ik greep naar mijn kettinkje om mij ergens aan vast te kunnen houden. Het grondde mij. Ik stapte door naar een deur. Eindelijk was ik bij de deur in een hoek van de grote zaal. Ik opende hem en stapte er snel doorheen en sloot de deur. De klap galmde door het kleine halletje heen. Ik ademde in en uit, kwam tot rust, voordat ik om me heen keek. De hal waar ik nu in stond was zo laag dat ik er maar net in kon staan, ik had misschien een kleine vijftien centimeter over. Het was stiller en donkerder dan in de eerste hal, hoewel ik door de deur achter me het geluid nog voelde dreunen. Ik stapte van de deur weg en viel in de immense stilte van de gang. Het voelde alsof ik kopje onder was gegaan in water en alle geluiden weggefilterd waren.
JE LEEST
Wings of Fire (in verbouwing)
FantasyRiver is een meisje van zestien jaar oud met een probleem: ze is normaal. Het had geen probleem hoeven zijn als ze niet uit een manimal familie kwam. Bovendien moest haar moeder haar naar Arismus sturen, een school voor manimals. River was liever na...
