Hallo lieve allemaal! Hier weer een nieuw verhaal. Het is een vervolg op [Herinneren]! Hoop dat jullie het weer wat vinden!
x Laura
——————————————
Evert loopt het bureau uit. Terwijl hij met zijn linkerhand de auto opent, graaft hij met zijn rechterhand in zijn jaszak, op zoek naar het boodschappenlijstje dat hij er vanochtend - dacht hij - had ingedaan. "Evert, wacht even." Hij hoort Fenna's stem en draait zich om. Ze komt op een looppasje uit het bureau, maar vertraagt iets als ze bij hem in de buurt komt. "Heb je even?" Vraagt ze dan. Hij aarzelt, eigenlijk moet hij boodschappen doen, naar huis, koken, tijd met zijn kinderen doorbrengen en de monteur voor de wasmachine bellen, maar iets weerhoudt hem ervan om 'nee' te zeggen.
"Alles oké?" Evert fronst en kijkt naar Fenna, die er een beetje zenuwachtig uitziet. "Ja," ze knikt direct en glimlacht geruststellend naar hem. Ze heeft haar armen over elkaar gevouwen en kijkt naar haar schoenen. "Zullen we een stukje lopen?" Ze hoopt dat hij 'ja' zal zeggen, dan praat makkelijker. Dan hoeft ze hem niet aan te kijken en dat maakt wat ze hem wil vertellen misschien wel iets makkelijker. Hij bijt op zijn lip. Eigenlijk heeft hij gewoon zin om naar huis te gaan, maar als hij naar Fenna kijkt ziet hij een kwetsbare uitdrukking op haar gezicht. "Nou, kom maar op dan." Zucht hij.
Zwijgend loopt het duo de parkeerplaats af. Evert werpt af en toe een zijdelingse blik op Fenna, die haar ogen strak op de grond heeft gericht en het duidelijk moeilijk vindt om de juiste woorden te vinden. "Gooi het er maar gewoon uit," adviseert hij haar, "je kan me alles vertellen, hè?" Ze zijn weliswaar al een tijd niet meer samen, ze hebben nog steeds een hechte vriendschap en vertrouwen elkaar blind. Hij ziet Fenna knikken en geeft een zachte stomp tegen haar schouder, "nou dan..." Glimlacht hij naar haar.
Fenna slikt, haalt een keer diep adem en schraapt de moed bij elkaar de woorden die ze al een tijdje in haar hoofd repeteert hardop uit te spreken. "Ik-eh... Ik heb... Een man ontmoet." Vertelt ze dan aarzelend. Vanuit haar ooghoeken kijkt ze naar Evert, maar op zijn gezicht valt niks af te lezen. "Een man?" Herhaalt, met een vragende ondertoon. Fenna knikt. "Alexander," zegt ze zacht, "en... Ik ben verliefd, Evert." Ze kijkt hem heel even recht aan, voor ze haar blik weer afwendt, "en ik denk echt dat dit iets kan worden... En ik wilde dat jij het wist. Omdat-nouja, je weet wel. Wij..."
Evert kijkt naar Fenna, die een zwak glimlachje rond haar mond heeft, maar er tegelijkertijd onzeker uitziet. "Hoe heb je hem ontmoet?" Vraagt hij. Hij ziet haar blik even op hem landen voor ze weer wegkijkt. "Hij was getuige bij die inbraak... Een tijdje geleden. En toen kwam ik hem tegen toen ik boodschappen aan het doen was... En-en, ik weet niet... Het klikte allemaal in elkaar," ze haalt haar schouders op, "we zijn wat gaan drinken... En, nouja." Ze maakt haar zin niet af, maar Evert snapt het. "Je bent verliefd?" Vraagt hij dan, naar aanleiding van haar eerdere woorden. Hij ziet een glimlach ontstaan op haar gezicht voordat ze knikt.
Fenna stopt met lopen en houdt Evert aan zijn arm tegen. "Ik zie een toekomst met hem," ze kijkt hem nu recht aan, "en ik wilde het jou vertellen." Evert aarzelt ze. Ze slikt, "niet omdat ik je toestemming wil," zegt ze dan, met haar typische felheid, "maar vanwege ons verleden..." Ze kijkt hem nog steeds aan. Hij glimlacht zwakjes. "Ik ben blij voor je, Fen." Zegt hij dan eerlijk. Even vergroten haar ogen. Hij knikt, "echt waar... Je verdient geluk. Als jij denkt dat... Alexander, was het?" Hij kijkt haar vragend aan en ze knikt bevestigend, "Alexander, dus... Als hij jou een mooie toekomst kan geven, dan ben ik blij voor je." Glimlacht hij.
