Hoofdstuk 2

36 3 0
                                    


De twee beveiligers bij de deur kende ik beide van gezicht. Die man rechts, in dat spijkerjack, die mocht ik dus totaal niet. In het licht van de zakkende zon glom zijn stekeltjeshaar van de gel. Hij leunde met een verveelde trek op zijn gezicht tegen de deurpost, terwijl hij met zijn handen in zijn zakken een sigaret rookte. Zijn collega, een al wat oudere man wiens haar begon te grijzen bij de slapen, was bezig met zijn telefoon en lette amper op zijn omgeving. Een nauwelijks bedwingbare woede welde in mij op, toen ik voor de zoveelste keer de nonchalance zag, waarmee deze mannen met hun taak om mijn vader te beschermen, omgingen. Een gek met een pistool en een chronisch gebrek aan aandacht kon zo dit gebouw binnenlopen, om mijn vader, niet één van de meest geliefde BN'ers, koud te maken. Om mijn theorie maar meteen aan de waarheid te toetsen, stevende ik zonder vaart te minderen op de open deur af. Met geheven hoofd en rechte rug, alsof ik me van geen kwaad bewust was, passeerde ik de twee beveiligers. Ik was al zo goed als binnen, voordat ik een hand op mijn linker bovenarm voelde.

"Hola jongedame, uw toegangsbewijs alstublieft." Ik keek nijdig opzij, recht in het pafferige gezicht van de grijsaard, die zijn grip op mijn arm nog wat verstevigde.

"Dat is Michaels dochter, Joop", klonk de stem van stekelkop verveeld.

"Is dat zo?" De man, die door zijn collega Joop was genoemd, liet mijn arm los maar bleef me onderzoekend aankijken.

"Alsnog zou ik graag een toegangsbewijs van je zien, want je maakt nog steeds geen deel uit van het personeel."

"Mijn vader verwacht me", antwoordde ik korzelig. Dit was helemaal niet zo, en toch blufte ik erachteraan:

"Vraag het hem maar. Ik kan je wel vertellen dat er haast bij is."

"Laat haar toch door, joh", bromde stekelkop.

"Als zij straks bij haar vader gaat klagen, hebben wij stront aan de knikker."

"Maar het protocol stelt toch echt dat een..."

"Het is familie van Michael, Joop", benadrukte stekelkop nogmaals, alsof hij vermoedde dat zijn collega niet helemaal goed bij zijn hoofd was. De grijze beveiliger liet berustend zijn hand zakken en deed een stap opzij. Ik wierp de heren bij de ingang een vluchtige, en misschien ietwat spottende glimlach toe, en haastte me naar binnen. Normaal gesproken had ik zulk vertoon helemaal niet nodig om langs de beveiliging te komen. Daarbij kende ik de meesten bij naam, en zij kenden mij, en dus lieten ze mij bijna altijd zonder enige tegenspraak door. Dat uitgerekend nu de beveiliging moeilijk ging doen, was de druppel die mijn emmer van kokende emoties deed overlopen.

Het was nog rustig in de loungebar. Slechts een paar zeer vroege bezoekers van mijn vaders talkshow hingen er rond. Enkelen keken bijna meteen gefascineerd mijn kant uit. Natuurlijk, dit waren diehard fans van mijn pa, die wisten heus wel hoe zijn oudste dochter eruit zag. Het kostte me moeite om deze starende ogen te negeren. Ik moest de hele bar doorkruisen om bij de toegangsdeuren naar de studio te komen. Ik beschouwde deze locatie, waar mijn vader sinds de start van zijn talkshow op de avond van iedere werkdag te vinden was, zowat als mijn tweede thuis. Ik kende dan ook feilloos de weg in het gebouw en met de meeste crewleden had ik een vrij hechte band. Dit bleek zondermeer uit de warme glimlach, die eindredactrice Bonnie van Bruggen me in het voorbijgaan toewierp. Ze zag er vrij haastig uit. Haar anders zo keurig opgestoken grijze krullen hingen los rond haar gezicht en haar naaldhakjes tikten geagiteerd op de gewreven houten vloer. Ik passeerde de bar zelf, die net als de rest van het interieur in deze ruimte in een warme tint rood geschilderd was. Barkeeper Dennis wenkte me.

"Hé die Irene. Lange tijd niet meer gezien." Ik groette terug, hard proberend mijn opgefokte stemming niet te laten doorschemeren.

"Drankje van het huis? Niets tegen je vader zeggen hoor." Hij gaf me een vette knipoog. Deze jongeman van een jaar of negentien probeerde al vanaf de dag dat hij was aangenomen met me te flirten. Normaal gesproken flirtte ik nog weleens speels terug, maar nu stond mijn hoofd daar totaal niet naar.

Achter de schermenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu