Hoofdstuk 8

109 0 3
                                    

Snel loopt Laurens de gang op en klampt een zuster aan. Heeft u een spuugbakje vraagt hij aan een zuster met blond haar.  Kom maar mee jongen zegt ze zacht. Hier heb je er een paar. Is je vriendin zwanger vraagt ze zacht. Ja, hoe weet u dat vraagt Laurens verbaast. Ik heb haar dossier gelezen jongen zegt de zuster zacht. Ze is zo onwijs misselijk zegt Laurens zacht. Dat hoort erbij zegt de zuster. Het is niet mijn kind, maar ik ga er wel voor zorgen zegt Laurens in een opwelling. Hoe bedoel je, het is je kind niet vraagt de zuster aan Laurens. Ze is mishandeld en misbruikt door 3 jongens zegt Laurens zacht. Ik heb haar gevonden. O, god zegt de zuster zacht.  Gaat het wel met haar? Ze houdt zich groot zegt Laurens zachtjes. Ga maar snel terug naar haar jongen zegt de zuster zacht. Wens haar maar beterschap van mij. Snel loopt Laurens naar Tess haar kamer. Tess hangt helemaal slap in haar kussens. W waar bleef je nou fluistert ze. Ik was op zoek naar spuugbakjes zegt Laurens zacht. Ik raakte aan de praat met een blonde verpleegster. Ik moest je beterschap wensen. Hoe gaat het schat? Het is te laat fluistert Tess. Ik heb het per ongeluk al gekotst.  Tess wijst op haar bed en op de grond. Ik kon het niet ophouden. Tess begint zacht te huilen. Tess, shht zegt Laurens zacht.  Laurens begint haar te troosten. Het geeft niet. Ik roep wel even een zuster die je bed komt verschonen en je grond schoonmaakt. Laurens loopt de gang op op zoek naar de zuster met het blonde haar. Ze staat een dossiermap te lezen. Mevrouw zegt Laurens zacht. Kunt u even komen? Wat is er vraagt ze zacht. Nou, mijn vriendin heeft op de grond overgegeven en in bed. Kunt u iemand sturen die het schoon kan maken? Ik stuur er wel even een schoonmaakster heen. Welke kamer is het? Kamer 305 zegt Laurens. Er komt zo iemand eraan zegt de blonde verpleegster die Tineke blijkt te heten. Dankjewel Tineke zegt Laurens. Hij loopt snel terug naar Tess. Er komt zo iemand de kamer even schoonmaken zegt hij zacht. Zacht wordt er even later geklopt op de deur. Kom maar binnen roept Tess zacht. De schoonmaakster komt binnen met een schoonmaak karretje. Jullie moeten wel even de kamer verlaten zegt ze verontschuldigend. Kom maar schat zegt Laurens. Zachtjes tilt hij haar op en loopt met haar de kamer uit. Waar gaan we heen Laurens vraagt Tess zacht. Even naar de wachtkamer zegt hij zacht.

Zachtjes gaat Laurens zitten en zet Tess op zijn schoot. Je hebt me nog geen antwoord gegeven op mijn vraag zegt Laurens zacht. Ik wil het wel zegt Tess. Maar ik ben bang dat je me dalijk in de steek laat als de baby er is. Laurens pakt haar handen vast. Tess, ik beloof je met heel mijn hart dat ik dat niet zou doen. Geloof je me dan? Ik geloof je zegt Tess. Maar waarom ik vraagt ze zacht. Er zijn zoveel leuke meisjes. Tess, niet zo onzeker zijn schat. Ik kies voor jou zegt Laurens. Kan mij die andere meisjes schelen. Ik wil jou. Tess kust hem zacht. Ik wil jou ook zegt ze zacht. Als je me belooft dat je me niet in de steek laat, dan zeg ik ja. Dan wordt Laurens opeens geroepen. Laurens zijn pa staat in de deuropening. He, pa zegt Laurens. We zitten hier. Ik  heb kleren voor je bij me zegt zijn vader. Zal ik ze aan je geven? Zet maar neer pap zegt Laurens zacht.  Meisje gaat het met je vraagt zijn vader. Nee, het gaat niet echt zegt Tess zacht. Ik ben zo misselijk en duizelig. Ik moet hier een week blijven. Ik blijf bij je schat zegt Laurens zacht. Je bent in goede handen meis zegt zijn vader. Dat weet ik zegt Tess zacht.  Pap, heb je het nog bij je vraagt Laurens zacht aan zijn vader. Wat jongen? Je weet wel zegt Laurens zacht. O, bedoelde je dat. Ja, dat zit in je tas jongen. Tess vraagt zacht aan Laurens: Laurens wat bedoel je? Hm, niks schat zegt Laurens snel. Ik laat jullie weer alleen zegt zijn vader. Bedankt voor het brengen van mijn kleding pa zegt Laurens tegen zijn pa. Zet het maar op de grond pa. Dag jongen zegt zijn vader zacht. Pas goed op haar Laurens. Pa, dat doe ik altijd zegt Laurens zacht. Ga nou maar. Zacht loopt zijn vader de wachtkamer uit. Nou, ik geloof dat ik ook een maand op vakantie kan grapt Laurens. Ze hebben mijn hele kledingkast in mijn tas gegooid. Zachtjes hoort Laurens gesnik. Tess, wat is er nou zegt hij zacht.  Je bent zo lief voor me zegt Tess zacht snikkend. Dit heeft nog nooit iemand voor me gedaan. Iemand moet de eerste zijn zegt Laurens zacht en kust haar.

Voetstappen in het bosWhere stories live. Discover now