Het is 1884. Een donkere nacht, wolken vormen zich voor de heldere maan die zich tekent aan de hemel. Frieda maakt een laatste ronde door haar gigantische huis. Alle kaarsen moeten worden gedoofd en ze controleert nog even of de ramen en deuren goed dicht zitten. Laatst meende ze namelijk wat te horen. Een mysterieus geluid, niet te beschrijven waar het vandaan komt. Maar wat wil je als je midden in de bossen woont, je huis voorzien is van een gigantische oprit en het gewoon aanlokt voor dieven in de nacht.
Frieda is klaar met haar controleroute en stapt de eerste tree van de trap op. Maar dan hoort ze wat achter haar. Een geritsel, het lijkt op het geluid dat ze eerder heeft waargenomen. Ze knijpt met haar rechterhand in de leuning van de trap. Het eikenhout voelt koud aan haar handpalm. Ze sluit haar ogen en slikt. Het is een moment van snel handelen, omkijken, zien dat het niks voorstelt en dan weer doorlopen. Frieda neemt een zucht en besluit dat ze een paranoïde aan het worden is. Ze kijkt om en ziet dat er een raam wagenwijd open staat. Is dat het dan..? Ze loopt richting het raam. Doet een beetje mokkend het raam weer dicht en trekt het velours gordijn ruw dicht. En gaat opnieuw naar de trap, met grote passen. Dan hoeft ze er ook niet teveel bij na te denken en kan ze straks een goede nachtrust nemen. Na een lange dag zijn er wel eens momenten dat je het niet meer helemaal op rijtje hebt en er waanideeën omhoog komen drijven. Maar wanneer ze halverwege de trap is begint het weer. Geritsel, een doffe dreun. Ze verstijft op de trap en slikt. Er moet wel iemand zijn, dit kan geen verbeelding meer zijn.
Ineens draait ze zich om en ziet een groot zwart gestalte staan, naast de trap. Het is groot, een man lijkt het wel aan de bouw te zien. Het gezicht is door de donkere ruimte niet te herkennen. Zijn armen hangen langs zijn lichaam en hij beweegt geen vin. De pupillen van Frieda worden steeds groter en kijken naar de man. Wat doet hij hier en hoe komt hij hier, schiet er door haar hoofd. Dan zet ze het op een schreeuwen en rent ze snel de trap op, ze moet vluchten voor deze vermoedelijke dief. Het gegil is tot in de wijde omtrek van het grote landhuis te horen. Ze rent de slaapkamer van Bea en Agaat in.
Daar ziet ze het ergste wat ze ooit voor mogelijk had gehouden. Bea ligt op de grond, roerloos, ze beweegt niet, lijkbleek en heeft een angstige blik op haar gezicht. Haar ogen wijd open. Bea is dood. Frieda slaat haar handen voor haar mond en ze barst in huilen uit. Als haar ogen door haar handen de rest van de kamer afspeuren ziet ze ook Agaat is een zompige plas bloed op het matras liggen. Ze zit half tegen de muur. En haar tere lichaampje ligt er slapjes bij. Hier is de dief dus al geweest, gaat door het hoofd van Frieda. Of laten we beter zeggen moordenaar. Frieda zou het liefst bij haar lieve kinderen blijven, maar haar overlevingsinstinct wint het. En ze wil proberen haar andere kinderen te redden. Ze rent snel naar de volgende kamer aan de andere kant van de gang. Het gestalte is haar nog niet gevolgd. Ze opent de authentieke deur en ziet daar tot haar grote afschuw ook Janna en Elizabeth dood. Verstrengeld in elkaar, hun laatste adem uitgeblazen. Op het ooit roze tapijt, die nu bloedrood kleurt. Frieda voelt zichzelf geestelijk steeds meer afbreken en ze loopt als een soort zombie naar de volgende kamer. Jan-Tinus zijn kamer stormt ze in. Ze kijkt wanhopig om haar heen maar ziet hem niet. Misschien is hij net op tijd gevlucht. Ze roept nog eenmaal zijn naam. Maar hoort geen reactie. Ze weet niet waar haar enige zoon uithangt, maar verondersteld dat hij is gevlucht. Het is een slimme jongen.
Maar dan de laatste kamer. De kamer van haar en haar man Antonius. Ze hoopt hem daar goed en wel aan te treffen, desnoods opgesloten in de kledingkast. Ze rent door de gang heen helemaal naar het einde en stormt de laatste slaapkamer van deze gang in. Dan beukt ze in een klap de deur open, haar krachten zijn ongelooflijk nu het op overleven aankomt. Antonius is ook nergens te bekennen. Misschien is hij samen met Jan-Tinus gevlucht. Of misschien heeft hij dingen gehoord en is hij gaan zoeken naar Frieda. Als ze weer wat op de gang hoort merkt ze dat de moordenaar weer achter haar aan is gekomen. Ze heeft geen mogelijkheid om ergens heen te vluchten nu.
Dan ziet ze de balkondeuren en opent ze snel. Ze kijkt nogmaals achter haar en ziet de man in de deuropening van de kamer staan. Nog steeds onherkenbaar. Ondanks dat de wolken weer voor de maan zijn verdwenen. Het gestalte komt op haar af en angst besluipt haar. Hij komt steeds dichterbij en Frieda schuifelt met haar rug richting het balkon achteruit.
Het gestalte zegt helemaal niks, maar ze wordt geheel in het nauw gedreven. Hij heeft een mes in zijn hand ziet ze. Het is nu een kwestie van een snelle beslissing maken. Of ze laat zich van het leven beroven door een enge maniak of ze..
En dan. Net op het moment dat hij zijn mes heft en hij op haar in wil hakken en ze zijn adem in haar gezicht voelt. Gaan haar handen over het betonnen sierlijke hek en lanceert ze zichzelf. Ze valt in de leegte. Wachtend op een harde klap. Haar ogen zijn gesloten en ze is klaar voor de dood. Om te zijn bij haar vier kinderen. Meters die minuten lang lijken te duren valt ze. Er schiet nog het een en ander door haar hoofd heen. Ze zal zichzelf nooit toegeven aan een moordenaar. Dit is dan misschien een wanhoopsdaad, maar het beter dan te worden verscheurd door een enge moordenaar. Dan voelt ze een klap, pijn schiet door haar lichaam, voor een seconde. Haar leven is voorbij. En daar ligt ze dan hartverscheurend verdrietig en tot wanhoop gedreven.
ESTÁS LEYENDO
Verscheurd (finished)
Misterio / SuspensoEén huis, één familie, één drama.. dat is wat zich heeft afgespeeld in het huis waar Peter met zijn vrienden gaan kijken. Ze willen weten wat er in het mysterieuze huis bij hun in het dorp is gebeurd en trekken de stoute schoenen aan. Wat ze niet we...
