We've updated our Content Guidelines.
Review the latest guidelines to keep sharing stories safely.

I

4 0 0
                                        

Het water is koud, zo vroeg in de ochtend. Doffe zonnestralen breken door de uitsparingen tussen de takken van de knotwilgen.

Vochtig moss streelt Guido's voetzolen. Met elke stap die hij zet, veert het veen mee. Als hij te lang blijft staan lekt het water door de vegetatielaag van de kragge heen en zwelgt het zijn voeten op met koude tongen.

Hij springt van drijftil naar drijftil met een brutale lenigheid.

Een lenigheid die alleen wordt aangeleerd aan kinderen die moeten leven van dieverij. Guido kijkt over zijn schouder naar de sloep die zich langs de drijvende eilandjes moet navigeren. Andreas draagt zijn strooien hoed met de brede rand. De strootjes zijn gerafeld en verweerd, en vallen uit de hoed bij elke knik van Andreas' hoofd.

Hij wenkt aan Guido dat hij door mag rennen over de veenblokken.

Andreas debt het zweet in zijn haar en baard op met zijn mouw en roeit stug verder met zijn enige arm. Hij steekt de peddel in de modderige grond onder het water, leunt erop, en duwt zich verder. De sloep snijdt door het ongestoorde water.

Guido loopt in een ontspannen pas over de oever, zijn handen strelen het riet naast hem.

De constante vering op de kraggen vergt veel inspanning. Het is vermoeiend, zelfs voor een levenslustige jongen als Guido. Op de rietstengels zit dauw dat een laag vocht op zijn eeltige handen achterlaat.

Handen die gevormd zijn door vechten met straathonden, steegjes verdedigen tegen andere jongens, snuisterijen te stelen en vervolgens verpanden aan een man met maar een arm.

Andreas had gezegd dat sinds hij een hand minder heeft, Guido die hand moest zijn, in ruil voor onderdak en een warme maaltijd.

Dus Guido deed waar hij het beste in was: stelen en beroven.

Mensen en lijken waren beiden de dupe van Guido's talent. Als hij geen zakken rolde van een of andere hoge pief, had hij een graf opgegraven en de oorbellen van iemands overleden grootmoeder in zijn zak gestoken.

's Avonds kwam hij terug met de buit, en afhankelijk van hoeveel hij had meegebracht, kreeg hij warme koolsoep of een lamsbout.

Tijdens de maaltijden vertelde Andreas over zijn tijd in Venetië, een voor Guido, exotisch oord met andere geloven en manieren dan het kleine dorpje waar hij opgegroeid is, zijn oude kameraden of de grandioze rooftochten die hij maakte. De felle tongen van het vuur sloegen schaduwen op de muren die met de verhalen van Andreas leken meebewegen.

Guido luisterde aandachtig, en wanneer het vuur doofde, dook hij onder een stapel dekens bij de smeulende vlam.

Andreas had het nieuws vernomen van Yurin, een zwaargebouwde dwaler met een kruisvormig litteken op zijn gezicht die een kort rustpunt maakte in Andreas' dorp. De dorpelingen werden onrustig van zijn mismaakte gelaat en het feit dat hij een kop boven iedereen uitstak. In het Cirque du Geige hadden ze er ook zo een, een messenwerpster uit het Noorden. De wandelaar vertelde dat hij een inquisiteur was en hij geleid werd door een of andere engel die hem influisterde. Andreas gelooft niet, God heeft hem nooit geld in zijn handen geduwd wanneer de kool weer eens op was, waarom zou hij zijn zuurverdiende geld aan de kerk geven als een offer voor Hem die niet naar zijn gebeden luisterde?

Dat engel-verhaal van Yurin was voor Andreas een dom verzinsel van een sukkel.

Maar zolang hij geld aan hem kon verdienen luisterde hij aandachtig verder naar de opdracht die hem aangeboden werd.

De zon was de hemel opgeklommen tegen de tijd dat Guido en Andreas een uitsparing in het moeras bereikten. De dauw op de begroeiing was verdampt door de gouden stralen die met een luie nieuwsgierigheid over het veen streelden.

KruistochtStories to obsess over. Discover now