Naamloos deel 1

159 3 0
                                        

1

'Nee! Nee, en nog eens nee. Natuurlijk ga ik dat niet spelen.'

'Rustig Bo, je krijgt eindelijk weer eens de kans om weer te acteren. Je laatste rol was bijna tien jaar geleden en dat was niet bepaalt een succes.'

'Dat jij, juist jij, mij daar aan moet herinneren. Je wist dat ik het niet aan zou kunnen om op toneel te gaan staan. Avond aan avond. En nu wil jij mij weer iets laten doen wat ik niet wil.'

'Je moet, er is geen geld meer als je niets gaat doen.'

'waar is in godsnaam al dat geld gebleven dan? Ik had miljoenen.'

Door de modern ingerichte kamer loopt een jonge man te ijsberen. Hij is net iets kleiner dan de andere, zijn stem lijkt van iemand anders te zijn, zo diep en schor dat deze eerder bij een oude bejaarde reus van man zou worden verwacht.

Aan tafel zit een oudere vrouw, haar grijze haar is netjes gekapt en opgestoken, haar kleren zijn donker blauw met een witte, hoog gesloten blouse. Naast haar zit een man, een jaar of tien jonger. Het is te zien aan zijn gezicht, deze heeft minder rimpels, zijn haar is zeker zo grijs als die van de vrouw. Hij kijkt rustig van de een naar de ander tijdens het gesprek. De jongen man, Bo, loopt onrustig heen en weer. Zijn tshirt is lang, was wit, heeft nog vage vlekken van eten. Het hangt als een te groot vod om het ranke lichaam. De flodderende jogging broek wordt steeds opgehesen, verder loopt Bo op zijn blote voeten.

'Waarom nu? Wat moet ik dan? Ik weet niet eens of ik het nog kan. Vorige keer vergat ik mijn tekst al na een half uur. En nu dan?'

'Jongen ga eerst even zitten. Rustig adem halen dan zal ik je de papieren laten zien.'

'Rustig? Dat kan ik niet, je fokt me op. Moet het echt?'

'Ja, er is geen andere keuze. Of je moet weer thuis komen wonen.'

Nu kijkt Bo verschrikt naar de vouw.

'Nee mama, dat kan ik niet. Dat ga ik niet doen, dat doe ik helemaal echt nooit niet.'

'Wil je dan niet bij Esmee wonen? Zij is je dochter.'

'Niet doen. Dat is gemeen. Jij weet net als ik dat ik graag met haar zou willen samen zijn, dat kan niet, nog niet. Ik wil niet dat zij mij zo ziet. Die paar dagen kan ik opbrengen maar ik kan het nog niet de hele tijd. Dat weet jij ook.'

Zijn hole ogen kijken verschrikt naar haar. Door de donkere randen erom heen zien zij nog bleker dan gewoonlijk. Afgelopen nacht heeft hij slecht geslapen, het was te warm op zijn slaapkamer. Hij baalt dat zijn raam niet verder open kan dan een spleetje. Alles zit hier dicht.

'Dit is het beste als je op je zelf wilt blijven wonen.'

'Op mij zelf, laat me niet lachen. Dit? Is dit op mij zelf wonen? Met twee bewakers om mij heen. Het lijkt wel of ik gek ben.'

'Dat is het niet, dit is voor je veiligheid. Dat weet je. Jij hebt dit zelf mee geregeld. Het is helemaal op jou verzoek gegaan.'

'Ja, ja, dat weet ik ook wel. Je weet mij steeds onderdruk te zetten met van alles. Mama, je kan niet altijd voor mij blijven zorgen. Ik ben al zo lang zonder drank, ik kan het wel aan.'

'Dat is nu net wat mij zorgen baart, ik denk dat jij het nog niet aan kan om zonder begeleiding te wonen.'

Het is voor het eerst dat de man zich mengt in het gesprek. Zijn gezicht staat serieus, bijna zorgelijk.

'Het is echt nog niet zo ver, je heb nog een hele weg te gaan.'

'KUT!'

'Wat maakt het zo zwaar? Zijn ze niet aardig of is er iets anders?'

'Nee, dat niet. Natuurlijk niet. Ze zijn super. Ik zou alleen meer willen doen. Dat is het. Ik wil naar buiten kunnen. Misschien wel rond wandelen in het park.'

'Dat kan toch.'

'Maar niet alleen mama. Ik ben altijd met iemand, nooit ben ik zonder. Ik lijk wel een klein kind.'

'Dat zeg ik niet, je gedraagt je wel eens zo, maar dat kan ik je vergeven. Ik zal met ze praten. Wil je iets samen gaan doen of zo?'

'Wacht even, ik zou nu nog niet zo iets willen regelen. Ik ga met ze praten. Denk jij alvast na wat jij zou willen.'

De man staat al pratend op en loopt de kamer uit. Bij de deur draait hij zich nog om.

'Denk ook alvast na over die Soap. Ik denk dat het iets is voor jou.'

Met een knipoog naar Bo verlaat de man de kamer waarna het stil is. Zijn moeder kijkt hem aan. Niet met medelijden, ze kijkt zakelijk, zorgelijk hooguit. Natuurlijk weet Bo ook wel dat hij nog niet alles alleen kan en zeker nog niet voor zijn dochter zorgen.

'Misschien is het wel het beste om die klus aan te nemen. Heb jij info?'

'Zal ik het hier laten liggen? Dan kun je het rustig door lezen.'

'Moet het echt ook die rol zijn? Is er niets anders?'

'Nee. Zij hebben laten weten dat zij jou speciaal voor deze rol in gedachten hebben. Het is een mooie rol. Het past wel bij jou. Het is ook een doorvechter. En net als jij ook een beetje koppig van karakter.'

'Koppig, dat heb ik niet van een vreemde he. Ik ben jou zoon.'

Het is voor het eerst die middag dat de vrouw even een glimlach laat zien.

'Ja, jij bent duidelijk mijn zoon. Ondanks dat je andere dingen zeer zeker alleen van je vader hebt.'

Zonder het uit te spreken weet Bo dat het over zijn drankgebruik gaat. Vader heeft zich jaren geleden al dood gedronken. Met zijn straalbezopen kop heeft hij de auto gepakt en is niet ver van hun huis met volle vaart van een viaduct gereden, zo het water in. Als kind heeft hij er veel last van gehad, nu is hij er aan gewend. Toch was het niet prettig om steeds in de prulnieuwskranten te lezen dat hij zijn vader achter na ging. In plaats dat het hem hielp van de drank af te blijven, heeft het juist als een stimulans gewerkt, het was de enige vluchtweg die hij kende, het eerste dat voor handen was in zijn omgeving. Overal waren flessen sterke drank, in hotel kamers, in winkels, op straat en bij de opnames van de films. Dat was makkelijker om te pakken dan drugs.

Essentie van leven is liefde.Stories to obsess over. Discover now