De geur van oude boeken komt me tegemoet wanneer we de kringloopwinkel binnenstappen. Mevrouw Hooybergh wist dat je er alleen maar kan pinnen, dus zijn we onderweg even langs de bank gegaan zodat ik de inhoud van Paris Hilton, mijn spaarvarken, op mijn rekening kon zetten. Ik voel naar het pasje in het verborgen vakje van mijn schoudertas en kijk nogmaals naar de uitgestrekte, rommelige winkel die voor me ligt. Hoe moet je hier in hemelsnaam ooit iets vinden wat de moeite waard is, vraag ik me af terwijl ik zo'n ouderwets trollenpopje op raap van de tafel naast me. Tussen zijn beentjes zit een gat zodat je hem op het uiteinde van een potlood kunt zetten. Ik haal mijn neus op en zet het terug. Waar mensen hun kinderen vroeger toch mee lieten spelen.
Mevrouw Hooybergh bewijst zich al snel als een heuse Yoda als het op Kringloopwinkels aankomt, en ik ben dankbaar dat ze mee is gekomen.
'Mensen denken altijd dat de spulletjes in de vitrine te duur voor ze zijn, maar die zijn net zo geprijsd als de rest van de spulletjes in de winkel. Kijk maar...' ze schuift met één vinger het glazen deurtje van de vitrine open. 'Ze zitten niet eens op slot.' Mevrouw Hooybergh haakt haar arm door de mijne en trekt me wat dichterbij om me een extreem gedetailleerd gebaksmesje te laten zien. 'Is die niet schattig?' vraagt ze.
Ik moet het uit mijn tenen trekken, maar het lukt me om haar enthousiasme te evenaren als ik instemmend knik. Het is alsof ik de hersencellen voel afsterven in mijn hoofd. Voor ons loopt Giel, rechtstreeks naar de gigantische boekenkasten die de rechterkant van de winkel domineren. Jaloers kijk ik hem na. Terwijl we langs de grote stellingkasten lopen, en mevrouw Hooybergh af en toe een prul oppakt om het wat kritischer te bekijken, geeft ze me een spoedcursus 'schatten jagen bij de kringloop'. Ik doe mijn best om op te letten, en interesse te tonen, maar om een of andere reden gaat mijn hart nu niet bepaald sneller kloppen van verzilverde kapspulletjes, porceleinen katjes en met roosjes beschilderd servies. Ik mik gewoon alles in mijn mandje waar mevrouw Hooybergh interesse in toont. Ik hoop maar dat het op haar overkomt alsof ik haar smaak deel, en niet als luiheid.
Twee uur later vertoont mevrouw Hooybergh nog geen enkel teken wat erop wijst dat ons bezoekje aan de kringloop er bijna op zit. We hebben dan ook nog niet eens de bovenverdieping gehad waar ze hele schattige accessoires verkopen. Ik weet niet of ik nog twee uur overleef tussen spulletjes die nog ruiken naar de vorige eigenaren. Ik ben kapot. Als je denkt dat het spitsuur van de Primark tijdens sale-seizoen intensief is, dan ben je duidelijk nog nooit in de kringloopwinkel geweest. In de twee uur dat we hier nu zijn heb ik twee oude vrouwtjes zien vechten om een item, ik heb een dame een tas uit het mandje van een andere klant zien pikken… ik heb gehoord hoe een vrouw haar vriendin of zus tot op het bot afkraakte om de jurk die ze aanpaste om het kledingstuk vervolgens voor zichzelf op te eisen. De concurrentie in een kringloopwinkel is moordend. Het maakt me des te nerveus wanneer mevrouw Hooybergh ons de kant van het koffiehoekje op stuurt voor een kleine pauze.
Er zitten al een oud vrouwtje en een Turkse man die ons vriendelijk toeknikken als we plaats nemen. Giel is in geen velden of wegen te bekennen. Toen ik hem voor het laatst zag, leek het alsof hij een dutje lag te doen in een van de banken in de showroom.
Ik ben heel erg klaar om af te rekenen en naar huis te gaan. Met klotsende oksels van inspanning zet ik allebei onze volgepropte mandjes op de grond naast me. Ze hebben een schitterende kast voorin de winkel waarin klanten hun mandjes neer kunnen zetten als ze te zwaar worden, maar mevrouw Hooybergh wilde daar niets van horen. Je kunt er nooit helemaal zeker van zijn dat alles er nog staat als je klaar bent met winkelen.
'Zo, lekker aan het winkelen?' vraagt het oude vrouwtje, die overduidelijk een voorliefde heeft voor de kleur rood. Ze neemt ons met een taxerende blik op. Ze heeft kleine oogjes waardoor ze er volgens mij vierentwintig uur per dag achterdochtig uit ziet. Ik forceer een glimlach en knik. 'Dat zie je niet veel het, jongelui bij de kringloopwinkel. Jammer hè eigenlijk.' ze nipt van haar koffie en richt zich op mevrouw Hooybergh.
'Ja, maar toch zien steeds meer jonge mensen in hoe belangrijk duurzaam leven is. Het raakt een beetje 'in' hè. Noem het vintage of brocante en opeens heeft de jeugd er wel oren naar.' De dame knikt instemmend. Ik doe mijn best om niet met mijn ogen te rollen. Er zijn maar weinig dingen zo irritant als oude mensen die klagen over de jeugd van tegenwoordig in het bijzijn van een tiener. Ik vis een handjevol kleingeld uit mijn broekzak en slenter naar de drankautomaat. Het is een luxe, met niet alleen koffie en thee, maar ook chocolademelk en Cup A Soup. Ik heb zin in iets zoets en bestel een warme chocolademelk en een kop koffie voor mevrouw Hooybergh. Als ik weer plaats neem aan tafel is het gesprek gelukkig over gegaan op een ander onderwerp.
'Ik kom hier wel een paar keer per week.' verteld de vrouw in het rood nu. 'Ze hebben niet alleen zoveel leuke spulletjes, maar het veranderd ook zo snel van aanbod. En je hebt er altijd wel buurt.' Ik doe net alsof ik meeluister maar richt in plaats daarvan mijn volle aandacht op mijn kopje chocolademelk. 'Vaak zie ik ook dingen die leuk zijn voor andere mensen en dan schuif ik ze naar de achterkant van de plank, of ik draai ze met de achterkant naar voren. Dan valt het andere mensen vaak niet zo op.' Mijn oren spitsen… Aan tafel worden zomaar geheimen van het kringloopwinkelen prijsgegeven en zonder dat ik het kan helpen ben ik zo alert als een roddeljournalist die Kim Kardashian op een scheet heeft betrapt. 'En wat ik ook vaak doe is boeken plat achter de andere boeken leggen, achterop de plank. Dan zien andere mensen ze niet en dan hoef ik mijn schoondochter maar te vertellen waar ze moet zoeken en dan ligt het er meestal nog.' Ik merk aan de vrouw dat ze ervan geniet om haar slimme plannetjes met ons te delen. Ze voelt onze onuitgesproken bewondering voor haar tactiek, zonder dat ze in de gaten heeft dat de kans groot is dat wij deze tactiek in de toekomst tegen haar gaan gebruiken.
Zodra we onze warme drankjes op hebben staat mevrouw Hooybergh erop om nog een rondje langs alle schappen te maken en extra te letten op spulletjes achterin en achterstevoren de planken.
Precies wanneer we klaar zijn om te gaan verschijnt Giel weer met een stapel boeken en elpees in zijn mandje. Als ik hem vragend aankijk haalt hij alleen maar zijn schouders op en mompelt:
'Nu we er toch zijn hè.'
Zelf heb ik uiteindelijk drie mandjes afgeladen met spulletjes voor in mijn nieuwe webwinkeltje. Mensen die achter ons moeten aansluiten in de rij voor de kassa werpen ons hatelijke blikken toe, en wanneer ik merk hoe traag de kassière werkt kan ik ze dat niet eens verwijten. Het is ruim twintig minuten later als we alles in de kofferbak laden van de Honda Jazz van mevrouw Hooybergh.
Ze biedt aan om de spulletjes vanacht bij hun thuis te houden, dan mag ik morgen haar mini-fotostudio -wat niet meer is dan een vierkant van witte stof waarvan één zijde ontbreekt- gebruiken om alles mooi op de foto te zetten. Ik neem haar aanbod dankbaar aan en fiets tevreden naar huis.
Het is al half zeven als ik de achterdeur achter me dichttrek. Gezien het ouderlijk gezag nog altijd aan het bakken is op een of ander exotisch strand neem ik niet de moeite om mijn tas op te hangen. In plaats daarvan hang ik hem over de leuning van een van de eetkamerstoelen. Ik ben al weer halverwege onderweg naar de woonkamer als ik plotseling bevries. Heel langzaam draai ik me om naar de eettafel. Ik moet het me verbeeld hebben. Zo niet, dan moet ik zo snel mogelijk onopgemerkt het huis weer verlaten.
'Zoek je deze?' Megan verschijnt in de deuropening die naar de keuken leidt. Met grof geweld mept ze met het tafelkleed naar mijn hoofd. Ik probeer mijn gezicht zo goed mogelijk af te schermen, maar ze weet me toch een aantal keer met een harde 'PETS' te raken. 'DACHT JE DAT IK HET NIET ZOU MERKEN!' tiert Megan, die er gevaarlijker uitziet dan een razende Bokito! 'HOE GA JE DIT OPLOSSEN!' 'IK VERTIK HET OM HIERVOOR OP TE DRAAIEN!' 'HOE GA JE DIT OPLOSSEN!'
'Ik ga een nieuwe tafel kopen.' antwoord ik, mijn stem jammer genoeg lang niet zo zelfverzekerd als ik graag had gewild. Megan moet dat ook gemerkt hebben, want met een blik vol ongeloof een een pijnlijk gebrek aan vertrouwen in haar kleine zusje kijkt ze me met opgetrokken wenkbrauw aan.
'Een nieuwe tafel?' haar stem is nu poeslief, en dat is nog veel gevaarlijker. Er zijn verschillende roofdieren die pas toeslaan wanneer ze hun prooi een vals gevoel van veiligheid hebben gegeven, waardoor ze minder alert zijn op het dreigende gevaar. 'En. Hoe. Dan?'
'Vertrouw me nou maar.' De blik op Megans gezicht veranderd van blinde razernij in 'geloof je het zelf?' en ik wend geërgerd mijn blik af.
'Als je het maar oplost voor ze thuiskomen, want zo niet...' de rest van het dreigement laat ze onuitgesproken tussen ons in hangen. Ze weet dat mijn fantasie de hare grandioos overtreft en dat ik dus veel ergere gevolgen kan bedenken dan waarmee zij ooit zou kunnen dreigen. Zonder me de gelegenheid te geven om met een scherpe comeback te komen draait ze zich om en stapt ze met vastberaden passen de eetkamer uit.
Ik trek mijn slaapkamerdeur met zoveel geweld achter me dicht dat het hele huis erval lijkt te trillen. Mijn handen jeuken om mijn zus iets aan te doen. Ze weet dat sarcasme en humor de beste middelen zijn om het bloed onder haar nagels vandaan te halen, en die kans heeft ze me ontnomen door het huis uit te stormen. Ik haat het om niet het laatste woord te hebben. Gefrustreerd verwissel ik mijn spijkerbroek voor een comfortabele joggingbroek, en laat ik me op mijn bed vallen. Ik lig een paar minuten gedachteloos naar het plafond te staren wanner het tripje naar de kringloopwinkel opeens door mijn hoofd schiet.
'Je kunt eigenlijk nooit de mist in gaan met zilver, koper, brons of porcelein.'
'Je moet niet zomaar langs de schappen lopen, maar ook door de spulletjes op de planken rommelen want anders zie je de beste spulletjes over het hoofd.'
'Nooit je mandje in de kast zetten.'
'Kijk door het vuil heen. Sommige dingen zijn weer zo goed als nieuw met wat liefde en aandacht.'
Geïrriteerd laat ik de wijze lessen van mevrouw Hooybergh door mijn gedachten zweven. Ik weet dat hoe meer ik probeer ze te weerstaan, des te hardnekkiger echoën ze door de krochten van mijn hersenen.
Ik vraag me af of ik vandaag leuk vond. Ik… Felicia Gerbrandy, die stiekem heeft genoten van -de horror- shoppen met mevrouw Hooybergh. Dat is zo… meisjesachtig. Kreunend draai ik me op mijn buik en trek ik mijn kussen over mijn hoofd. Ik wil het niet toegeven maar het is waar; ik wordt waarachtig enthousiast van het idee van mijn eigen webwinkeltje. Ik merkte al dat ik aan het dagdromen was over mijn winkeltje toen ik van Gieltje naar huis fietste. En nu ik hier lig moet ik heel hard mijn best doen om niet achter de computer van mama en Pascal te kruipen om naar schatten te speuren op Marktplaats.
Ik schiet overeind. Wat maakt het ook uit. Met Megan de deur uit is er niemand die me kan betrappen op meisjesachtig gedrag als ik een klein beetje online ga shoppen. Trouwens het is Marktplaats. Ik vind eigenlijk dat ik me pas moet schamen als ik snak naar een shop-uitje in de P,C. Hooftstraat.