Proloog

37 5 3
                                        

Aan de rand van een elfenbos bij de oude boom Aurea liggen drie elfenkinderen. Het oudste elfenkind is een meisje met rode krullen en knal groene ogen van ongeveer twaalf jaar oud, het middelste kind is een jongen met blond, bijna wit, stijl haar en ijsblauwe ogen van ongeveer negen jaar oud en de jongste is een meisje met bruin golvend haar en diep, zeeblauwe blauwe ogen van ongeveer vijf jaar oud.

Het is diep in de nacht dus de kinderen slapen. Het is stil en donker in het bos, maar dan wordt die rust ineens verstoord.  Er klinkt ineens het trillen van de pees van een boog. Niet één keer, maar heel vaak achter elkaar. Verschillende kreten klinken door het bos. Daarvan schrikt het oudste kind op. Zij maakt de anderen wakker. De middelste vraagt aan de oudste wat er aan de hand is en wat ze moeten doen. De oudste antwoordt hierop maar de jongen is het daar niet mee eens en ze krijgen ruzie. Maar terwijl zij ruzie hebben loopt de jongste weg. Ze loopt in de richting van waar de bogen klonken. Dit geluid is inmiddels veranderd in het geluid van staal op staal. De oudste heeft het door en fluistert Elarian, maar hier reageert de jongste niet op. De oudste gaat iets harder fluisteren maar dat werkt ook niet. Dan rent ze naar haar toe en ze schreeuwt Elarian, maar de jongste begint ook te rennen. De oudste raakt in paniek. Ze draait zich om en wil de middelste om hulp vragen, maar die is er niet meer. Er is wel iemand anders met een zwaard in zijn handen. Hier zal ze wel even druk mee zijn.

Ondertussen is de jongste gestopt met rennen en loopt langzaam naar de plek van het lawaai. Daar ziet ze twee elfen die aan het vechten zijn met een groep andere personen. Ze wil zich om draaien maar dat lukt op de een of andere manier niet. Dan klimt ze een boom in. Ze blijft daar zitten kijken met tranen in haar ogen. De elfen vechten met mooie sierlijke zwaarden en spreken af en toe wat woorden uit. En er storten steeds meer personen neer. Vanzelf vliegt er iets door de lucht, wat alleen het meisje in de boom opvalt. Het komt op de grond aan de voet van de boom terecht. Het meisje klimt uit de boom, pakt het op en rolt het even door haar handen. Achter haar hoort ze een takje kraken en ze draait zich met een ruk om. Achter haar staat en persoon met een zwaard in zijn handen. Het elfenmeisje klimt gauw een boom in maar het persoon is te snel en grijpt haar bij d'r voet. Één van de elfen roept iets en de man stort dood neer en trekt het meisje mee. Haar scheenbeen schuurt tegen een boom aan en er stroomt bloed uit een schaaf wond. Er wellen tranen op in haar ogen. Ondanks dat gaat ze de boom weer in en klimt van boom naar boom. Vanzelf komt ze een jong boompje tegen. Daar stopt ze het ding tussen twee takken. Ze kijkt verschrikt om zich heen als ze achter haar iets hoort ritselen. Ze ziet niks en gaat dan via de bomen terug en klimt ze ook weer naar beneden. Ze loopt dan weg van het gevecht, maar ze hoort iets achter haar. Ze draait zich om en ziet dan dat beide elfen overmeesterd zijn. Ze worden tegelijkertijd onthoofd. En als ze worden onthoofd gilt het meisje. Alle personen kijken om naar haar.

ElarianDonde viven las historias. Descúbrelo ahora