~Je faalt alleen als je opgeeft~
-Japanse Wijsheid
"Avril. De Dark Lord wil je spreken!" De stem van mijn vader galmt door de ruime hal. Zuchtend sta ik op uit het bed in het kleine logeerkametje. Ik kijk snel in de spiegel en een meisje staart terug, met een te wit gezicht en vermoeide ogen.
Er is niet genoeg tijd om make-up op te doen, de Dark Lord wacht. Ik trek snel het zwarte masker over mijn hoofd, en doe het gelijk gekleurde gewaad aan, en loop door de donkere gangen van Malfoy Manner naar beneden.
Ik kom aan in een grote zaal, die nu word gebruikt als vergaderkamer. "Ah, Avril. Ga zitten, ik heb een klus voor je." zegt een stem waar ik de rillingen van krijg. Ik buig, en ga op de stoel zitten die Voldemort aanwees. Hijzelf zit aan het hoofd van de tafel, aan een grote stoel wat meer wegheeft van een troon. Ik kijk hem aan, terwijl mijn hart in mijn keel bonst. "Ik wil dat je met een paar Snatchers meegaat. Ze vangen niet veel Mudbloods meer de laatste tijd." zegt hij, met zijn lip gekruld in iets wat ik maar voor een gemene glimlach aanneem. "Is goed, My Lord." "Maar doe je masker op, en hou hem ten alle tijden op. Ik wil niet dat iemand je ware identiteit kent." Nog een keer buig ik, maar ik blijf bij de deur staan. Vorige keer ging een Deatheather gelijk weg, wat Voldemort niet accepteerde. Ik trouwens ook niet, je weet niet half hoe zwaar het is om een heel lichaam te begraven. 'Je mag gaan. De Snatchers wachten buiten op je." zegt hij dan geïrriteerd. Snel loop ik weg, check of mijn masker goed zit, en ik loop door de donkere gangen naar buiten.
Ik ben al veel te lang een Deatheater. Bij de Eerste Tovenaarsoorlog had ik al geholpen juist omdat ik pas een klein kindje was. Toen werd ik gebruikt om geen aandacht te trekken. Een gemaskerde man met een baby op zijn arm is toch iets minder opvallend. Toen Voldemort iets meer dan 2 jaar terug weer herrees, kreeg ik mijn Dark Mark. Ik was toen pas 17, dus ik zat toen nog op school. Hoe ik alles verborgen heb gehouden weet ik niet meer. Alles is heel snel gebeurd sinds die tijd, veel te snel.
Buiten staan de Snatchers er al. "Dus met jou moeten we het doen? Kom mee." zegt de langste, en tevens smerigste, dominant, Scabior heet hij. Twee Snatchers pakken mijn hand, en we Verdwijnselen.
Gelijk als we aankomen laat ik de vieze handen los en wil ik mijn hand wassen, want de Snatchers zijn niet erg fris. We lopen door een groot bos, vol grote bomen, waar maar weinig licht door heen komt. Het is een wonder als je hier mensen van een afstandje kan spotten. Ik herken de plek als het bos waar drie jaar geleden het Quidditch tournooi was, een dag waarmee het begin van een ellendig tijdperk begon.
"Hier, voetsporen." zegt een van de weerwolven van de groep na een paar minuten. De groep was maar een bij elkaar geraapt zooitje. Er waren twee weerwolven, nu niet getransformeerd, en drie Snatchers, en ik dus, een Deatheather.
Een van de Snatchers gebruikt een toverspreuk die ik niet goed kan verstaan. "Hier is magie geweest." zegt hij, terwijl zijn lippen omkrullen in een gemene glimlach. Snel wend ik mijn blik af, en loop door. Waarheen we lopen weet ik niet, maar na een tijdje geeft de toverstok van de Snatcher een groene gloed. "Ze zijn hier dichtbij, pak je toverstokken allemaal!" Ik trek mijn toverstok, maar ik zie niks. Opeens ziet een van de weerwolven iets, en sprint naar de rechterkant toe. Gelijk zie ik een jonge vrouw en een kind. De vrouw neemt niet eens de moeite om weg te rennen. Ze staan stokstijf stil, bang voor wat er gaat komen. Ik ren naar ze toe, en een van de twee weerwolven, Ace, en ik komen tegelijkertijd aan. De weerwolf werkt de vrouw tegen de grond, en ik pak haar kind, een meisje van rond de 8 jaar, vast. "Naam?" zegt Ace. "Clémentine Hare." zegt ze trillend. "En dochtertjelief?" zegt Ace. "Neomi Hare." "De vrouw staat op de mudblood lijst. Het kind is van twee mudblood ouders, staat geen beloning op. Vermoord het kind maar." zegt Scabior. "Nee!! Niet mijn dochter! Ik doe alles!" gilt de vrouw. "Stil, of ook een groene straal voor jou." zegt Ace lachend. "Jij, meisje, vermoord dat kind." zegt Scabior minachtend. Ik slik. Ik heb nog nooit iemand vermoord, of überhaupt een Onvergeeflijke Vloek gebruikt, want meestal werd ik alleen als spion gebruikt. "Ik moet de vrouw en het kind meenemen naar Malfoy Manor, volgens mijn orders." zeg ik met een brok in mijn keel. "Wat een onzin. Je hebt geluk." zegt Scabior, dat laatste tegen de nog steeds gillende vrouw. "En kap met gillen! Ik krijg er hoofdpijn van!" roept een van de Snatchers geïrriteerd. "Mietje." reageert de andere Snatcher. Ik besteed geen aandacht aan hun gekibbel, mijn hersenen werken op volle toeren. De vrouw ligt nu druk te snikken. "Crucio!" Roept Scabior. "Aaah!!" De vrouw gilt als ze de lucht in word gegooid. Het meisje kijkt er met grotere ogen naar, krijgt een pruillip, en begint dan hard te huilen. "Ach schatje, wil jij ook?" zegt Scabior quasi-bezorgd tegen het meisje. De vrouw ligt op de grond, en het meisje heb ik nog steeds angstvallig vast. Zonder iets te zeggen trek ik de vrouw omhoog, en ik bind haar met een spreuk vast, zodat ze helemaal is vastgesnoerd. Ze kijkt me met afgrijzen aan, en dezelfde blik krijg ik van de Deatheathers, omdat ik hun prooi afpak. Maar dat laatste doet me niks. Met nog een blik op de Deatheathers, degene die ik ironisch genoeg altijd heb vertrouwd, pak ik de vrouw vast en Verdwijnsel. Ik kom met de vrouw en haar dochter een eindje van Malfoy Manor aan. "Alsjeblieft! Neem mij maar mee, maar niet mijn dochter!" roept de vrouw. "Stil!" sis ik haar toe. Ik ben aan het nadenken, want als ik de vrouw en dochter inlever bij Malfoy Manor, word de dochter eten voor de weerwolven, en gaat de vrouw naar Azkaban, wat maar weinige overleven. Het meisje kijkt me met tranen in haar ogen aan: "Alstublieft mevrouw, laat mama gaan." Ik kijk het meisje met vochtige ogen aan. Ik heb mijn moeder jaren geleden vermoord zien worden en het doet zo veel pijn als ik ervoor zorg dat dit meisje hetzelfde ondergaat. Diffindo. zeg ik zacht. De touwen van de vrouw snijden los. "Verdwijnsel ver weg, naar een ander land. Hier gaan ze je vinden." zeg ik bars. Op dat moment valt mijn masker af. Oh nee! Vloekend in mijn hoofd pak ik het masker. Snel zet ik het weer op, maar het maakt al niet meer uit. "Je bent heel jong." zegt de vrouw. "Knap gezien." zeg ik sarcastisch. "Maar nu wegwezen." De vrouw pakt, met nog een laatste blik op mij, haar dochter, en Verdwijnseld.
JE LEEST
I'm bad, and I like it {Voltooid}
Fanfictie"Een beweging en ik vermoord je." zegt de linker jongen. "We moeten haar sowieso vermoorden, wie weet wat ze nog kan aangerichten, of wie ze al heeft vermoord." Avril Nott is een 21 jarige Deatheather, die mee gaat naar de Battle of Hogwarts. Overle...
