Proloog

12 1 0
                                        

'Waar is het gebleven?' Vraag ik mezelf af. Zoekend kijk ik mijn kamer rond. Ik hoop maar dat de schoonmaakster hem niet heeft kwijt gemaakt. Lichtelijk in paniek gooi ik alles omver. Mijn moeder komt mijn kamer binnen en kijkt met grote ogen naar de verschillende hoopjes rotzooi. 

'Wat ben jij aan het doen? De schoonmaakster is net weg en jij maakt er een zooi van!' Roept mijn moeder geïrriteerd. 

'Ik zoek een ketting.' Leg ik uit. 'Weet jij misschien waar die is gebleven? Het is een goeden ketting met een klein medaillon eraan.' Mijn moeder schud haar hoofd.

'Nee, alleen een lelijk oud ding die ik op de keukentafel vond.' Ik spring overeind.

'Dat is hem! Waar heb je het gelaten?' 

'In het rommellaatje.' Zo snel ik kan sprint ik de trap af en trek ik het zo gehete "rommellaatje" open. Al snel zie ik het gouddensieraad. Ik loop naar de bank en ga in de kleermakers zit zitten. Ik open het medaillon en zie de foto van ons. De foto van ons op onze plek. Alle herinneringen die we samen hebben beleefd schieten door mijn hoofd. Mijn hart gaat sneller kloppen als ik aan hem denk. Ik denk dat ik voor het eerst écht verliefd ben. Ik sluit het medaillon en doe het om mijn nek. 

'Nova de bel gaat!' Daar is hij. Met vlinders in mijn buik doe ik de deur open.



Not That EasyWhere stories live. Discover now