Het was een warme dinsdagavond, de zon scheen tussen de bomen door en de geur van het verse gemaaide gras liet me denken aan betere tijden.
De kleuren van de lente waren goed te zien in de bloesem in de bomen, en de bloeiende bloemen langs de weg.
De kinderen van de basisschool om de hoek waren tikkertje aan het spelen op het grasveld, ik herkende één van de vaders van de kinderen.
Ik zat rustig een peuk te roken op de bank bij het grasveld, tot mijn verbazing er een man op me afliep.
Het was die vader die ik herkende.
Met grote stappen liep hij op me af, brede schouders, opgeheven hoofd, ik wist niet wat me overkwam.
"Wat moet dat hier?" schreeuwde hij.
"Wij moeten niks hebben van die vieze mannetjes die naar kinderen kijken bij een grasveldje".
De man, bijna een kop groter dan mij, greep me bij mijn arm en keek me boos aan.
"Meneer, het spijt me zeer, maar ik kwam hier gewoon om te genieten van het mooie weer en de natuur!".
Ik slikte een keer, keek de man met bange ogen aan en bibberde van de angst.
De man keek me aan, inspecteerde even goed hoe ik eruit zag en nam eindelijk een stap terug.
"Ach kom op joh, ik ben het man! Henry!"
Henry ging naast me zitten op het bankje en sloeg hard tegen mijn rug.
Opgelucht en nog bij aan het komen van mijn verhoogde bloeddruk en hartkloppingen, probeerde ik een halve glimlach op mijn gezicht te krijgen.
"Henry?! Ja, van zomerkamp van de middelbare toch? Hoe is het met je man? Lang niet gezien."
Ik probeerde me zo goed mogelijk op te stellen, voordat deze oude bekende me een kop kleiner slaat.
"Het leven zit niet mee man. Mijn vrouw is recentelijk overleden, mijn kind is chronisch ziek, ik ben vorige week ontslagen van mijn baan en sta op het punt om uit huis geplaatst te worden. Maar verder gaat het prima."
"Wauw, Henry, dat is niet niks man! Wat kan ik voor je doen? Je kan misschien een paar dagen bij mij overnachten."
Ik had eigenlijk helemaal geen zin om deze, eigenlijk wildvreemde man met zijn kind, zomaar een paar dagen bij mij te laten overnachten.
"Gozer, na al die jaren komen we elkaar weer tegen, hier in het park.
Ik met mijn kind en jij met je peuk. Nu je dit zo voorstelt, wauw, je bent echt een held man! Nu hoef ik niet met mijn kind in een doos onder een brug of zoiets te leven!"
Henry, de grote en imposante man, barstte in tranen uit. Hij klemde zijn armen om me heen en wurgde me bijna van blijdschap.
"Wat had ik dan moeten doen? Ze gewoon op straat laten leven? Onder een brug ergens?" dacht ik bij mijzelf. "Dat zou ik toch niemand willen aandoen?!"
"Henry! Henry! Stop nou even, laat me even los oké?" proestte ik met moeite uit.
Henry zijn grip verzwakte en hij kwam weer tot rust, naast me op het bankje.
Een aantal ouders keken al verbaasd naar ons, twee volwassen mannen die zaten te knuffelen en te huilen op de bank. Een paar ouders hielden zelfs de handen voor de ogen van hun kind.
"STELLETJE HOMO'S" riep een vader naast het grasveldje.
Henry haalde zijn neus op, keek vol woede naar de vader die naar ons schreeuwde, en stormde op hem af.
"WAT ZEI JE OVER MIJ? Ik ben hier met mijn zoon, mijn vrouw is dood, en waarom gaat dit jou eigenlijk wat aan?"
"Ja, smoesjes, leugens, ik zag je wel knuffelen met die vent daar." zei de vader nonchalant.
Henry werd boos, zo boos dat zijn aders in zijn nek begonnen op te zwellen en zijn hoofd werd steeds roder en roder.
"Hier, mensen, moet je zien, die homo wordt boos omdat hij niet kan tegen een beetje kritiek."
Henry knapte, hij haalde uit met zijn rechter vuist en sloeg de man vol op zijn neus.
Ik hoorde, ondanks dat ik er een eindje van af stond, een lichte krak.
"Die neus is gebroken" dacht ik.
De bijstanders waren verbaasd, de kinderen op het grasveldje begonnen tegelijkertijd te huilen en een paar moeders belden al in paniek de politie.
"Papa, waarom ben je boos?"
Henry draaide zich om, keek zijn kind aan en smeltte als een ijsje in de zon.
Hij kwam eindelijk weer tot rust, maar helaas was dit al te laat.
Ik hoorde de sirenes van de politie al dichterbij komen.
Henry hield zijn zoon in zijn armen, terwijl de vader met de gebroken neus langzaam weer bijkwam, met zijn gezicht onder het bloed.
De politie was gearriveerd, ze zagen de bebloede man en hij wees naar Henry.
Ik gooide mijn peuk nog weg, om naar de politie te stappen en zijn situatie te verdedigen.
Maar ik was helaas te laat.
Die ene dinsdagavond, was de laatste keer dat ik Henry heb gezien.
Zijn chronisch zieke zoontje is beland in een weeshuis en Henry zit jaren vast voor poging tot doodslag.
YOU ARE READING
Korte verhalen
Short StoryIn deze verhalenbundel probeer ik mijn schrijfkunsten weer aan te wakkeren. Het is lang geleden dat ik voor het laatst iets dergelijks heb ondernomen, het werd weer tijd voor nieuwe verhalen!
