Het begon buiten al schemerig te worden. Mijn vader was nog steeds niet terug. 'Waar blijft hij? Hij is al ruim 3 uur weg!', denk ik. Ik kijk door het raam naar buiten. Het waait erg hard en het begint te miezeren. Ik kijk naar het picknicktafeltje. O nee, daar ligt mijn jas nog! Ik sta op, trek mijn schoenen aan en loop naar buiten. Ik pak mijn jas. Op datzelfde moment hoor ik geritsel. Ik kijk rond, maar ik zie niks. Ik hoor weer geritsel en zachte voetstappen. Ik heb het gevoel dat iemand me besluipt. Ik draai me heel langzaam om, en kijk recht in de ogen van een hert. Ik schrik en geef een gil. Het hert rent weg en ik blijf verstijft staan. Dan begint het harder te regenen. Ik loop weer terug naar binnen, hang mijn jas op en trek mijn schoenen vol modder uit. Dan plof ik op de bank en zet de televisie aan. 'Mhm, wat zal ik eens kijken?' Ik zet CSI New York op. Ineens krijg ik een berichtje. Het is van mam. Ik open het bericht. Er staat: "Hallo lieverd, Is het een beetje gezellig daar samen met papa?" Ik stuur terug: "Hij is nog niet terug gekomen. Weet jij misschien waar hij is?" "Hij heeft wel tegen mij gezegd dat er een vos de kippen van boer Jan heeft kapot gebeten. Allemaal! Ik denk dat hij dan daar is. Misschien is hij ook even daar koffie drinken. Hij zal zo wel komen." "Oke.", antwoord ik terug. Ik zet mijn mobiel uit en kijk weer naar de tv. Ik krijg een koude rilling over me heen. Brrr, ik heb toch alle ramen dicht gemaakt? Ik kijk rond. Alle ramen zijn dicht, behalve het kleine raampje aan de achterkant van het huisje. Voor dat je bij het raampje komt, moet je door een smalle donker gang lopen. In die gang zitten 4 deuren. De 2 deuren aan de linkerkant leiden naar 2 slaapkamers en de andere 2 deuren aan de rechterkant leiden naar het toilet en een washok. Ik ben nog nooit in het washok geweest, want mijn vader heeft er 3 jaar geleden een slot op gemaakt. Hij deed er altijd heel geheimzinnig over, alsof ik daar in trap. Ik heb ooit geprobeerd hem open te maken, maar op dat moment kwam mijn vader binnen. Ik ben toen snel naar de bank gerend. Hij had niet eens gemerkt dat ik toen mijn haarspelt in het slot had laten zitten. Ik sta op en loop rustig naar het kleine raampje. Ik kijk even naar buiten en maak dan het raampje snel dicht. Er zitten geen gordijnen voor, dus hang ik er altijd een handdoek voor. Ik loop snel naar de andere raampjes en maak de gordijntjes dicht. Ineens hoor ik een zacht gekraak. Alsof er een deur langzaam wordt open gemaakt. Ik kijk naar de 4 deuren in de gang. Niks. Dan kijk ik naar de voordeur. Hij staat op een kiertje. Ik loop langzaam naar de voordeur en kijk even naar buiten. Ik zie niks. Dan kijk ik naar onder. Voetstappen, van een mens. Zou mijn vader er zijn? Ik roep een paar keer pap, maar er komt geen antwoord. Ik sluit de deur en loop weer terug naar de bank. Bzzz bzzz bzzz gaat mijn telefoon. Er staat anoniem. Iemand belt mij, maar wie? Ik staar naar mijn scherm. Ik besluit op te nemen. "Hallo?", zeg ik met een bibberende stem. "Hallo lieverd, met pap!", zegt een blije man aan de andere kant van de telefoon. "Heej pap! Waar ben je?" "Ik ben nog bij boer Jan, maar ik vertrek zo. Red je het nog even in je eentje?" "Ja pap, tuurlijk. Zorg jij nou maar dat je aanrijdt, dan ruim ik de rotzooi van de houseparty even op.", zeg ik lachend. "Houseparty? Wat denk jij wel niet jongedame! Je houdt een houseparty zonder mij? Had mij toch even uitgenodigd!" "Hahaha ja sorry pap, volgende keer!" "Houd ik je aan.", zegt hij lachend. "Ik maak wel alvast wat eten warm. Je zult wel honger hebben." "Och wat lief van je! Ja, ik heb inderdaad honger." "Oke pap, rijdt nu maar aan" "Doe ik. Tot zo!" En hij hangt op. Ik loop naar de koelkast, pak een kant-en-klaarmaaltijd en stop het in de magnetron. Ik loop weer terug naar de bank. Ineens, zonder reden, krijg ik het gevoel alsof iemand naar me kijkt. Ik kijk langzaam om me heen. Alle ramen zijn bedekt, behalve het grote raam langs de deur. Ik kijk naar buiten. Ineens zie ik 2 grote gele ogen mij aankijken vanuit een bosje. Ik sta stil, compleet stil. Mijn hart bonkt in mijn keel. Dit kan geen vos zijn en ook geen hert. Vleermuizen hebben niet zoon grote ogen, eekhoorntjes zijn veel kleiner dan waar de ogen zitten en vogels hebben denk ik geen grote gele ogen. Dan hoor ik een auto aankomen. Het is mijn vader. Ik kijk terug naar het bosje waar de ogen zaten, maar ze zijn verdwenen. Mijn vader komt binnen en geeft me een kus op mijn voorhoofd. 'Heb je het gered alleen?', vraagt hij. 'Ja pap, ik ben geen klein meisje meer.' 'Mooi, wat heb je in de magnetron zitten?' Shit de magnetron! Ik heb de kant-en-klaarmaaltijd er nog in zitten! Het zou nu wel verbrand zijn. Ik maak de magnetron open en haal een zwarte macaroni maaltijd eruit. 'Je eten..', antwoord ik. Mijn vader begint te lachen. 'Meisje toch! Ben je vergeten het eruit te halen.' 'Haha ja oepsie.' 'Maakt niet uit. Laten we naar huis gaan. Misschien heeft je moeder nog wel wat avondeten in de koelkast liggen.' Ik trek mijn schoenen en jas aan, maak de televisie en de lichten uit en loop met mijn vader mee naar buiten. Hij sluit de deur af en in een oogopslag zie ik weer die grote gele ogen. Mijn vader zit al in de auto. 'Nina, kom je?', roept hij. 'Ja, ik kom', zeg ik zacht en ik ren naar de auto. Ik stap in en mijn vader vraagt meteen: 'Waarom stond je daar zo stil? Zag je iets?' 'N.. n.. nee hoor.', stotter ik. 'Oke, dan is het goed.', zegt hij. Hij start de auto en we rijden naar huis.
JE LEEST
Bosgeheimen
WerewolfNina is 17 jaar, zit in haar examenjaar en is de dochter van een boswachter. Ze gaat in haar vrije tijd altijd mee met haar vader naar het bos. Meestal is dat in de middag. Maar op een dag werd haar vader opgeroepen door de politie, omdat er lijk is...
