'Ellis'

40 3 0

Als het maandag is ben ik voor de eerste keer in mijn leven blij dat ik weer naar school moet. Ik neem me voor om extra goed op te letten in de lessen zodat ik nergens anders meer aan hoef te denken. Maar als ik eenmaal op school ben teken ik, zonder het te beseffen, haar galaxi gympen en het blauwe jurkje dat ze op onze eerste ontmoeting droeg.
Ik teken het jurkje doorweekt door de regen -maar dat is niet het enige- het lijkt verdrietig te zijn.

Ik word gek.

~

Thuis gooi ik mijn rugzak in de hoek en ga naar boven. Ik leer wat woordje Frans die niet blijven hangen, eet meer chocola dan goed is. Langzaam pak ik het leven voor haar ontmoeting weer op.

Totdat.

Kling!

Zuchtend sta ik op en loop naar de deur. Als ik door het raampje kijk en ik het lange bruine haar zie (hetzelfde als ik) krijg ik zowat een toeval. Punt uit met het leven dat ik weer op wilde pakken. Dat valt nu ook al in duigen.

Snel druk ik me tegen de muur aan in de hoop dat ze me niet gezien heeft. Ik weet wel beter, ik stond haar daarnet uitgebreid aan te gapen.

"Ik heb je wel gezien." Ze begint plagerig te praten maar gaat dan met geïrriteerde stem verder. "Doe niet zo flauw. Ik heb je gezien, je stond daarnet voor de deur."

Kan ik dit wel doen?
Haar zomaar buiten laten staan terwijl ze me heeft gezien?
Iedereen verdient een tweede kans.
Een tweede kans kan geen kwaad, toch?

Dus zwaai ik de deur open. "Zie je wel. Ik wist wel dat je er was. Waarom duurde het zo lang." Ik beantwoord haar glimlach niet en doe de deur dicht, loop naar de bank en ga zitten. Zij komt gewoon naast me zitten.

'Wat kom je doen?' Mijn stem klinkt kil en afstandelijk. Ik probeer het vriendelijker te vragen. 'Waarvoor kom je?'

Ze kijkt me wazig aan.

'Eigenlijk heet ik Ellis.'

Ik ben verrast, ik weet niet waarom maar omdat ze zo erg op me lijkt heb ik aangenomen dat ze ook de zelfde naam heeft. Vroeger geloofde ik dat tweelingen altijd hetzelfde heetten.
Mijn lippen vormen de letter o.

Ik zie dat ze -Ellis- zenuwachtig aan haar mouw frunnikt.
Snel kijk ik naar mijn eigen vingers.

Precies hetzelfde.
Scary.

Geschokt kijk ik haar aan. Ze glimlacht alleen naar me. Ze weet dingen. Ellis weet dingen waar ik geen weet van heb. Over óns. Vragend kijk ik haar aan.

"Jij bent eerder geboren. Daarom. Daarom hebben ze jou gehouden."

'Maar waarom, ooit, haal je een tweeling uit elkaar? Hoe bedenk je het?'

Ellis haalt haar schouders op. "Ik weet niet alles." Ze zegt het met een glimlach op haar gezicht maar ik zie de pijn in haar ogen.

'Kunnen we het ze niet gewoon vragen?'

"Wat denk je zelf!" Opstandig staat ze op en begint te ijsberen. "We moeten wraak nemen op wat ze ons aangedaan hebben.."

'Wat? Nee! Waarom?'

"Jij bent echt traag van begrip, hé. Ik heb dit al ooit verteld maar omdat je zo graag nog een keer wil horen wat onze ouders gedaan hebben zal ik het je nog een keer vertellen."

'Ja, ik weet het. Ze hebben onze jeugd afgepakt blablabla... Dat betekent toch nog niet dat we wraak moeten nemen. Volwassenen hebben altijd een goede reden voor iets, toch? Ze hadden misschien niet genoeg geld of geen ervaring met twee kinderen. Alles heeft een reden.'

"Niet alles." Ellis kijkt me ijskoud aan en er lopen rillinen over mijn rug.
'We kunnen toch op zijn minste ernaar vragen?'
"Nee! Daar hebben we de tijd niet voor." Ze kijkt me woedend aan en ik vraag me af of ik zo kan kijken.

'Welke tijd?' Ik vraag het toch maar.

"Tijd voor óns plan."

PleunLees dit verhaal GRATIS!