Hoofdstuk 41

185 13 3
                                        

Alles is zwart, maar toch kan ik alles horen wat er om me heen gebeurd. Ik moet bijna kokhalsen door de pijn in mijn buik. Ik probeer te schreeuwen, maar het lukt niet. Ik probeer mijn ogen te openen, maar het lijkt alsof ze aan elkaar vast geplakt zijn. Mensen schreeuwen paniekerig tegen elkaar, maar ik kan niet verstaan wat ze zeggen. Dan vervagen de stemmen, en ik zak weg in een diepe slaap.

Ik hoor vaag iemand snikken. Ik wil overeind gaan zitten, maar het lijkt alsof mijn eigen lichaam me tegen houd om te bewegen. 'Sascha...' Het is Thomas. Zijn stem klinkt gesmoord van het huilen, en mijn hart breekt. 'Word alsjeblieft wakker...' Ik voel een warme traan op mijn gezicht vallen. Ik voel Thomas' warme hand op mijn gezicht die voorzichtig de traan weg veegt. Wanhopig probeer ik mijn hand op te tillen om Thomas te laten weten dat ik hem hoor. Thomas snakt naar adem. Ik hoor een stoel met een vals geluid over de vloer schrapen, en Thomas' voetstappen sterven langzaam weg. Even later hoor ik Thomas opgewonden tegen iemand praten. 'Ze bewoog haar vinger! Misschien wordt ze wel wakker!' roept Thomas. Iemand lacht, maar ik weet niet wie het is. 'Het kan toch!' zegt Thomas verontwaardigd. Dan worden de stemmen van Thomas en de andere steeds zachter en ik val weer in een diepe, dit keer pijnloze, slaap.

Als ik wakker word hoor ik allemaal lawaai om me heen. 'Sst!' sist iemand. 'Ze kan elk moment wakker worden!' Hebben ze het over mij? Voorzichtig open ik één oog, en tot mijn verbazing lukt het. Dan hoor ik een oorverdovend gejuich. Ik word stevig omhelsd en ik hap naar adem. 'Je bent wakker!' roept Julia in mijn oor. 'Ik was zo bang dat je dood ging!' Julia laat me los. Er staan allemaal mensen om me heen. Een dokter, Julia en Thomas. Als ik Thomas zie slaat mijn hart een slag over en ik glimlach breed. Verlegen doet Thomas een stap naar voren en hij trekt me in een stevige knuffel. Ik ruik zijn vertrouwde geur en sluit mijn ogen. Even later laat hij me los. De dokter kucht en stapt naar voren. Ik kijk hem aan. 'Je bent neergeschoten,' zegt de dokter. 'Er zijn gelukkig geen organen geraakt, maar je kunt soms nog wel flinke steken in je buik voelen. Weet je al wie je neergeschoten heeft?' Ik knik heftig. 'Thijs,' zeg ik boos. De dokter kijkt me verbaasd aan. 'Nee,' zegt hij. 'Het was iemand van de politie die je perongeluk neer heeft geschoten.' Mijn mond valt open en verbijsterd kijk ik de dokter aan. 'Je hebt 1 week in coma gelegen, je hebt geluk dat je nog leeft. Je moet nog een week hier blijven om te herstellen.' De dokter glimlacht me even toe en loopt dan weg. Julia en Thomas grijnzen allebei breed. 'Ik ga even weg,' zegt Julia en ze glimlacht veelbetekend. Ze loopt weg en laat Thomas en mij alleen achter. Thomas gaat voorzichtig op mijn bed zitten en hij glimlacht. 'Ik ben zo blij dat je weer wakker bent,' zegt Thomas zacht. Ik glimlach ook. Thomas buigt zich naar voren toe en zachtjes drukt hij zijn lippen op de mijne. Tintelingen verspreiden zich door mijn hele lichaam, en ik sluit mijn ogen. Na een tijdje maakt hij zich los uit de kus. 'Ik hou van je,' zegt Thomas. Mijn mondhoeken krullen om. 'Ik hou nog meer van je,' zeg ik.

Ze is weer wakkeeeeerr!
Wat vinden jullie ervan dat Thijs dr niét heeft neergeschoten?
Vote/comment/follow?
X

AngstWhere stories live. Discover now