1. Waar het allemaal begon

6 1 0
                                        

  We zijn vervloekt, serieus vervloekt. Natuurrampen zitten ons letterlijk achterna. Het is hopeloos. Wat we ook doen, we komen er niet vanaf. Wat er ook achter ons aan zit, we raken het maar niet kwijt. Al zeven jaar lang niet.

  Het begon met een bosbrand. Ik was tien. Mijn broertje, Alex, en ik waren verstoppertje aan het spelen aan de rand van het bos. Verder het bos in mochten we niet. Niet dat dat nodig was. Verstopplekken genoeg, voor mij dan. Alex was er altijd wat minder goed in, nog steeds als ik eerlijk ben.

Ik zat al een half uur op een en dezelfde plek te wachten tot hij eindelijk in de buurt kwam. Papa rende langs me naar Alex toe en zette hem op zij zij.

  "Lela, waar ben je?" vroeg hij op een ernstige toon.

Voorzichtig liep ik van achter het bosje vandaan richting papa. De blaadjes ritselden door mijn bewegingen. Papa was geeneens verbaasd meer over het feit dat ik achter hem had gezeten.

  "Om jou te vinden heb je valksogen nodig" had hij een keer gezegd.

Hij pakte mijn hand stevig vast, wat een beetje pijn deed, en rende terug naar huis. Ik kon hem niet bijhouden, hij ging te snel. Uiteindelijk probeerde ik er maar voor te zorgen dat ik niet struikelde. Papa trok me toch wel mee.

  Het huis lag overhoop, zelfs een inbreker zou het netter hebben achtergelaten. Mama was druk bezig met koffers in pakken. Eten, drinken en kleren, maar ook spullen als fotoboeken en sierraden.

  Toen snapte ik er nog niks van. Nu ruimen we de koffers geeneens meer uit, wetende dat we binnen een half jaar toch wel weer kunnen verhuizen.

  De nachtmerries herrinneren me aan die tijd. Aan onze ontsnappingspogingen van het vuur. Aan de brandende bossen langs de wegen. Aan de hitte en rook. Aan het vuur dat sneller was dan wij. Aan de herinneringen die voor mijn ogen in as werden omgezet.

  Nu ben ik eraan gewend. Aan de bosbranden, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, overstromingen, tornado's, tsunami's, orkanen of een combinatie van twee of drie.

  Ik weet dat ik bang zou moeten zijn voor deze dingen, maar ik heb ze gewoon te vaak meegemaakt. Ik zie nu bijna alleen nog de mooie dingen erin.

Het is als kijken naar een kampvuur. Het is rustgevend, tot het vuur uit is. Of tot de nachten komen.

Daarna zie ik pas de vernietiging en het vliegtuig. We kunnen niet blijven.
 
We hebben echt al van alles geprobeerd:
-- op dezelfde plek blijven. Een orkaan komt toch nooit twee keer langs. (Wel dus)
-- naar een land gaan waar deze rampen nooit gebeuren, zoals Nederland. Eerst een bosbrand en vervolgens een overstroming.
-- terug keren naar huis, aangezien het bos daar nog altijd zwart is. Dat brand nog steeds, geloof me.

  Ik kan ook niet zeggen dat het nooit is misgegaan. Naast de nachtmerries hebben we allemaal geleden.

Een jaar na de bosbrand probeerde we een land waar nooit zoiets gebeurde, altands dat dachten we. Na een tweede bosbrand te hebben overleefd, was er een overstoming. Dit was in Nederland. Ik heb dit eerder genoemd.
 
In alle paniek die er was ontstaat waren we Alex kwijt geraakt. Later bleek dat hij in het water gevallen was. Een reddingswerker had hem zien spartelen om boven water te blijven en had hem eruit gevist. Ik weet niet wat er verder die dag was gebeurd, maar hij was nooit meer hetzelfde. Ik heb een vermoeden dat het water niet het enige angstaanjagende was van die dag. Ten minste, als ik zijn gemompel of nachtmerries luister.

  Sinds dien maakten papa en mama steeds vaker ruzie. Na een aantal jaar wilde mama ons meenemen naar een veilige plek, waar dat ook mocht zijn. Papa was het niet met haar eens en werd steeds vaker hardhandig, om het zo te zeggen.

  Dit werd erger nadat ik een week in het ziekenhuis heb besteed met branwonden die een groot deel van mijn rug, rechter arm en nek in beslag namen, en nog steeds nemen.

  Je zou dit kwaad kunnen noemen, maar het werd erger...

De Vloek Over OnsStories to obsess over. Discover now