Troy

31 0 0
                                        

Het huisje staat er nog.
Diep verscholen in het bos, weggestopt voor de werkelijkheid. Net als onze liefde. Herinneringen komen boven en overweldigen me. Alsof ik niet iedere dag aan hem denk en hem enorm mis, óns mis. Onze jaren samen.
Ondanks alles.

Hij koos voor HAAR.

Mijn leven veranderde toen ik Troy leerde kennen. De eerste blik, als door de bliksem getroffen. Zijn gespierde lichaam, een kop groter dan ik, zijn half lange donkere haar. En dan die ogen. Donker. Om in te verdrinken. Gevaarlijk. Heel gevaarlijk.

Al snel volgde de eerste zoen. Wat heel voorzichtig begon werd al snel meer. Heel veel meer...

Van het huisje in het bos wist ik toen nog niets want we waren altijd bij mij thuis. Eigenlijk wist ik helemaal niets. Niets over zijn werk, over zijn vrienden, zijn hobby's. Alleen dat hij een paar jaar ouder was dan ik. En dat Troy zijn echte naam niet was, dát wist ik dus ook niet.

Ben ik blind geweest?
Waarschijnlijk wel. Maar ja, liefde maakt nou eenmaal blind. Mij maakte het stekeblind, jarenlang.

Dat hij maar spaarzaam iets losliet over zijn leven vond ik eigenlijk wel spannend. Mijn geheimzinnige man.
Ik zocht er niets achter.
Hij nam me mee op vakanties, duur en luxe. En vooral ver weg.
We gingen regelmatig uit eten en naar de bioscoop maar nooit in onze stad.
Hij wilde mij privé houden zei hij altijd als ik daarnaar vroeg.

Later besefte ik dat hij mij geheim wilde houden. Maar dat was later, veel later.

Op een dag nam hij me mee naar het bos. Voor een verrassing.
Hij liet me het huisje zien en vroeg of het ons huisje kon worden. Jarenlang hebben we er gewoond en zijn we heel gelukkig geweest. Zijn liefde was echt, wat iedereen er later ook over te zeggen had. Hij hield echt van mij.

Troy reisde veel, voor zijn werk. Ik kreeg foto's uit alle delen van de wereld, de meeste mooie hotelkamers, prachtige uitzichten. Hij heeft nooit verteld wat zijn werk inhield. Ik was altijd blij als hij weer thuis was, bij mij was. De vragen die ik hem wilde stellen over de spullen die ik in het huisje had gevonden verdwenen als sneeuw voor de zon als ik in zijn ogen keek. Die gevaarlijk donkere ogen. Ze lieten mij verdrinken.

Tijdens een van mijn wandelingen door het bos ontdekte ik een grote waterput. Aan de andere kant bleek er een grotendeels overwoekerd pad te lopen wat naar ons huisje leidde. Troy besteedde weinig aandacht aan mijn vondst. Aan mij des te meer en mijn belangstelling voor de put raakte op de achtergrond. Tot die ene dag. De dag die mijn wereld op z'n kop zette.

De vrouw - de akelig mooie vrouw - stond opeens voor mijn neus. Ons huisje was niet te vinden als je niet van het bestaan afwist. Zij wist het.

"Dus jij woont nu hier, met David?
Of hoe hij zich dit keer ook noemt.
Je weet van niets hè?
Ooh je weet echt van niets."

Ik was verbijsterd. David?
De ene na de andere emotie overspoelde me. Zonder iets te weten wist ik alles. Opeens was alles duidelijk.

Troy was afschuwelijk eerlijk - nu wel - en nam niet de moeite iets uit te leggen. Nu ik van zijn vrouw afwist kon ik vertrekken, eind van die week moest ik weg zijn.

Ik ben gegaan.
Hopend dat er voorlopig niemand in de put zou kijken.

Troy Where stories live. Discover now