Hoofdstuk 5

92 8 1
                                        

Als ik wakker word staat er weer eten op tafel. Dit keer een bord met lauwe soep, een glas en een zakje. De man is er niet meer dus ben ik weer helemaal alleen in de kamer. Ik eet de lauwe soep en drink uit het glas. Dan word mijn aandacht door het zakje getrokken. Ik pak het zakje en maak het open. Er zit een briefje in:

De inhoud van het zakje in een glas doen, glas vullen dan opdrinken. Daarna 3 keer achter elkaar op de deur kloppen.

Ik loop naar het kleine wc hokje die in de kamer zit. Daar zit namelijk een wasbakje. Ik vul het glas met water. Ik pak en zakje om de inhoud er in gooien maar besluit een kwart doen.

De rest van het zakje stop ik in mijn broekzak, misschien gebruik ik het nog .

ik twijfel of ik het zal drinken. Als ik het niet doe en ik klop drie keer dan merken ze het natuurlijk. Want wat dat poeder uit het zakje ook is er gebeurd vast iets met je.

Ik zet het glas aan mijn mond en sla het in een keer achterover. Daarna loop ik naar de deur. Ik twijfel of ik zal kloppen maar doe het toch.

Ik klop en wacht. Er gebeurt niets. Dan gaat de deurklink naar beneden. Mijn hart klopt in m'n keel. Een loop van een pistool word door deur heen gestoken. Even denk ik dat er word geschoten maar dat gebeurd niet.

Een zware stem zegt, 'handen op je hoofd en naar buiten komen.' Ik doe wat me gevraagd word en met een trillend lijf loop ik door de deur die de man heeft open gedaan. 'Ga met je gezicht naar de muur recht voor je staan' weer doe ik wat me gevraagd word en loop ik naar de muur. Inmiddels begin ik lamme armen te krijgen. 'Niet bewegen want je staat nog steeds onder schot!' roept stem. Ik hoor voetstappen dichterbij komen. 'en ik ben niet bang om door jou hoofd heen te schieten' fluistert de zware stem in mijn oor. Ik ruik een een vage lucht van drank en goedkope aftershave. Ik probeer van uit mijn ooghoeken te kamer te bekijken. Het enige wat ik kan zien is de muur. De gedachte van het pistool komt in me op. 'Ik heb een wapen nodig en snel ook.' Denk ik.

Ik heb niet door dat ik al een tijdje aan het wankelen ben. In eens merk ik het en ik probeer mijn evenwicht te bewaren. Maar het mislukt. M'n ogen sluiten en ik val achterover. De man vangt mij op maar dat merk ik al niet meer.

Gegijzeld en gestolenWhere stories live. Discover now