Verassing van het Vuur

142 5 6
                                        

Ragpoot peddelde rustig met haar poten in het koele water. Nieuwblad was weer aangebroken en nu was het eindelijk weer mogelijk om te zwemmen, iets waar zij als RivierClankat erg van hield. Een stem drong langzaam tot haar gedachtes door. ''Ragpoot! Kom eens uit het water!'' Soepel draaide ze zich om en zwom richting de kant, naar haar mentor Mierdauw. ''Waarom duurde dat zo lang?'' Vroeg de donkergrijze poes geïrriteerd. ''Het is weer Nieuwblad, we kunnen eindelijk weer zwemmen!'' ''Zwemmen doe je maar in je eigen vrije tijd. We zouden gaan vissen.'' Ragpoot knikte, schudde haar natte, zwart-witte pels uit en begon zichzelf te wassen. ''Ragpoot,'' Zuchtte haar mentor geïrriteerd. ''je word straks toch weer nat dus jezelf wassen heeft geen zin.'' Ragpoot haalde haar schouders op en liep achter Mierdauw aan naar de visplek, die een eindje stroomopwaarts was.

Wachten, wachten, blijven wachten.....Nu! Ragpoot sloeg met uitgestrekte klauwen de vis uit het water om hem daarna met een snelle beet te doden. ''Goed gedaan.'' Prees Mierdauw haar actie, om vervolgens de vis te pakken en hem een eindje van het water op de grond te leggen, waar al een andere pas gevangen vis lag. Iets in de bosjes, een paar vossenlengtes van hen vandaan, trok Ragpoots aandacht. Zachtjes sloop te eropaf, wat het ook was, ze wilde het verrassen. Er was nu een glimp van rode vacht te zien, Vuurpoot. Waarom probeerde die irritante kater haar altijd te besluipen? Gelukkig was ze hem nu weer een stap voor. ''Mierdauw, volgens mij zit hier een muis.'' Nu dacht Vuurpoot zeker dat ze hem niet gezien had, en alleen voor de muis die kant op was gegaan. Voorzichtig ging ze in de sluippositie, niet voor de muis, maar voor Vuurpoot. Die domme kater heeft het nog steeds niet door. Vuurpoot mocht dan wel vernoemd zijn naar Vuurster, de leider van de legende, maar zijn kracht en slimheid had de rode kater zeker niet. Op haar hoede kwam ze steeds dichterbij de bosjes, Ragpoot zag Vuurpoot zich klaarmaken voor een sprong en ze wist dat ze hem voor moest zijn. Even veerde ze door haar achterpoten om vervolgens door de bosjes heen te schieten en bovenop Vuurpoot te landen. De rode kater schrok zich rot, hij had niet verwacht dat zijn prooi hem al ontdekt had. ''Hé! Dat is niet eerlijk!'' Mauwde hij boos. ''Wat is niet eerlijk?'' Vroeg Ragpoot terwijl ze haar vacht fatsoeneerde, ze had heel wat blaadjes meegenomen. ''Je mocht me niet ontdekken.'' Ragpoot rolde met haar ogen, Wat zwak. Ze krabbelde weer overeind en ging de bosjes uit, gevolgd door Vuurpoot. Mierdauw stond haar al op te wachten. ''Die vangst is wel erg groot en rood voor een muis.''

Die avond sliep Ragpoot slecht, wetend dat ze morgen een beoordeling zou hebben. Al een paar keer had ze Zandpoot, Vuurpoots zus, per ongeluk wakker gemaakt en de poes was daar niet zo blij mee geweest. Ze rolde zich om naar haar andere zij, voorzichtig nu, om niemand wakker te maken. Dit heeft geen zin, zo blijf ik de hele nacht wakker. Zachtjes trok ze haar poten onder haar lichaam en stond op, misschien zou een wandeling haar helpen haar hoofd leeg te maken. De blaadjes van het leerlingenhol ritselde terwijl ze eruit glipte en het kamp instapte. Avondval stond op wacht en de bruinrode poes versperde de uitgang voor haar. ''Waar denk jij heen te gaan?'' Vroeg ze streng. ''Ik kan niet slapen,'' Mauwde Ragpoot. ''En ik dacht dat misschien een wandelingetje kon helpen.'' Ze besefte nu pas hoe dom het klonk, maar ze had wel echt zin om even haar poten te strekken in het maanlicht. ''Goed. Je mag erdoor maar blijf in de buurt van het kamp.'' Ragpoot knikte. ''Zal ik doen.'' En ze liep het kamp uit.

Het bos was ijzingwekkend stil en Ragpoot kon zelfs de rivier in de verte horen gorgelen terwijl ze langzaam verder liep. De stilte maakt haar rustiger, de beoordeling zou vast wel goed gaan, en als niet, dan was er toch niks ergs aan de hand. Ze zou alleen maar langer moeten wachten voordat ze een krijger kon worden, dat zou alles zijn. Een raar gevoel bekroop Ragpoot, het gevoel alsof er iemand was, iemand die niet gezien wilde worden. Ze stond stil, maar hoorde niks. Of de andere kat was ook gestopt, of ze verbeelde het zich allemaal maar. Waarschijnlijk het laatste, dacht ze bij zichzelf en ze liep weer rustig verder. Ze had verwacht dat het gevoel zou verdwijnen, maar naarmate ze verder het door de maan verlichtte bos inliep groeide het gevoel alleen maar. Weer stopte ze en keek om zich heen. Een beweging. Rustig liep ze op de plek af, maar er was nikste zien, het rook er ook naar paddenstoelen. Paddenstoelen? Die groeien hier helemaal niet. Opeens landde er iets zwaars op haar schouders dat alle lucht uit haar longen perste en haar op de grond liet vallen. Heilige SterrenClan, wat is dat? Het ding sprong van haar schouders naar een plek tegenover haar en terwijl ze overeind krabbelde zag ze twee groene ogen gloeien in het maanlicht. Bang sloeg ze haar klauwen uit naar het ding, waarvan ze nu doorhad dat het een kat was, maar de kat vocht terug. Aanval na aanval volgde en Ragpoot voelde haar energie steeds minder worden. Ze werd tegen de grond gedrukten de aanvaller plantte zijn klauwen in haar keel. Ragpoot bereidde zich voorop duisternis, pijn en de dood. ''Eindelijk heb ik je verslagen!'' Klonk opeens de enthousiaste stem van Vuurpoot.


Het zijn 926 woorden :) 

Verhalen voor SchrijfwedstrijdenStories to obsess over. Discover now