1. Twee jaar en 96 dagen

13 2 1
                                        

Het is een dag als een ander. Tenminste, zoals de dagen zijn sinds mijn zus verdween. Niemand weet wat er gebeurde. Op een nacht, gewoon...poef. Of ze nog leeft is een groot vraagteken. Wanneer ik opsta denk ik aan haar, waar ze zou zijn, wat ze nu doet, of ze leeft... ik eet een boterham, drink een tas thee en vertrek naar mijn stage. Onderweg krijg ik telefoon van papa. Zoals altijd als we praten, vraagt hij me hoe het gaat en of ik nog aan mama heb gedacht. Ze ligt al een hele tijd in het ziekenhuis. Kanker. Enkele weken nadat Lena verdween kregen we de diagnose en dat was het moment dat ik mezelf compleet verloren voelde. Mijn zus weg, mama ziek... ik ging niet naar de les, sloot me op in mijn kot, dronk veel te veel en sloot iedereen buiten. Gelukkig heeft Jorn me er doorheen geholpen. Een betere vriend kon ik me niet voorstellen. Na een korte babbel leg ik af en parkeer mijn auto voor de deur van de praktijk.
Ik ben kinesiste in opleiding. Voorlopig loop ik nog stage zodat ik binnen een paar weken kan beginnen. Het dagelijkse contact met mensen doet me goed. Toen ik plots enig kind werd had ik het moeilijk om gesprekken aan te gaan met mensen. Telkens opnieuw moest ik mij interesseren in hun leven, de kindjes, de familie, en dat kon ik niet aan. Het heeft een lange tijd geduurd voor ik terug hoop kreeg. Ik bleef me maar herhalen: weg is niet dood. Er is nog hoop dat op een dag, ik haar terugvindt.

Met een nog slaperig hoofd stap ik mijn gloednieuwe auto in, op weg naar de les. Ik heb hem gekregen voor mijn éénentwintigste verjaardag. Uiteraard hebben Lena en ik er meteen een testritje mee gemaakt. Ze was uiteraard stikjaloers, op een grappige manier wel.
"Tamara sneller!"
Lachend druk ik nog wat harder op de gaspedaal. "Ik ben benieuwd naar jouw rijprestaties."
Ze knipoogt en leunt wat uit het raampje. De wind brengt haar lange haren helemaal in de war. Hoe ze het doet weet ik niet, maar ze ziet er altijd geweldig uit. Slim, knap en sociaal. Ik ben wat minder sociaal  en benijd haar soms wel. Daarbij was ik lang niet zo mooi op mijn zeventien. Nu zijn de puistjes gelukkig weg.
" He, heb ik je al verteld van dat feestje morgen? "
" Waarvan je tegen mam hebt gezegd dat je een sleep over hebt? "
Ze grinnikt. " Ja dus. Wel die ene knapperd van het zesde jaar komt ook en hij heeft nog geen date! "
Voor mij springt het licht op groen en ik moet me even concentreren om het gevaarlijke kruispunt over te steken. Eenmaal op een rustigere baan denk ik na over wat ze net zei.
"Dezelfde gast die je bijna een mep had verkocht? Slecht idee. Maar jouw kennende staat hij binnen de week aan je deur."

"Tamara!" Ik schrik op en steek mijn hoofd door het kiertje van de deur. Ester, mijn mede-studente die toevallig ook in deze praktijk terechtkwam voor stage zit onderuitgezakt in een confortabele stoel. Ze heeft een grappig rond gezicht en blosende wangen. De sproetjes op haar neus geven haar een altijd vrolijke indruk. Ze lacht en wenkt me.Ik merk dat er nog niemand in de wachtzaal zit dus zet me bij haar om een paar koekjes te eten.
"Nog niemand?"
"Rustige dag denk ik. Jolien is er ook nog niet en van Brent mag ik pas om negen beginnen. Hij heeft een paar patiënten nu die oefeningen moeten doen en daar kan ik niet bij helpen, dat heb ik een paar weken geleden al dagen aan een stuk begeleid."
"Super. Zet je de radio op?"
We zingen liedjes en eten alle koekjes op. Pas om half tien komt Jolien aan en begint mijn stagedag. De eerste patiënt moet een behandeling hebben voor zijn knie. Het is een oude man die hier al weken elke donderdag komt. Hij verteld graag over zijn vele kleinkinderen. Ze moesten eens weten hoe goed ik hen via hun opa al ken.

's Avonds vertrek ik doodmoe weer terug naar huis. Het is druk op de weg, spitsuur. Tijdens de rit begin ik te peinzen. Twee jaar geleden dacht ik elke minuut aan Lena. Daarna bij elk dood moment. Nu maar af en toe. De kleine hoop dat ze nog leeft, dat ze terugkomt. Het maakt me een beetje bang dat ik steeds minder aan haar denk. Ik wil haar niet vergeten. Maar ik wil verder. Door al mijn gepeins rijd ik bijna tegen een auto voor me op die voor het rood staat. Mijn hart maakt een sprongetje en ik rem nog net op tijd. Het volgende stuk naar huis let ik veel beter op. Eenmaal op mijn luxieuse kot aangekomen plof ik in de zetel. Meteen voel ik iets scherp in mijn been prikken. Met een diepe zucht gooi ik het stukje glas van een gesneuvelde fles drank van gisteren in de vuilbak. Nog zoiets, sinds die twee jaar heb ik last van woedeaanvallen. Volgens de dokter hoort het bij mijn verwerkingsproces, maar hoe kan ik het verlies van mijn zus verwerken als ik niet eens weet wat er met haar is gebeurt?

Rome 22:47 -zij
Hij draait de deur op slot en legt de sleutel op zijn kastje. Dan kijkt hij me begeerlijk aan en komt op me liggen. Met één hand knoopt hij mijn hemdje los en met de andere glijd hij onder mijn rok. Zijn mond raakt de mijne. Hevig begint hij te zoenen. Hij gaat er zo in op dat hij niet doorheeft dat het licht weerkaatst op een vreemd voorwerp in mijn botje. Met voorzichtige bewegingen haal ik het mesje eruit. Het is een praktisch en klein ding, maar scherp. Ik leg mijn wijsvinger op zijn lippen en duw zijn hoofd wat achteruit. Glimlachend. Zijn ogen staan lustig, tot ze plots zo groot als schoteltjes worden wanneer hij het scherpe wapen tegen zijn keel voelt drukken.
"Cosa... perché?? No.."
" Ima, waar is ze?" Antwoord ik in het vloeiend Italiaans. Zijn ademhaling gaat twee keer zo snel dan een paar seconden geleden en hij lijkt me niet te kunnen aankijken. "Antwoord!" Bijt ik hem toe.
"Je hebt haar laten vermoorden, is het niet? Ik vraag je één keer: wie heb je die opdracht gegeven?"
Langzaam knikt hij van nee. Daaruit maak ik op dat hij meer vreest van zijn helper dan van mij. Grappig.
"Luister, ik wil een naam horen en geloof mij, op dit moment ben ik gevaarlijker dan hij."
Ik trek een wenkbrauw op en wacht, nog steeds met het mesje tegen zijn keel gedrukt.
"Io posso... no! Assassino..."
Ik druk door en er loopt een klein straaltje bloed over zijn adamsappel.
"Oké oké. Giono Angstré. Vaticano, non iago. Prego..."
ik weet wat ik moet weten. Tevreden sluit ik enkele minuten later de deur achter me en schuif het sleuteltje onder de deur. Binnen ligt de rijke lafaard nog op zijn bed. Het witte laken helemaal rood.

DEAD BUT ALIVEWo Geschichten leben. Entdecke jetzt