Ik fietste met mijn vrienden naar het park toen het voor het eerst gebeurde. Ik viel van de fiets met mijn vingers in mijn oren. Ik wist niet wat er met mij was. Zoveel in een keer. Ik begon te huilen, te schreeuwen en te schoppen in het niets. Uiteindelijk begon ik te wennen aan de pijn en lag ik daar maar. Mijn vrienden dachten dat ik een paniekaanval kreeg en wachtten tot het voorbij was. Luna, mijn vriendin, was zachtjes aan het snikken met mijn handen in die van haar. Waarschijnlijk duurde het voor iemand anders maar 5 minuten, maar voor mij duurde het uren. Toen het voorbij was, liet Luna mijn handen los, stond ik op en fietste verder. Ik fietste gewoon weg en liet mijn vrienden achter mij. Ik ging niet meer mee naar het park. Ik ben niet gek. Niet na wat er net gebeurde.
De meeste van hun heb ik daarna vooral ontweken, alleen Luna begroet ik soms. En natuurlijk Cam, mijn beste vriend, ondanks alles.
