Hij heeft een duister gezicht. De man aan de overkant van de steeg om de hoek van mijn huis. Een knap gezicht. Strakke kaaklijn. Diepbruine ogen als ik het goed zie. Zijn wangen zijn lichtelijk ingevallen wat zichtbaar is door het gelige lantarenlicht dat zijn postuur onderscheid van deze zwarte nacht. Hij ziet me niet. Denk ik. Hij is ongeveer 18. Misschien moet ik hem een jongen noemen of een leeftijdsgenoot in plaats van "man".
'Blaine! ' een tweede figuur loopt de steeg binnen. de jongen kijkt op 'schreeuw niet zo idioot' sist de jongen die Blaine heet 'je weet dat niemand mag weten wat we hier aan het ondernemen zijn, laat staan hoe we heten' het tweede figuur - een man van ongeveer 32 - loopt op Blaine af 'wat ik weet is dat jij niks over mij te zegen hebt mannetje' zegt hij dreigend terwijl hij het lichaam van de jongen tegen de muur aan drukt 'klant is koning toch? ' beantwoordt Blaine nadat hij moeizaam slikte. De man grinnikt. 'Ik mag jou wel, je hebt meer lef dan goed voor je is, net als ik' hij laat hem los 'vlei jezelf niet A.J. ' ik neem aan dat dat de man zijn initialen zijn. A.J.
onthouden Skyler, goed onthouden. 'Hoor wie het zegt' gromt A.J.
Blaine schudt bijna merkzaam zijn hoofd. Het gesprek valt stil. Alleen op de achtergrond roept de stad. De toeterende auto's, De dronken mensen die hun monden niet kunnen bedwingen, De zwerfhonden van wie hun nagels over het asfalt schrapen terwijl ze janken. Ze schreeuwen. Maar in de steeg lijkt het toch doodstil. 'Heb je het geld' A.J. doorbreekt de stilte. Blaine knikt. Hij overhandigd A.J. een aantal aparte blauwe munten. Hij observeert de munten aandachtig in het straatlicht en stopt ze vervolgens in zijn jaszak. Uit zijn andere zak haalt hij 2 plastic zakjes met in de 1 een grote injectie spuit en in de ander een voorraad gevulde ampullen er in. Blaine kijkt haastig om zich heen - Ik duik weg - en neemt de zakjes toen gretig aan. 'Over twee weken zelfde plaats zelfde tijd okay?' fluistert blaine dan. Ik gluur om de hoek en zie A.J. knikken. 'Prima. Maar je weet het; wees op tijd want zodra ik meer dan exact 5 minuten moet wachten ben ik weg.'
Blaine stemt in en stelt voor dat ze omdebeurt vertrekken. En zo geschied het. A.J. maakt aanstalte om naar het tegenoverliggende uiteinde van de steeg te lopen. Op dat moment begin ik te rennen. Ik ren van de steeg weg, zo hard als ik kan en sla af bij de volgende straat. Rechts af. En aan het eind van de straat nog eens rechts af. Intussen heb ik mijn telefoon uit mijn zak gepakt en begin een zogenaamd noodgeval-telefoon gesprek met een zogenaamde hulpzoekende. 'Ik kom er aan, alles komt goed, maak je geen zorgen... ' ik blijf door ratelen tot ik op exact het zelfde moment als A.J. bij het uiteinde van de steeg aankom en ik met volle vaart tegen hem opbots. Samen slaan we tegen de grond 'what the... ' brengt hij woedend uit maar ik onderbreek hem 'sorry, sorry, sorry, er is spraken van een noodgeval, ik probeerde me slechts te haasten' ik grijp naar mijn telefoon die naast hem op de grond is beland en leg een hand op zijn schouder 'gaat het?' vraag ik onschuldig. Zijn gezicht is verbitterd maar hij knikt desondanks. Ik help hem overeind
Met één hand - mijn andere hand is gebald - en excuseer me nog een laatste keer voor ik haastig doorloop. Nu ik eenmaal zeker ben dat A.J. niet meer in zicht is open ik mijn gebalde hand en aanschouw de blauwe munt die op mijn handpalm rust. Een grijns bekleed mijn gezicht. A.J. had niet door gehad dat mijn hand op zijn schouder een afleidingsmanoeuvre was geweest voor mijn andere hand die sluw zijn jaszak was ingeglipt. Ik was er echter niet van op de hoogte dat een derde partij het spektakel had aanschouwd...
YOU ARE READING
OBLIVION
Mystery / ThrillerDe wereld waarin wij leven slaapt nooit. Hij draait en groeit. Hij danst. Keer op keer de zelfde dans tot in de eeuwigheid. En toch altijd anders het draait en keert en groeit en bloeit en veranderd, verast. En dat laatse is wat het zo mooi maakt...
