1. Stinkie

1 0 0
                                        

Het is een bos.
Een gewoon normaal bos.
Zoals zovele.

Struiken. Bomen. Varens.
Bloemen waar bijen in verdwijnen.
Vogels die naar elkaar roepen.

Er kabbelen twee beekjes door het bos.
Een eindje uit elkaar.
Zo kan je in heel het bos water vinden.

Een gezin herten knabbelt aan jonge twijgen.
Twee konijnen jagen achter elkaar aan.
Een muis kraakt een eikel open.
Een koekoek roept ergens ver weg.

Een doodnormaal bos.

Langs één van de twee beken schuifelt een diertje langs de rand.
Het is op zoek naar eten.
Naar slakken meer bepaald.
Die zitten hier veel.

De andere dieren noemen hem "Stinkie".
Het is wel toepasselijk, want hij is een stinkdier.
Dus de naam deert hem niet.

Hij staat met zijn pootjes in het water.
Tegen de rand liggen takken en bladeren rond een hoop stenen.
Er zitten hier altijd slakken.

Één van de stenen wil niet loskomen.
Slakken zitten er altijd onder.

Terwijl hij aan het wrikken is, merkt hij iets op.
Zijn buik wordt nat.
Zo diep stond hij toch niet?

Hij kijkt rond.
Het water in de beek is precies geweldiger aan het worden.
Hij kijkt naar zijn steen.
Die zit nu al half onder water.

Hij kijkt weer rond.
Het water... stijgt?

Vlug gaat hij op de oever.
Dit is iets vreemds.

Het water stijgt snel.
Te snel.

Dus loopt hij weg van de beek.
Weg van het water.
De andere kant op.
Deze beek doet vreemd.
Het water staat te hoog.
Hij wil hier weg.

Een konijn komt hem tegemoet gehuppeld.
Niet vrolijk.
Niet spelend.

Achter het konijn nog één.
Ze komen van de andere kant.

Konijn:
"Niet naar daar!
De beek doet raar!
Het water komt omhoog!"

Stinkie, achteromkijkend:
"Die daar ook."

De konijnen stoppen.
Een haas komt erbij.

Haas:
"Brrr. Nat. Ik hou niet van nat."

Een egelmoeder met twee jongskes komt erbij getrippeld.
Egel:
"Is het water daar ook?"

Stinkie knikt.

Een vos komt voorbij gelopen.
Hij stopt niet hij rent gewoon door.

Enkele tellen later is hij al terug.
Vos:
"'t Is daar ook van datte!
Niet goed."

Het edelhert - dat al heel de tijd om zijn dooie gemak aan wat twijgjes stond te knabbelen
- heft zijn kop op en kijkt in het rond.
Zijn rust verdwijnt snel.
Hij kijkt rond, verplaatst zich een paar stappen, kijkt weer rond.
Hij speurt heel de omgeving af.

Edelhert:
"Niet goed. Dit is niet goed."

Enkele muizen komen erbij getrippeld.

Enkele herten, een vos, een haas, enkele konijnen, een egel met jongen, een stinkdier en een troep muizen.
Samen op een eiland.
Ingesloten tussen twee beken.
Twee beken waarvan de waterstand aan een razend tempo aan het stijgen is.
De oevers zijn al niet meer zichtbaar.

Het edelhert trappelt onrustig.
Hij kijkt schichtig om zich heen.
Zijn adem is rap.

Overal ziet hij water.
En het nadert van alle kanten.

Er komt een kleine golf water af.
Een muis schreeuwt: "Het hol in! Vlug!"
Een andere muis roept: "NEE!!"

Maar hij was al te laat.
De merendeel van de muizen vlucht uit angst hun veilige nest in.
De staart van de laatste is nog niet verdwenen, of het water loopt het hol al in.
In luttele seconden is het gat al niet meer zichtbaar.
Geen enkele muis komt terug.

RandgevallenStories to obsess over. Discover now