Binoculair

4 0 0
                                        

Zoals altijd kan ik niet goed slapen in deze tijd van het jaar. De kou heeft zich al weken geleden kenbaar gemaakt, door zichzelf als witte ijsbloemen tegen de ruiten en grijze condens in de ambiance te manifesteren. Het elektrische haardvuur heb ik zojuist laten stoppen met gloeien, en de klok aan de muur geeft aan dat het even na tienen is. De geurstokjes op tafel verspreiden een houtachtig waas in de lucht.
Ik heb een dampende kop thee op de salontafel gezet, en in een deken genesteld sla ik het boek open op de plek waar ik gebleven ben. De lichtjes in de kerstboom twinkelen zachtjes op deze eenzame kerstavond. Na een tijdje beginnen mijn oogleden toch zwaar te worden. Ik knipper deze vermoeidheid zonder moeite weg, zodra het boek uit mijn handen glijdt. Blijkbaar wil mijn hoofd zich nog niet overgeven aan de broodnodige slaap.
Ik sla de deken open, strek mijn arm om het boek op te rapen. Net als ik het in mijn handen heb, gaat de bel. Zuchtend krabbel ik overeind. Bij de deur gluur ik door ik het pionnetje, en even denk ik dat ik door het gebrek aan slaap aan het hallucineren ben.
'Ho, ho, ho,' zegt de figuur, zodra de deur open is. De stem klinkt laag, en bromt zelfs een beetje. 'Ho, ho, ho...?' Als de persoon mijn neutrale gezicht ziet, gaat de diepe stem abrupt over in een meer helder timbre. Ze zucht. 'Ik heb weer het verkeerde adres zeker?' Ze laat theatraal de zak van haar schouders glijden, en zet het voor haar voeten neer.
'Ik dacht dat de kerstman veel ouder was, en altijd door de haard naar binnen kwam,' mompel ik bij wijze van antwoord. Ik neem de figuur kalm in me op. Groene pretogen, een verdwaalde bruine lok haar, die ze subtiel onder haar rode muts weer snel probeert weg te stoppen... 'Ik denk dat je doelgroep inmiddels allang ligt te slapen,' merk ik droog op.
'Ja, dat zal dan wel.' De persoon trek nu haar baard naar beneden. Ik heb gelijk. De kerstman die helemaal het spoor bijster voor mijn deur staat, is een zij. Ze strekt haar hand naar me uit. 'Ik ben Fae. Als ik hier dan toch ben, zou ik even gebruik mogen maken van je toilet?'
Ik kan natuurlijk niemand de basisbehoeften verbieden, en dus knik ik. Ik frons, en zeg dan: 'Ik ben Nora trouwens.'
Ze kijkt me even veelbetekenend aan. 'De Nora van de boekwinkel? Van Nora's Boeken?' Ze zwiept de zak opnieuw op haar schouder.
Ze kent me dus. Op zich is dat niet vreemd of zo, als je in een winkel werkt. Tenzij de winkelier, in dit geval ikzelf dus, de persoon nog nooit aan de balie heeft gezien.
'Dat klopt,' zeg ik. 'Hier is het toilet,' gebaar ik, en ik loop door. In gedachten verzonken nestel ik mijzelf weer op de bank, en wanneer Fae in de deuropening verschijnt, kan ik niet voorkomen dat mijn mond onelegant open zakt. Haar kerstoutfit heeft ze vervangen voor een strakke spijkerbroek, en een roze sweater. Snel vraag ik: 'Kom je vaak in de boekwinkel?'
'Soms,' antwoord ze ontwijkend. 'Zeg, ik moet verder,' kondigt ze aan. Ze werpt een nerveuze blik naar het raam, waar de ijsbloemen welig tieren.
'Zou je dat wel doen,' flap ik eruit. Een warm gevoel overvalt me, als ik het bloed naar mijn wangen voel stijgen. 'Ik bedoel, ze hebben gewaarschuwd voor ijzel. De wegen zijn natuurlijk nu spekglad.'
'Nou, eigenlijk ben ik komen lopen,' bekent Fae.
'Dan nog. Je kunt je benen wel breken daarbuiten. Zeker met die zak is een misstap bijna dodelijk.' Ik grijns, en tegelijkertijd kan ik mezelf wel voor de kop slaan. Wie zegt zou zoiets... delicaats?
'Dat valt wel mee hoor.' Ze kijkt me nu veelbetekenend aan. 'Hij is niet eens zo zwaar.' Ze klopt op de zak. 'Het is juist een voordeel, want ik kan op deze manier makkelijker van kleding wisselen,' legt ze uit.
Ja, zo ver was ik al wel. Hoewel het wel in zekere zin ongemakkelijk was om jezelf te moeten omkleden bij vreemden. Blijkbaar was ze dat wel gewend.
'Doe je dit werk al lang?' vraag ik geïnteresseerd.
'Het is meer een hobby van me.' Weer die zenuwachtige blik. Ze slaat haar ogen neer. 'Ik doe dit niet voor een bedrijf. Ik maak ze puur voor mezelf.' Ze klopt nog eens op de zak.
'Wow,' is het enige wat ik kan uitbrengen. Ik heb altijd bewondering voor mensen die uiterst creatief zijn. Ik sta op van de bank. 'Ik zou nu toch niet naar buiten gaan, en je leven riskeren,' zeg ik, en neem de zak uit haar handen. Er tintelt een aangename siddering door mijn lijf, wanneer ik haar koele huid even aanraak, en haar zoete geur opsnuif. Zij heeft het blijkbaar ook gevoelt. De zak glijdt uit mijn vingers, en komt met een zachte plof op de grond terecht.
Dan buigt ze zich naar voren, en een nieuwe siddering dient zich aan. Zachtjes raken haar lippen de mijne. Ze smaakt naar sinaasappel en kaneel. Ze neemt mijn handen in de hare, en loodst me naar de bank. Daar tilt ze mijn gezicht een stukje omhoog, zodat ze me aan kan kijken, en kust het puntje van mijn kleine neus. Ze voelt hoe ik verstijf. Dan ontspan ik weer.
'In het echt ben je nog veel mooier,' fluistert ze zacht. Ze wendt haar ogen af.
Ik heb geen idee wat ze hiermee bedoelt. Ik zeg: 'Ik weet niet wat het is, maar het hoort blijkbaar zo te zijn.'
Fae heft haar hoofd nu naar me op, en kijkt me doordringend aan. 'Het is nog te vroeg,' zegt ze ineens. 'Dit is geen toeval, Nora.'
Mijn mond zakt voor een tweede keer deze avond open.
'Oke.' Mijn stem hapert. Nu ben ik degene, die haar hand probeert te grijpen, maar ze trekt haar hand onverbiddelijk terug.
'Beter van niet.'
Demonstratief pakt ze een van de kussens, schudt het even op, en legt het op het uiteinde van de bank. Ze laat haar hoofd erop neerkomen, en stompt haar arm eronder. Ik probeer haar gezicht te aaien, waarop ze met haar gezicht tegen de leuning van de bank gaat liggen. Ze houdt haar ogen stijf op elkaar. Uiteindelijk haal ik uit een van de kasten een fleecedeken, en leg die over haar heen.
Stilletjes verlaat ik de kamer, en neem de zak mee naar de gang. Een zachte tik, als ik deze onder de kapstok zet. Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn rationaliteit, en voor ik het weet, verdwijnt mijn hand in de zak. Er gaat een schok door mijn lijf, wanneer ik er een kleine theaterkijker uit haal. In het echt ben je nog veel mooier... Dit is geen toeval, Nora.
Met trillende handen laat ik het voorwerp weer in de zak glijden. Zonder ook nog maar iets te denken, verdwijn ik in de slaapkamer.

***

Een waterig zonnetje piekt door de gordijnen, en ik knipper met mijn ogen. Ik krabbel uit bed. Nog half slaperig sleep ik mijzelf naar de keuken, waarbij ik langs de woonkamer loop. Ik wrijf in mijn ogen. De bank is leeg. Het kussen ligt netjes opgeschud op de plek waar Fae eerder haar hoofd had neergelegd, de fleecedeken keurig opgevouwen ernaast. Ik doe een paar stappen terug, en loop de gang op. Onder de kapstok vind ik enkel alleen nog mijn eigen schoeisel, de zak is weg. Even lijkt het, alsof ik gedroomd heb.

***

De dag na kerst steek ik de sleutel in het sleutelgat. Ik kan nog net voorkomen, dat ik op de envelop die op de mat ligt, ga staan. Ik raap het op, draai het om, en frons. Sorry voor laatst. Nu weet ik het zeker. Ik vergat je mijn nummer te geven...
In gedachten verzonken leg ik de boodschap op de toonbank, draai het bordje bij de deur om, zodat men weet dat Nora's Boeken open is vandaag. Vervolgens zet ik hier en daar enkele boeken recht, herschik de minikerstboom op de toonbank, en begin met het activeren van het kassasysteem.
Het belletje bij de deur tingelt, en wanneer ik op kijk, zie ik haar in de deuropening staan. Deze keer draagt ze een strak mantelpakje. Met zelfverzekerde passen loopt ze op me af. Haar hakken tikken zachtjes op de vloer.
'Hoi,' zegt ze. 'Ik zoek eh, een boek van Paul Coelho.'
'Ik glimlach. 'Welke zoek je precies? Paul Coelho heeft er namelijk nogal wat op zijn naam staan.' Ik kijk haar geruststellend aan. 'Leuk kostuum trouwens. Je maakt ze zelf, toch?'
'Nou, deze heb ik toevallig niet zelf gemaakt.' Ze slaat haar ogen neer. 'Kijk, het boek dat ik zoek, heet De spion.'
Oh. Vaag begin ik het te snappen. 'Ben je al lang geïnteresseerd in Mata Hari?' vraag ik, terwijl ik naar het schap met literatuur loop. 'Pat Shipman heeft ook een biografie over deze... spion geschreven. Femme fatale, heet het.' Ik draai me om, en overhandig Fae het boek.
Ze haalt haar schouders op. 'Het is gewoon een soort van research voor mij. Ik wil vooral weten wat je als spion niet moet doen.' Ze tikt veelbetekenend op de kaft van De spion. 'Haar naïviteit is namelijk haar dood geworden.'
Langzaam begin ik te beseffen, waarom Fae nog nooit mijn winkel heeft bezocht. Ik denk aan de theaterkijker, aan haar abrupte gedrag eerder. Ze zou toch niet...? Ik roep mijzelf tot de orde. Natuurlijk niet. Wat valt er nou aan een onschuldige boekwinkel te observeren?
'Nou, ik kan eventueel ook het boek van Pat Shipman voor je bestellen, als je wilt.'
Fae legt het boek op de toonbank. Als ik het wil oppakken om het te scannen, buigt ze ineens naar voren, en pakt mijn hand. 'Ik weet hoe dit overkomt,' fluistert ze. 'Geloof me, ik heb nu wel mijn keuze gemaakt.'
Verward kijk ik in haar groene ogen. Onbewust schuifel ik dichterbij, in hoeverre dat met een toonbank ertussen kan. Ik kan haar lippen net niet raken. Voor enkele tellen hou ik mijn adem in. Dan trekt ze zich met een ruk terug, alsof ze zich beseft dat ze ook haar kunnen gadeslaan. Misschien is dat ook wel zo.
'S-S-sorry,' stamel ik, en met trillende handen pak ik opnieuw het boek om het deze keer wel te scannen.
'Nee, geen sorry zeggen. Deze... toestand is mijn schuld.' Ze kijk me doordringend aan. 'Er is niets mis met je winkel, dat heb ik ze al gerapporteerd,' gaat ze op zachte toon verder. 'Dat kon ik van kilometers afstand al zien.'
Ik knipper met mijn ogen. 'Dank je, denk ik.'
Fae's vingers schieten naar haar broekriem. Ze legt de theaterkijker die tevoorschijn komt, op de toonbank. 'Je zult het nodig hebben,' zegt ze op mysterieuze toon. 'Er gebeuren hier... foute dingen.'
Ik kijk haar ongelovig aan. Foute dingen? In dit... dorp? Ze draait zich om, en loopt naar de deur. Ze kijkt nog even achterom. 'Oh, en Nora... alsnog een fijne kerst.'
Met die woorden zie ik haar naar buiten lopen, waarbij ze diepe afdrukken in de zwart geworden sneeuw maakt, en me enigszins met een verdwaald hart achterlaat. 

BinoculairTempat cerita menjadi hidup. Temukan sekarang