H O O F D S T U K 1 4
L E F T F O R
D E A D ?
∞
“Volgens mij zijn ze weg,” sprak ik, terwijl ik uit het raam van de school keek. We hadden hier ruim een week vastgezeten, de Kissers – die onze kant op waren gekomen bij het horen van de twee schoten en het geweld – hadden hun jacht niet op willen geven en waren voor de gesloten deuren van de school blijven hangen. We hadden dag en nacht naar de deur gestaard, hopend dat ze zich geen weg naar binnen zouden beuken. We hadden een enorme blokkade gemaakt voor de deur: kasten, tafels, stoelen et cetera. En elke keer weer, als de spullen vervaarlijk bewogen door de beukende bewegingen van een Kisser, dachten we dat de blokkade het niet zou houden en zetten we er weer iets nieuws bij. Uiteindelijk waren we zelf zo wanhopig geworden, dat we stapels leerboeken erbij begonnen te zetten. Maar nu zouden we eindelijk weer weg kunnen komen, eindelijk zouden we niet meer in angst hoeven te leven voor een enorme aanval van een horde van tientallen Kissers. “Waarschijnlijk zijn ze op de schoten afgegaan,” verklaarde Darryl, waarop ik instemmend knikte. Gisteravond hadden we meerdere schoten achter elkaar af horen vuren, het waren er tientallen misschien zelfs honderden geweest. Ik kon me amper voorstellen hoe een gevecht zo groot kon ontstaan, hoe iemand überhaupt aan zoveel munitie kwam. Ik liep op Darryl af, die met zijn rug tegen de muur zat en naar de kaart op zijn schoot staarde. Ik liet mezelf omlaag zakken, met mijn rug tegen de muur, zodat ik naast hem kwam te zitten en ook een blik op de kaart kon wierpen. “Heb je enig idee waar we zitten?” We hadden de kaart gevonden in één van de kleine klaslokalen van het gebouw. De school zelf was eigenlijk maar heel klein, veel kleiner dan de gemiddelde basisschool. Het telde in totaal vijf kleine lokalen, één kleine kamer voor de directeur, één leerlingenkamer en een iets ruimere kantine. Op de spullen van de jongens na, was er niets nuttigs te vinden in de school. Enkel een enorme voorraad potloden en volgeschreven schriften, een koffiezet apparaat – dat helaas niet werkt zonder koffie. En een lege, kapotte koelkast. “Volgens mij zitten we in Loxahatchee, maar daar ben ik niet helemaal zeker van. Iemand heeft het wel omcirkeld op de kaart en als ik de route vanaf het ziekenhuis volg, kom ik ook ergens daar uit. Misschien dat we onderweg een bordje tegenkomen, dan weten we dat in elk geval zeker.” Ik staarde naar de omcirkelde stad op de kaart, ik had werkelijk nog nooit gehoord van iets als Loxahatchee. Maar ik ging er maar vanuit dat de kaart niet was gemaakt door kinderen, zoals 90 procent van de andere documenten in het gebouw wel waren. “In elk geval, als we in Loxahatchee zitten is het rond de tien kilometer om bij Wellington te komen. Dus als we flink doorlopen, kunnen we daar vandaag nog aankomen. Maar daar moeten we denk ik niet vanuit gaan, dat zal alleen doorgaan als we onderweg niet opgehouden worden en als we het kunnen vinden.” Ik duwde mezelf weer overeind. “We zitten trouwens in de buurt van het water, dus als Wellington niets blijkt te zijn kunnen we altijd daar nog heen,” sprak Darryl, terwijl hij ook overeind kwam. “Laten we maar gewoon hopen dat er iets is en dat we er vandaag nog kunnen komen, maar dan zullen we wel nu meteen moeten vertrekken.”
Het duurde even voordat we de blokkade aan de kant hadden gezet, misschien dat we toch iets te overbezorgd waren geweest om onze veiligheid. Er stonden zoveel spullen voor de deur, dat we al bijna een uur bezig waren met het opruimen van de blokkade. Maar, het had wel gewerkt want er waren geen Kissers binnen komen stormen en daar had ik dat extra uurtje werk best voor over. Zelfs als dat betekende dat we vandaag misschien niet meer aan zouden komen in Wellington, het was fijn dat we veilig waren.
Darryl schoof de laatste tafel aan de kant en ik opende de deur. Ik haalde gelukzalig adem, toen ik eindelijk weer buiten stond. Zo’n hele week binnen opgesloten te zitten was vreselijk, vooral als je door een zekere Apocalyps eraan gewend was dagenlang buiten rond te lopen. Ik had zelfs het rennen gemist, ondanks dat ik daar nog steeds geen grote fan van was. Ik had het gemist om in beweging te zijn, maar dat zorgde er wel voor dat ik nu een stuk meer energie had. We begonnen zij aan zij te lopen, met beide een rugzak op onze rug. “Hoe gaat het met je schouder?” Het was goed om te zien dat Darryl zijn beide schouders weer op kon trekken. “Gaat wel, denk ik. Het doet niet zoveel pijn meer als eerst, maar het voelt ook nog niet echt geweldig.” Ik glimlachte hem toe. “Ik ben blij dat je nog in leven bent, Dar. Voor hetzelfde geldt had die jongen je nog gedood,” verzuchtte ik. “Denk je nou echt dat een tienerjongen mij zomaar zou kunnen doden in een één op één gevecht?” grinnikte hij. “Veel sterfgevallen zijn te danken aan egoïsme en overmoed,” kaatste ik spottend terug. “Die jongen had bijna het postuur van de Hulk, hij had je heus wel kunnen doden.” “Het verschil ligt ‘m in de tactiek. Dat joch was wel sterk en ongelooflijk groot en een Hulk look-a-like, maar hij kon niet vechten. Hij had geen enige tactiek, hij wist waarschijnlijk niet eens waar hij aan begon. Zo’n typ dat denkt dat je alles op kan lossen met een beetje agressiviteit en veel kracht,” verklaarde de man zichzelf. En hij had ook wel gelijk, voor zover ik iets had kunnen zien van het gevecht was hij niet erg tactisch of strategisch op mij overgekomen. Hij had gewoon in wilde weg geslagen, in de hoop zijn tegenstander te raken. En meestal, ging tactiek toch echt boven kracht. Zoals ik mezelf onderhand wel had aangeleerd. Ook iemand met een smal postuur als ik, onderhand broodmager en met niet ongelooflijk veel spieren, kon een gevecht winnen. Zolang je maar logisch na bleef denken en je tegenstander altijd één stap voor was.
YOU ARE READING
Deadly Kissing
Mystery / ThrillerAngie en Ethan raken verzuild in de verschrikkelijke apocalypse. Echter, is dit geen typische zombie apocalypse waar zoveel over verteld wordt. De wezens die hun achterna jagen, staan ook wel bekend als Kissers. Dit zijn zwarte schimmen, echter hebb...
