Wat wist ik nou van Ernst? Tot m'n verbazing eigenlijk heel weinig! Hij kwam met zijn vader en moeder in 1950 uit Indië naar Nederland. Gerepatrieerd. Tegelijk met nog wat Nederlands-Indische families kwam hij in 1955 in ons dorp wonen. Een sympathieke jongen, iets jonger dan ik. Hij groette me altijd enthousiast als ik hem tegenkwam, zo op de manier van Rien van der Toorn: belangstellend, blij! Tot een vriendschap kwam 't niet. Raar, eigenlijk! Ik had in mijn jeugd toch heel wat vriendschappelijke contacten in Indo-kringen, voornamelijk rondom de Jasmijnstraat in Kraaihoek-Noord.
Het begon met Joyce, men eerste vriendinnetje, die door m'n oudere broer het Indiaantje werd genoemd. Zij maakte deel uit van ons vriendenclubje bij de plaatselijke korfbalvereniging. Een net meisje, dat al van jongs af aan zorgde voor haar broertjes en zusjes. Haar moeder sprak nauwelijks Nederlands, haar vader was pas overleden. Verderop in de straat woonde Ernst met zijn broertjes en zusjes. Het was een sportieve familie. Ernst voetbalde in het 5-de, zijn oudste zusje, Shirley, groeide uit tot één van de beste korfbalsters van PKC en zijn broertje werd verdienstelijk rechtsbuiten in het eerste elftal van de plaatselijke FC.
Verderop in de straat woonde Ron en daarmee sloot ik wèl een soort van vriendschap; ik was toen begin 20. Ron was een jongen met een verhaal. Zijn vader was ex-KNIL-militair, zijn moeder was overleden en daarmee had hij 't heel moeilijk. Mijn moeder begreep 't en voerde lange gesprekken met 'm, die hij prefereerde boven stappen in de stad. Ron zat 's zaterdagsavonds bij m'n moeder en wij liepen in Dordt de dancings af. Ron was een doorzetter met zo af en toe radicale ideeën. Hij was van plan later rijk te worden en hij was er van overtuigd dat hem dat zou lukken. Enigszins verbaasd hoorden we dit aan. Ron had wel meer merkwaardige opvattingen, maar ach, hij was een intelligente, aardige jongen, en, zijn vader kookte heerlijke rijsttafels. Hij ging bij een bank werken, waar hij in de termijnhandel terechtkwam, en..... carrière maakte! Ik verloor 'm uit het oog. Via een kennis bij de korfbal hoorde ik dat hij in een grote villa woonden in de buurt van Lage Zwaluwen. Van hem hoorde ik een merkwaardig verhaal over Ron.
Je moet weten dat Ron, een echte Indo, 's winters licht gekleurd was, nauwelijks te onderscheiden van de Hollandse bleekscheten. In de zomer werd hij in een paar dagen bruin, op het zwarte af. Maar Ron voelde zich blank, Ron was Hollander! En terecht: hij was niets meer of minder dan de andere jongens op ons dorp. Op een keer bezocht die kennis Ron in zijn riante villa. Het was zomer. En zoals gebruikelijk ventileerde Ron zijn visie op het Nederland van deze tijd. Van hem mochten alle zwarten oprotten, weg ermee! Toen zijn bezoeker opmerkte dat hij recentelijk kennelijk weinig in de spiegel had gekeken, viel Ron even stil. Maar niet voor lang, Ron's zelfbeeld als blanke, dominante Nederlander was niet aan te tasten!
Terug naar Ernst. Lange tijd dacht ik dat hij werkeloos was, omdat ik hem vaak op het winkelcentrum tegenkwam op tijden dat iedereen aan 't werk was. Later hoorde ik dat hij veel in het buitenland werkte voor verschillende bouwbedrijven. Hij was gewoon niet erg honkvast. Na zijn pensionering ging hij wonen in de duplex woning op de hoek van de Eilandstraat. Je weet wel dat blokje waar Els Lagendijk woonde, aan de andere kant stond het huis van Ballo. Capito? Recht tegenover hem woont nu Piet Punt, in het huis waar eens de onderwijzer Wondergem, jampotje, woonde.
Vandaag kwam ik Ernst tegen bij Opnieuw & Co. Ik was namelijk door mijn boeken heen. Ja, dan ga je tegenwoordig niet naar de bibliotheek, maar naar de ramsj. Voor vier boeken tikte ik vijf euro af. Een Kristien Hamerechts, een Tomas Ross, een Adriaan van Dis en een Heere Heeresma kwam hiermee moeiteloos in mijn bezit. Nederlandse literatuur voor een koopje! Ik zat nog wat na te genieten in de koffiehoek, toen ik op mijn schouder werd getikt. En daar stond hij: Ernst, de oudere indo, slank en mooi gebruind!
'Hai Fred!' begroette hij me enthousiast en bleef staan. Ik begreep dat hij meer te vertellen had, dus groette ik terug en vroeg hoe 't met 'm ging. Toen kwam het verhaal eruit.
'Niet goed, ik heb longkanker!' Ik schrok ondanks het feit dat je op mijn leeftijd dagelijks van dit soort rampzalige mededelingen hoort. Ik moest er van zuchten en vroeg hem hoe hij zich voelde.
'Moe, en nog eens moe!' Ernst was in het ziekenhuis onderzocht. Een aantal testen waren hem afgenomen en dat duurde uren. Hij hield het niet meer uit en smeekte of hij naar huis mocht. Naar zijn zeggen is hij ADHD-er. Hem uren vasthouden is vreselijk voor hem. Zo ook de diagnose: longkanker! Er waren geen uitzaaiingen. De oorzaak moest gezocht worden asbest.
Ernst vertelde dat hij bij een aantal bouwbedrijven had gewerkt. Veel in Duitsland gewerkt, maar ook elders in de wereld. Hij wisselde nogal eens van bedrijf omdat hij het op de zelfde plaats niet uithield. Het zwerven zat 'm in het bloed. Hij herinnerde zich nog goed dat zijn ploeg wekenlang plafonds aan het verwijderen was, toen de baas ineens met de mededeling kwam dat het werk werd stilgelegd. Asbest! Niet alleen in de bouw, ook op oude zeeschepen moesten ze sloop- en herstelwerkzaamheden uitvoeren. Ook daar zat veel asbest, maar wisten zij veel: zij waren de knechtjes die moesten uitvoeren wat de bazen hun opdroegen! In het ziekenhuis hadden ze hem verteld dat hij een schadevergoeding van zijn werkgevers kon eisen, maar dat leek hem niet kansrijk omdat hij bij zoveel verschillende bouwbedrijven had gewerkt. En toon dan maar eens aan welk bedrijf verantwoordelijk is!
Ernst moest veel hoesten en wandelen ging niet meer zo goed. Normaal zwierf hij het hele dorp rond, maar onlangs kon hij van vermoeidheid bijna niet meer lopen. Voetje voor voetje strompelde hij voort, pas na uren bereikte hij zijn huisje. Vreselijk! Hij was nu maar met de auto gekomen. Af en toe had hij moeite uit zijn woorden te komen. Bij de groenteboer op de Meent had hij gevraagd om een zak beren, terwijl hij natuurlijk peren bedoelde. Het winkelmeisje had gelachen en geantwoord dat het dan wel een hele grote zak zou worden! Hij had zich een beetje geschaamd. Hij kon toch moeilijk vertellen dat het kwam door de kanker? Hij kon ook niet meer sporten. Hij zat op Taekwondo, waar hij samen met Jan Barends trainde. Het werd hem te vermoeiend.
'Wat nu?' vroeg ik Ernst, 'Chemotherapie, bestraling?' Ernst wist 't nog niet. Binnenkort had hij een afspraak met de specialist en dan zou hij meer horen. Hij zei dat hij weer verder ging, tikte me op de schouder en verdween. Ik kon 'm nog net het beste wensen, maar eerlijk gezegd: ik zag 't somber in.
Ik moest er van zuchten!
18 november 2019
YOU ARE READING
Ernst
Short StoryDagelijks kom je bekenden tegen. Niet altijd heb je zin in een praatje, het groeten van de ander is genoeg. Soms praat je even met elkaar, meestal over de dagelijkse dingen. Soms gaat 't verder en dan de deel je meer met elkaar. Bijzonder!
