Het applaus sterft weg. Door het rode doek heen hoor ik enkele gedempte stemmen vanuit het publiek.
Dan wordt het stil.
Muisstil.
Ik concentreer me op mijn ademhaling en sluit enkele seconden mijn ogen.
Dan open ik ze weer en ik knik naar de regisseur die naast het podium staat te wachten op mijn signaal.
Vervolgens doet hij teken naar de techniekers en het doek wordt opgehaald.
Meer dan tweeduizend paar ogen kijken me verwachtingsvol aan. De zaal is zoals altijd tot aan de nok gevuld met mensen die naar “The Phantom of the Opera” komen kijken.
Ik speel de hoofdrol, The Phantom; een rol waarvan ik al van kinds af aan van droomde om hem ooit te mogen vertolken in een grote opvoering van het stuk.
En hier sta ik dan, in Londen, op het podium van het Dominion Theatre, waar ik al voor de drieënnegentigste keer deze rol speel. Mijn naam staat in het groot op alle affiches en elk tijdschrift heeft er wel een artikel over geschreven: “Edward Smith, jong Brits talent zet prachtperformance neer.”
Het is al halverwege de voorstelling en nu komt mijn favoriete stuk, waarin ik alleen moet zingen. Het hele podium voor mijzelf, een stuk vol woede en verdriet.
“I gave you my music, made your song take wing. And now, how you’ve repaid me. Denied me and betrayed me.”
Mijn stem klinkt door de zaal en iedereen luistert in stilte naar hoe ik met al mijn gevoel zing. Ik gebruik alle emotie die ik in me heb en voel ieder woord in mijn hart.
Alles gaat goed, tot er iets vreemd gebeurt, iets onverwacht en onverklaarbaar.
Het voelt alsof er een koude wind dwars door me heen gaat.
Plots heb ik het ijskoud en ik voel hoe er zich tranen vormen in mijn ogen die vervolgens over mijn wang rollen.
Ik probeer verder te zingen maar ik voel mijn stem breken en ik zak door mijn knieën.
Wat gebeurd er met mij?
Ik zit ineengedoken op mijn knieën op het podium, met mijn handen voor mijn gezicht.
Het doek valt. Ik hoor hoe er rumoer ontstaat in het publiek, en ook achter mij, bij de techniekers, acteurs en andere medewerkers, hoor ik verwarde stemmen fluisteren.
Enkele mensen staan om me heen en vragen wat er gebeurd.
Ik hoor iemand zeggen dat ze best een ziekenwagen laten komen, maar ik mompel dat dat niet nodig is.
Ik heb geen idee wat er gebeurd is, normaal kan ik me zo goed beheersen, maakt niet uit hoe emotioneel het stuk is.
Nu was anders; ik werd volledig vervuld van verdriet en pijn, alsof dat voor een moment het enige was dat ik kende.
Ik heb geen idee hoelang ik hier al zo zit.
Ik schaam me voor het ruïneren van de voorstelling en vele mensen hun avond, maar nog meer dan dat ben ik doodsbang.
Wat er vanavond ook gebeurd is, ik hoop dat het eenmalig is.
