in een klein dorpje in de provintie tilik genaamd flits woonde een klein meisje. ze had de kleurijkste kleertjes aan en de mooiste armbandjes om. iederen dag na school maakten ze een armbandje en hielp haar moeder met naaien. de kleertjes waar ze uit was gegroeid gaf ze aan het goede doel of ze maakten er iets nieuws van. ze knutselden graag. altijd kwam ze met creatiefe iedeeen en oplosingen.
ze was net verhuist van roisen naar flits en dit was haar eerste dag op school.
het meisje zad gespannen in de klas. de juf klapten in haar handen. we gaan beginnen zei ze. maar er is een nieuw meisje in de klas. juf wenkte haar naar vooren. vertel eens wat over je zelf. hoe je heet en wat je hobby's zijn. mijn hobby's zijn: tekenen, knutselen en naaien. en wat is je naam? vroeg juf. weet ik niet. zei het meisje. maar hoe moeten we je dan noemen? vroeg juf. meisje. zei meisje. oke, meisje. zei juf.
toen school was afgelopen, ging meisje weer naar huis. eenmaal thuis vroeg ze aan haar moeder: mam, hoe heet ik? weet ik niet . antwoorden moeder. hoe moet je me dan noemen vroeg meisje. kind. antwoorden moeder. kind liep naar buiten. daar kwam ze joey tegen. he, joey. zei ze. wat zou ik graag een naam willen hebben zoals jij. zei kind. hoe heet jij dan? vroeg joey. kind. antwoorden ze. wat een aparten naam. zei hij. maar omdat jij niet mijn kind bent, kan ik jou geen kind noemen. dus, hoe moet ik je nou noemen. misschien vriendin. gaf kind als iedee. ja, wand je bent mijn vriendin. zei joey. doei ik ga verder. zei vriendin.
even later kwam ze theo de postbode tegen. he, theo jij hebt ook al zo een mooie naam. zei vriendin. theo keek op. maar hoe heet jij dan? vroeg theo. vriendin. antwoorden vriendin. maar je bent niet mijn vriendin dus hoe moet ik je dan noemen? meisje. zei vriendin. nee, dat vind ik niet leuk klinken. dan noem je me toch gewoon jongen. zei vriendin. haha, ja dat vind ik wel grappig. zei theo de postbode. jongen ging weer verder.
op straat kwam jongen oma bettie tegen. dag, lieverd. zei oma bettie. u heeft ook al een normalen naam. zei jongen. hoe heet jij dan? vroeg oma bettie. jongen. antwoorden jongen. maar jij bent toch helemaal geen jongen. zei oma bettie. ja, dat is waar maar postbode theo vond het grappig. maar hoe moet ik je nou noemen? vroeg oma bettie. geen flauw iedee. zei jongen. dan noem ik je lieverd. dag, lieverd.
lieverd wist het even niet meer. daarom ging ze naar niels de politieman. niels, hoe heet ik. vroeg lieverd. weet ik niet. zei niels. maar hoe moet iedereen me dan noemen!? misschien moet je zelf een naam bedenken, wand je was toch zo creatief. zei niels. ja, dat is een goed iedee! zei lieverd.
een dag later kwam ze weer op school. dag, meisje. zei juf. ik heet geen meisje meer, maar meike. zei meike. nu wist iedereen hoe ze heten en had ze nog maar een naam.
YOU ARE READING
hoe moeten we je nou noemen?
Short Storyeen klein meisje heeft geen iedee hoe ze heet. iedereen bedenkt zelf een naam voor haar. maar kan ze dat niet beter zelf bedenken.
