Youssef sliep nog vast toen zijn wekker ging. Nog half in zijn slaap drukte hij op een paar willekeurige knopjes totdat de wekker stopte met piepen. Met zijn gedachten was hij nog bij zijn droom. Hij had gedroomd over een eiland midden in de oceaan, en hij was daar alleen. Hij had een berg moeten beklimmen, en boven aan de berg had hij een hutje aangetroffen. De top van de berg raakte bijna de donkere onweerswolken aan. Hij was verzwakt en de wind rukte af en toe stevig aan zijn jas. Hij was bang om opgepakt te worden door de wind, want die was zo sterk dat hij er schuin tegen aan moest leunen om niet om te waaien. Dus klopte hij aan, en op het moment dat de houten deur openvloog was zijn wekker gegaan. Youssef was benieuwd wie in zijn droom open had gedaan.
Hij kwam half overeind en schudde zijn hoofd om niet weer in slaap te vallen. Hij moest wakker worden, want over anderhalf uur vertrok het passagiersvliegtuig dat hij moest besturen.
Youssef was namelijk piloot bij KLM. Hij vloog uitsluitend lange vluchten, naar Amerika of China bijvoorbeeld. Naast zijn werk maakte hij graag muziek, zijn huiskamer stond vol met instrumenten. Youssef was geboren in Irak en hij was toen hij nog heel klein was gevlucht naar Nederland met zijn ouders, omdat veel vrienden en familie slachtoffer werden van de burgeroorlog die daar al jaren woedde. Alleen hij herinnerde zich er nauwelijks wat van en was nu een gewone Nederlandse bewoner.
Het lukte Youssef na enige tijd om op te staan en de gordijnen te openen. Een felle zon scheen hem tegemoet. Het werd een mooie dag vandaag in Nederland. Maar de vraag was of het ook mooi weer bleef boven Europa, Azië en de Indonesië. Hij moest namelijk naar Australië vliegen, naar Sydney.
Youssef douchte terwijl hij zijn favoriete playlist luisterde, kleedde zich aan, at een half brood op en poetste zijn tanden. Hij knuffelde even zijn kat Nicky, gaf haar wat te eten en gooide de sleutel van zijn huis door de brievenbus van zijn buurvrouw. Hij startte zijn bmw 8 en reed met zijn zonnebril op naar Schiphol. Hij was er al in tien minuten, en een stewardess stond hem op te wachten, ze leek erg kwaad.
‘Waar bleef je nou? Het is toch altijd wat met jou. Het vliegtuig moet al over drie kwartier vertrekken!’ zei ze kwaad terwijl Youssef uitstapte.
‘Is het vliegtuig al geland?’ probeerde hij zo koel mogelijk te zeggen.
‘Nee, dat nog niet. Maar…’
‘Dat bedoel ik dus,’ zei hij en hij was blij dat hij zijn ogen kon bedekken achter de zonnebril. Hij liep langs haar heen naar de kantine en opende zijn lunchbox al. Twintig boterhammen leken hem verleidelijk toe te lachen. Met pretoogjes nam hij een enorme hap van een boterham met kaas en komkommer. Terwijl hij aan het eten was kwam er iemand naar hem toe. ‘Hé man, je bent vroeg vandaag!’ zei hij tegen Youssef.
‘Yo Rick! Ja, ik kwam vandaag snel uit bed.’
‘Lag je dan nog te slapen?’ vroeg Rick, zijn co-piloot vol omgeloof.
‘Ja. Maar ik was al om half twaalf wakker hoor!’ Youssef propte zijn tweede broodje naar binnen. ‘Kom je zo even hardlopen om de baan heen?’ vroeg hij met volle mond.
‘Je weet toch dat dat niet mag!’
‘We doen het al weken en niemand zegt er wat van.’
‘Oke,’ stemde Rick toe.
Voordat Rick ook maar geantwoord had, was Youssef al de kantine uitgerend, vol energie en zin om vooe de lange zit in het vliegtuig de benen te strekken.
Rick slaakte een enorme zucht en ging zijn vriend achterna.
Na een kwartier gerend te hebben in de kerosinelucht werd Youssef gebeld. Hij vond de ringtone zo geweldig dat hij nog even doorrende in het ritme dat nummer. Maar hij ging toch even kijken wie het was. Het was Emma, de stewardess die hem had opgewacht. Oeps, dacht hij. Youssef nam niet op en stuurde het bericht: “ik kom er aan!!!”
‘Rick, het vliegtuig vertrekt zo,’ liet hij zijn vriend vervolgens weten. Ze keken om en zagen het gevaarte al staan. Ze jogden erheen en namen plaats in de cockpit terwijl de tank van het vliegtuig werd bijgevuld. Samen dronken ze elk een slok uit een thermoskan hete koffie en luisterden nog even naar een paar hits van Bill Withers tot ze het signaal kregen dat ze mochten gaan rijden. Ze zetten hun koptelefoons op en begonnen te rijden naar de opstijgbaan. Eenmaal daar aangekomen wachtten ze even op het signaal van de controletoren, en daar gingen ze!
