Ik wou dat ik het je kon uitleggen, maar dat kan ik niet. Hij heeft mij veranderd, zowel goed als slecht. Maar ik zal toegeven dat het slechte misschien wel overheerst. Ik was 12 en jij 14. En je veranderde mijn leven in zo'n korte tijd.
Hoe we elkaar hebben ontmoet kan ik mij niet herinneren. Zijn naam. Het spookt nog vaak in mijn hoofd. Maar deze verloren herrinneringen zijn ook het enige wat er van je over is gebleven. Je hebt me gebroken, mijn waardigheid afgenomen. Maar toch blijf je galmen in mijn hoofd.
De ruimte waar wij samen films keken is omgetoverd naar een kermisattractie. Vol met apparaten die knipperen in verschillende kleuren en geluiden die je hoofd binnen drillen.
We deden die paar weken alles samen. Jij, ik en zij. Zij had me kunnen helpen, maar het was gewoon een grap voor haar. Zij wist niet beter. En ik kan het haar ook niet kwalijk nemen.
Zij had het ook niet kunnen weten.
Je was een prachtpersoon, althans tot de zon onderging. Dan ging je persoonlijkheid mee. Je werd de duivel met het gezicht van een engel.
Je probeerde mij te zoenen, maar ik duwde je weg. Ik weet niet wat er knapte bij jou, maar iets brak daar ben ik zeker van.
Of toch niet, misschien was het 1 van je andere persoonlijkheden.
Ik weet het niet.
Het begon altijd met het donker, zo gauw als de zon onder ging. Je raakte me aan, en ik zei dat je moest stoppen. Je ging door. Ik weet dat ik het uitgilde, maar de mensen zagen het niet, ze hoorde het wel. Ze keken weg, of lachten toe.
Misschien dachten ze dat het een grap was, ik hoop het voor hun.
Je volgde me, overal. En dat was prima want ik vertrouwde jou. Zelfs nadat je me aanrandde.
Als we gingen zwemmen, klom je onder het kleedhokje door. Ik probeerde me te bedekken, maar je trok het zo weg. "Sst.. geen geluid maken." En je legde je hand op mijn mond.
Niemand heeft mij ooit zo machteloos laten voelen als jij dat hebt gedaan.
Wees gewoon stil.
Ik was zo jong, jij was zo jong. En ik vraag me zo erg af waarom je het deed.
En zo gauw als het donker aanbrak viel alles weer ineen. Je werd zo'n ander persoon. Overdag was je mijn beste vriend. En ik kan nog steeds niet begrijpen waarom je s'avonds die dingen deed.
Het galmt, mijn brein door. Mijn herinneringen en gedachten aan jou.
Het doet pijn.
Ik werd wakker, en je lag op mijn lichaam. Ik voelde je adem in mijn gezicht. Je was zo dichtbij. Te dichtbij. Wat je had gedaan wist ik niet. Het beangstigd me, hoe ik wakker werd in alleen mijn ondergoed toen jij op me lag.
Het
Brak
Mij
Het
Veranderde
Mij
En nu ben je er niet meer.
Je moeder belde, ze belde mij huilend op.
Ze vertelde dat ze niet zo'n vrolijk nieuws had.
Je had jezelf van kant gemaakt.
Hij is er niet meer, hij heeft een zijn eigen leven beëindigd.
Ik hing op, zonder een woord te hebben gesproken, zonder een vraag te hebben gesteld.
Ik heb je nummer verwijderd.
Daarna ben in huilend neergestort op bed. Het was een opluchting, je kon mij niet meer opzoeken. Ik hoefde niet in angst te leven.
Want jij, jij bent er niet meer.
Maar aanrakingen brengen mij terug, terug naar die momenten. Naar jou. En het doet pijn.
Elke keer als iemand me aanraakt, elke keer als iemand me laat schrikken, raak ik in trans.
Ik wou dat ik het je kon uitleggen, dat ik je iets kon vragen.
Maar dat kan nu niet meer...
YOU ARE READING
Hearts of glass
Non-FictionIn dit boek komen verhalen, verhalen over dingen die ik op papier moet zetten. Brieven die woorden vertellen die ik zelf niet kan uitspreken. Dingen die ik jouw wil zeggen, maar mijn mond nooit zal uitspreken.
