1

14 0 0
                                        

Verschrikt kijk ik op. Een muur. Een muur van witte tegels. En een plafond. Ook wit. Waar ben ik? Ik draai me om. Een deur. Uit reflex loop ik er op af. Ik draai aan de deurknop. Op slot. Waarom ben ik hier? Ik draai me om. Een spiegel. Ik kijk. Een gezicht. Vaag. Wie is dit? Een meisje met bruin haar en donkergroene ogen. Links heeft een ze een plukje haar dat net een beetje voor haar ogen valt. Waarom weet ik niks? Ik ga maar weer op de grond zitten. Het is hier leeg. En kil. Dat vooral. Ik schreeuw. Ik weet niet waarom. Mijn schreeuw zorgt voor een enorme echo in de kille ruimte. Dan valt me iets op. In de hoek staat een rode rugzak. Ik stap er op af en pak het op. Van wie is dit? Ik draai het om. Een logo. Het lijkt wel een "N" en een "L" door elkaar. Ik open de rugzak. Dit voelt heel slecht. Gevonden voorwerpen mag je nooit zomaar openmaken. Die moet je laten liggen en wachten tot de eigenaar het op komt halen. In dit geval ken ik de eigenaar niet. Dus ik maak het maar open. Ik graai in de rugzak. Een flesje. Ik haal het eruit en bekijk het. Water zo te zien. Zonder na te denken draai ik de dop er af en neem ik een grote slok. Tot de helft drink ik het leeg. De andere helft bewaar ik wel. Ik weet niet waarom. Ik stop het terug in de rugzak en voel dat er nog iets in zit. Het kraakt. Ik pak het vast en haal het eruit. "Cheesy Chips", staat erop. Ik kan op z'n minst één nemen. Ik weet dat het er meer zullen worden, want dat is gewoon zo met chips. Na de eerste neem ik een handje vol. Ik ben hier toch alleen. Dan verfrummel ik het zakje tot een klein pakketje en stop ik het terug.

                                *

Ik open mijn ogen. Blijkbaar ben ik in slaap gevallen. Waarom ben ik zo moe? Ik duw mezelf omhoog en grijp naar de rugzak. Ik graai erin. Dan voel ik iets hards. Wat is het? Ik pak het vast en duw het omhoog. EEN TELEFOON! OMG! Dit kan ik eigenlijk niet doen, maar toch doe ik het. Ik druk op de "home"-toets en er verschijnt een achtergrond met een foto van een jongen op. Hij draagt een rood petje. Onder het petje zitten zijn blonde haren verstopt. Hij kijkt zelfverzekerd in de camera. En hij knipoogt. Waarschijnlijk door het felle zonlicht, want de foto is overbelicht en buiten gemaakt. Er staat een ingang van een winkeltje op de achtergrond.

                               *

Hij wijst naar de winkel en kijkt me aan. "Toe maar schat, doe wat je niet laten kan", zeg ik. Ik weet dat hij sowieso wel was gegaan. Die souvenirwinkeltjes kun je hier gewoon niet overslaan. Blij als een kind huppelt hij de winkel in. Ik volg hem terwijl ik probeer om mijn lach in te houden. Eenmaal in de winkel zien we van alles: Notitieboekjes, glazen bollen met Arena Di Verona in het midden, magneetjes met de Italiaanse vlag en ga zo maar door. Hij staat bij de pettenhoek. Ik loop naar hem toe en zie hoe hij zichzelf bewondert met een rood petje op zijn hoofd. "Het staat je goed", zeg ik. "Ja hè? En voor 2 euro moet je ook niet zeuren hier." Ik lach en sla een arm om hem heen. "Naar de kassa dan maar?" Hij knikt. Ik geniet van zijn blijdschap. Als de mevrouw achter de kassa hem een tasje aan biedt, schudt hij heftig zijn hoofd. "Nee hoor", lacht hij, "ik houd hem liever op." Hij loopt naar me toe en samen lopen we de winkel uit. "Wil meneer ook een foto met zijn geweldigmooie pet?" "Of course", zegt hij. Ik had daar niet om te hoeven vragen, want ik weet dat hij een fotoliefhebber is. Ik pak mijn mobiel uit de rugzak en zeg: "Smile!" Met een veel te blij gezicht kijkt hij de camera in. Hij knipoogt. De zon is te fel denk ik.

GewistWhere stories live. Discover now