1

7 1 0
                                        

We waren wanhopig, we hadden geen voedsel meer en we vonden geen land. We probeerden met mensen in ons land, Mypherie, te communiceren, maar we kregen geen antwoord. De mensen aan boord van het schip hadden net als ik honger en sommigen werden langzaam gek, ze begonnen te hallucineren. Voor onze eigen veiligheid hadden we ze opgesloten in het binnenste van het schip omdat er veel wapens aan boord waren en er geen echte controle over was. Elke dag wachtte ik samen met Grover tot er iets spannends zou gebeuren terwijl Santiago benedendeks bleef om op de zieke mannen te passen. We waren allemaal bezorgd over de toestand van het schip. Slechts drie van ons waren nog in goede gezondheid en wij droegen de verantwoordelijk over het schip en haar bemanning. Het greep Santiago heel hard aan, want hij had nog nooit mensen zien sterven en zeker omdat ze allemaal als familie voor hem waren.


Het was middernacht, ik hoorde een geluid en ging naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Grover keek in de verte en probeerde in de donkerte iets te onderscheiden. Ik ging naar hem en vroeg hem wat hij zag.

Het was te donker en we konden niets zien, maar ons hart vertelde ons dat we dicht bij land waren. Ik zei Grover dat we maar moesten gaan slapen en wachten op de volgende dag, want misschien was het maar een droom.

Ik kon niet slapen, want ik moest denken aan alle opdrachten die we moesten doen als we land zouden vinden. Eigenlijk was onze prioriteit nu voedsel vinden en land was niet zo belangrijk. We zaten al 3 weken zonder eten.

Om 3 uur werd ik wakker. Ik kon niet slapen en begon de kranten te lezen die de koning ons meegegeven had. Ik had ze nog niet gelezen en het was ook nu niet gemakkelijk.

Ik ging Santiago zoeken en vertelde hem het nieuws uit de kranten. Grover probeerde nog altijd uit te zoeken hoever we van land verwijderd waren. Hij zat in een stoel en had iets op een blaadje papier geschreven. Ik keek hem aan en zag dat hij niet sliep dus ging ik naast hem zitten en na enkele minuten stilte begon hij te praten.

'We zullen sterven, ik voel me schuldig Tain, alles is mijn schuld omdat ik niet de juiste route heb gevonden en nu zijn we verdwaald.' Ik nam zijn hand vast: 'We zijn niet verdwaald, we hebben land gevonden.' Hij keek in mijn ogen en ik zag hoop. We gingen Grover zoeken. Hij was blij, want we waren dichter dan ooit. We konden de vogels en het land zien en we maakten ons klaar om aan land te gaan. Eerst hadden we niet gezien dat er mensen aan land fruit van de bomen aan het plukken waren, maar toen we ze zagen, probeerden we hun aandacht te trekken en toen ook zij ons opmerkten, liepen ze weg.


We waren al één uur bezig al ons materiaal uit het schip aan land te brengen toen we plots een grote man zagen. Hij was ongeveer even oud als ik, maar groter.

Hij kwam dichter en zag Santiago die in het zand op adem moest komen. Hij zag dat Santiago zich niet goed voelde en gaf hem een exotische vrucht waarvan er duizenden aan de bomen op het land hingen.

Hij was vriendelijk en we probeerden met hem te praten, maar hij verstond ons niet dus probeerden we met gebaren met hem te communiceren. Eigenlijk was het niet nodig, want de bewoners zagen hoe slecht we eraan toe waren en hoeveel honger we hadden. Zij gaven ons eten en een plaats om te slapen. We sliepen een hele dag en ik kan me ook nauwelijks herinneren wat er precies allemaal gebeurd was toen we aan land kwamen.


De volgende morgen werd ik wakker en ik zag dat Santiago en Grover nog aan het proberen waren met de grote man te communiceren. Ze hadden gezien dat ik wakker was en ik hielp hen met de man te praten.

Kamu telah mencapai bab terakhir yang dipublikasikan.

⏰ Terakhir diperbarui: Aug 12, 2018 ⏰

Tambahkan cerita ini ke Perpustakaan untuk mendapatkan notifikasi saat ada bab baru!

WRLDCerita yang bikin terobses. Temukan sekarang