Nocturne

4 0 0
                                        

Die nacht speelde zich er een vreselijke gruweldaad af in het dorp. De enige getuigen waren zij, het meisje, en de rotte, met sneeuw bedekte naaldbomen die de blokhut omringde. De klok sloeg zeven uur en het geluid weergalmde in de kerktoren. Het was slechts enkele uren nadat de dingen zich hadden afgespeeld. Iedereen ontwaakte en kwam op gang. Buiten het meisje, het meisje dat al heel de nacht geen oog had dichtgedaan en enkel voor zich uit had zitten staren. Niemand had ooit gezien wat zij die nacht had gezien en geen ziel wist wat komen zou. Ze zat daar nog steeds, op haar eentje, knieën geschaafd door het ruwe hout van de vloer en ogen bloeddoorlopen. Een bijna niet te horen gil, baande zich een weg door haar stembanden om dan te sterven op haar lippen. Ze stond met stramme spieren op en struikelde enkele stappen naar voren tot bij het verscheurde lichaam van wat ooit haar broer geweest was. Een bijna niet te horen gil, baande zich een weg door haar stembanden om dan te sterven op haar lippen. Het laag daar geknakt en gebroken op de houten vloer. Of was het nog steeds een hij? Was het nog steeds haar broer en niet enkel een levenloos lichaam? Ze wist het niet. Het enige wat vast stond was dat ze zich moest voorbereiden en beschermen voor als het monster terug zou komen. Bij de gedachte aan het monster schoot de adrenaline door haar lichaam. Met bibberende handen griste ze het tafellaken van tafel en sloop ze stilletjes naar het lichaam. Op haar lip bijtend probeerde ze haar tranen te bedwingen terwijl ze zijn ogen sloot. Haar gedachten sloegen op hol en ze fantaseerde dat ze in een groen grasveld was, samen met haar broer. Lachend en elkaar plagend, de blijdschap en het leven spatte er vanaf. Dit zou nooit meer gebeuren, want haar broer was tenslotte dood. Bruut werd ze uit haar fantasie gerukt door een haast onmenselijke grom die van buiten kwam. De duisternis had haar maar al te snel in zijn greep en binnen de minuut was het donker.
Toen ze ontwaakte had de warme zon al lang plaats gemaakt voor de kille geluiden van de nacht. De grote maan keek haar uitdagend aan vanuit het venster. Ze besefte dat alles zich nu zou gaan afspelen en vervloekte het moment van zwakte dat haar had doen flauwvallen. ‘BAM’ met een klap sloeg ze de deur dicht en draaide ze de sleutel in het slot. Ze merkte dat haar ademhaling ongewoon snel werd en ze had moeite rechtop te blijven staan. Ze zag zwarte vlekken en viel neer, toen de duisternis haar bijna helemaal in zijn macht had kwam ze bij zinnen. Het besef overweldigde haar. Er was helemaal geen monster buiten zijzelf. Compleet geschokt en verward keek ze de kamer rond. Daar, in de hoek van de kamer lag het jachtmes dat ooit van haar vader was geweest. Het bloed van haar broer kleefde er nog steeds aan, als een stille herinnering aan haar daden. Een deken van bloeddorst omhulde haar geest en ze voelde het monster naderen. Ze wist dat als ze nu niet ingreep er geen stoppen aan meer zou zijn. Naar adem happend en met betraande wangen kroop ze naar het mes toe. Ze greep het koude handvat vast en het lemmet glinsterde in het maanlicht. Ze streek haar vinger over het lemmet en voelde een vreemd soort voldoening door haar heen gaan. Haar eens lichtblauwe ogen waren nu bijna volledig zwart. Ze wist dat ze niet langer kon wachten. Traag en voorzichtig draaide ze het mes om, het lemmet nu naar zichzelf gericht. Op een bijna tedere manier en met een zekere elegantie gleed het mes tussen haar ribben door. Het bloed liep in kleine beekjes en kanalen over haar borstkas zo naar haar voeten toe. Haar adem stokte en ze zag in haar hoof het beest langzaam verdwijnen. Daarna niets meer.

You've reached the end of published parts.

⏰ Last updated: Nov 26, 2017 ⏰

Add this story to your Library to get notified about new parts!

NocturneWhere stories live. Discover now