Fuck, zegt een stem iets verder.
Ik weet niet waar ik ben.
Het licht schijnt maar zachtjes.
Ik probeer mijn naam te herrineren maar het lukt me niet.
Ik stamp tegen de deur, na een paar seconden hoor ik gekreun en gebons op de deur. Ik hou mijn adem in en stap zachtjes terug. Dan zie ik de klink draaien en ik spring tegen de deur. Ik weet niet wat er is maar ik heb er geen goed gevoel bij.
Ik draai de sleutel om en hoor de deur op slot gaan. Ik zucht van opluchting en ga even zitten op de grond.
Ik zie een spiegel en ga er voor staan.
Ik ben een meisje, een gescheurde broek en een rood met zwart hemd en bruine laarzen bedekken me. Er ligt een rugzak met een naam op, Kelly.
Ik rits de rugzak open en schrik.
Een geweer en een mes, alles begint te draaien en ik struikel over de rugzak.
Ik trek me recht aan een kast.
Ik wandel terug naar de rugzak en zie een portemonee. Ik neem de identiteits kaart en lees het hard op.
Kelly williams. Dat is mijn naam dus.
Ik hoor de deur kraken en mijn hart bonst in m'n keel.
Ik grijp mijn rugzak en gooi een stoel door het raam. Ik kijk buiten en schrik. Gebouwen staan in brand en de nacht lucht vermengt met de oranje kleur van het rijzende vuur.
Ik kijk binnen rond en de deur begint te barsten.
Ik grijp het geweer van in mn rugzak en richt op de deur.
Dan barst de deur open en twee bebloede mensen wandelen traag naar me toe, hun armen opgeheven en hun ogen melk wit. Geinfecteerden!, schreeuw ik als ik denk aan resident evil.
Ik richt mijn pistool op hun hoofden en los twee schoten. De twee geinfecteerden vallen neer.
Dan hoor ik terug stemmen en twee meisjes komen de deur doorgerend.
Ik richt mn geweer op de meisjes.
Dan zie ik dat ze geen zombies zijn en laat mijn geweer terug zakken.
Sorry, zeg ik.
Geen probleem, zegt het blonde meisje terwijl ze haar hand uitsteekt.
Ellie, zegt ze.
Het tweede meisje doet het zelfde.
Alice, zegt ze terwijl ze lacht.
Kelly, zeg ik kortaf.
Dan horen we andere zombies.
Snel!, zegt Ellie. En we klauwteren door het raam dat ik heb ingeslagen.
We springen op de brandladder en klimmen langzaam naar beneden.
Duizenden dingen spoken rond in mijn hoofd.
Mijn verleden...ouders...vrienden..vriendje? Het is allemaal een groot misterie.
Zodra we beneden zijn komt er een auto aangereden. De auto stopt.
We staan alle drie stokstijf voor de auto.
Waar wachten jullie op!, stap in!, zegt de vrouw achter het stuur.
Ik ben Rain, zegt ze.
Ik ben Kelly en dit zijn Ellie en Alice.
Laten we gaan, zegt Rain gespannen.
We kijken door de achterruit en zien een hele horde zombies achter de auto aan wandelen.
Waar gaan we naar toe?, vraag ik.
Zo ver mogelijk van de stad, zegt ze kortaf.
Ik leg me neer op Ellie's schoot en val in slaap.
Wanneer ik wakker word zijn we al een groot deel verwijderd van de stad.
De zon begind stillaan te rijzen.
Ik zie dode mensen liggen en rondstappen terwijl we erlangs rijden.
Ik kijk op mijn gsm en doe facebook open. Mijn tijdlijn staat vol berichten: "ik hoop dat je ongedeerd bent", "kom snel naar huis", "god zijn met je". Mijn maag begind te draaien en ik zet mijn gsm terug uit.
Ik voel de tranen naar boven komen maar geef niet toe. We stoppen aan een landhuis. En een man komt buiten. Ah Rain, ik dacht dat je deze week niet zou komen opdagen, zegt de man. Zwijg Four, zegt ze.
Four?wat is dat voor een naam?, zeg ik tegen mezelf.
Tja nu kan je alles zelf kiezen, zegt Alice. Blijkbaar..., fluister ik.
Wie zijn dit?, vraagt Four.
Ik ben Kelly dit zijn Alice En Ellie.
Ik ben Four, zegt hij.
Hij ziet er goed uit en hij is niet veel ouder dan ik. Ik kijk op lijn identiteits kaart, 16 jaar he zeg ik tegen mezelf.
Ik wandel naar binnen samen met de rest. Het ziet er net uit, net alsof er niets aan de hand is.
Dan voel ik een tik op mijn schouwder, het is Four.
Kan ik je even spreken?, vraagt hij.
Ja tuurlijk, zeg ik terwijl ik glimlach.
Volg me maar, zegt hij. Ik wandel achter hem aan en stop bij een grote eiken deur. Hij wandelt binnen dus ik volg.
Sluit de deur alsjeblieft, zegt hij aardig.
Dan stap ik naar hem toe.
Hij is knap... groene ogen staren recht in de mijne. En opeens voel ik zijn lippen tege de mijne. Het voelt goed maar de tijd is nog niet rijp. Ik weet nog maar 3 uur dat de wereld aan het stoppen is.
Sorry maar ik kan het nog niet, zeg ik terwijl ik over zijn hand wrijf.
Ik zal je naar je kamer brengen, zegt hij.
Ik volg hem weeral.
Hij brengt me naar een rode kamer met een wit modern bed.
Ik spreek mezelf tegen.
De wereld is aan het vergaan, voor ik het weet is iedereen die ik ken dood en ik ook waarschijnlijk. Mischien moet ik het toch een kans geven.
Zonder er bij na te denken gooi ik Four op mijn bed. Ik ga op zijn schoot zitten en kus hem. Zijn handen rond mijn middel. Ik wrijf men mijn handen door zijn kort bruin haar.
Voor ik het wist was het nacht.
Ik word wakker en zie Four bloot naast me liggen. Het was mijn eerste keer, zeg ik zachtjes tegen mezelf.
Ik kus hem wakker. Hey, zegt hij.
Hey, zeg ik terug. Zijn slaperige stem klinkt sexy. Ik kleed me aan en zoek achter de rest.
Four rent achter me aan en houd mijn hand vast. Dan zie ik iedereen aan een groote eiken tafel zitten.
Wel wel.. zegt Ellie. Wie we daar hebben, lacht ze. Delen van mijn verleden komen terug. Mam!, een grote beet op haar arm bloedt.
Ik schud mn hoofd en glimlach naar Four. Waar is Rain?, vraag ik.
Ze is spullen gaan halen in haar vorig huis zei ze tegen ons. Meiden redden jullie het 2 uurtjes alleen hier?, vraagt Four. Ja hoor lukt ons wel, zeggen Alice en Ellie tegelijkertijd.
Ik ga met Kelly spullen zoeken, geweeren, voedsel, kleding enz...
We stappen in Four's auto. Hij rijd een stuk terug naar de stad en stopt in het bos. Hij legt de stoelen plat en kust me. Hij trekt mijn topje uit en kust m'n nek. Ik trek zijn t-shirt uit. Zijn spieren zijn duidelijk zichtbaar.
Hij heeft een tattoo. Een cirkel met een vlam in. We trekken onze kleren uit en hij gaat op mij liggen. Het voelt goed. Dan bonzen er twee vuisten op het raam. En we stoppen. Klote zombies, zeg ik.
We trekken onze kleren aan en rijden verder.
We stoppen bij een surpluss winkel.
Neem zoveel mogelijk mee!, Zegt Four van achteraan de winkel. Jup!, Roep ik terug. Ik grijp een sportzak en vul hem met geweren en kogels. Omg! Ik zie een apocalyps outfit hangen en trek mijn kleren uit. Zin in ronde twee?, vraagt Four. Nee gekkerd, zeg ik. Ik wissel van kleren haha.
Ik trek de broek en het zwarte hemd aan. Dan trek ik de zwarte laarzen aan. Ik heb het meeste!, schreeuw ik.
Dan komt er een zombie aangerend en vloert me. Al de lucht is uit mijn longen geslagen. Ik kruip over de grond, snakkend naar adem.
Ik draai me om en de zombie springt op mij. Ik schreeuw zo hard ik kan, Four hoort me toch niet.
Ik probeer aan het met te raken dat in mijn laars steekt. Dan heb ik het. Ik hef het mes op en haal dan krachtig uit. Ik steek het mes diep in de zombie z'n schedel. De zombie valt neer op me. Op dat moment komt Four aangelopen. Ik duw de zombie opzij en sta op. Dankje voor de snelle reactie, zeg ik sarcastisch als ik op zijn schouwder boks.
Ik neem de gevulde sportzak en storm kwaad buiten.
ik zet me in de auto en negeer Four de hele weg.
Als ik binnen kom gooi ik de sportzak zo hard ik kan op de grond en wandel kwaad naar mn kamer. Ik sla de deur zo hard dicht dat de zombies op de ramen in mijn kamer kloppen en slaan. Een geluk dat het raam dicht getimmerd is met houten planken. Anders zaten ze al binnen. Ik zucht en zoek mijn gsm. Ik zet mijn koptelefoon aan en zoek tussen mijn muziek. Ah Devotion van ellie goulding!
Ik hoor Four mijn naam roepen. Hij komt dichterbij. Ik loop naar de deur en draai de deur vast.
Doe nu niet zo!, schreeuwt hij.
Ik negeer hem en kruip onder de lakens. Na een tijd stapt hij weg en hoor ik Ellie kloppen.
Ik draaibde deur los, laat haar binnen en draai de deur dan weer vast.
Wat is er gebeurt?, vraagt ze.
Ik was bijna dood, zeg ik.
Een zombie viel me aan en hij hoorde me niet.
Kelly toch, zegt ze terwijl ze me een knuffel geeft. Waar is Alice? Ze is met Four mee gaan zoeken naar Rain.
Ik zucht. Laten we gaan, zeg ik.
Naar waar? Alles behalven hier.
Ik grijp mijn rugzak en vul hem met medicatie, geweren en kleding.
Ik ben klaar, Roept Ellie.
Laten we gaan, zeg ik.
Onderweg vinden we Alice wel.
Hebben ze gezegd waar Rain's huis is?
Ja ergens in het westen.
Daar ligt een kaart en haar buurt is omcirkeld, zeg ik. Dat is niet zo ver. Over een uur zijn we daar.
We stappen buiten en slaan de deur dicht achter ons. Een auto! Ik krijg die wel gefikst hoor, zeg ik.
Na een paar keer de kabels tegen elkaar te hebben gehouden. Stap in! Snel zombies!, schreeuw ik.
Ik heb nooit leren rijden dus ik hoop op het beste.
Ik trap de gas pedaal in en we vertrekken. Dit gaat beter dan gedacht, zeg ik. Na een half uur stop ik en zie Alice langs de kant lopen.
We rijden even door en Alice schrikt.
Na dat ze beseft dat wij het zijn springt ze in de auto.
Waar gaan we naar toe?
Alaska, zeg ik.
Waarom Alaska?
Vergeet wat ik heb gezegd. Ik lette even te veel op toen ik tegen Ellie praatte en ik raak een zombie.
We draaien maar we mankeren niks.
We rijden verder tot we Four en Rain zien als zombies zien.
Ik voel een schreeuw uit mijn buik opkomen. Deze keer kan ik mijn tranen niet bedwingen. Ik kan het niet en rij door.
Iets verder is de benzine op en moesten we een andere auto zien te vinden. Four's Jeep, zeg ik.
We stappen een stuk terug en stappen in Four's auto. Dan rijden we door.
De nacht valt snel. Het lijkt alsof er meer zombies snacht's zijn dan overdag. Of ligt het aan mij?, vraag ik.
Het ligt aan jou, lacht Ellie.
Kunnen jullie de geweren al herladen? Dan zijn we klaar voor wat er gaat komen.
Ik zie een berg en rij er heen. Zombies komen daar nooit.
Ik stap uit en laat de frisse ochtend lucht mijn longen vullen, het brznd een beetje in mijn neus maar ik mag van geluk spreken dat ik nog leef.
Op de berg stond een huis met een ouder koppel in. Ze leefden nog maar ze hadden weinig eten. Ik was blij dat ik hier ben gestopt. Ze waren dood gelukkig met het eten. In ruil mochten we een week blijven.
Hun zoon was vorige week overleden aan een zombie beet. Er was elecktriciteit en warm water. Ik har blauwe haar kleuring. Mijn haar was blond dus waarom niet?
Ik wrijf mijn licht blonde lokken in met de blauwe kleur.
Dan spoel ik mijn haar uit. Dan besef ik dak ik vol bloed hang van de zombie in de surpluss winkel en stap de douche in.
Ik neem het flesje douchegel en wrijf de zeep op mijn huid. De zeep vermengt met het bloed. Ik laat het water over mijn lichaam glijden en haal diep adem. Ik proef de zeep in mijn mond en laat de straal water de zeep eruit spoelen.
Ik hou mijn tranen in ookal weet ik niet waarom ik huil. De oude vrouw klopt op de deur. Gaat het wel?, vraagt ze. Ik slik al mijn verdriet in en hou me sterk, probeer ik toch.
Ja hoor dankjewel, zeg ik.
Ik durf me niet meer te binden..
Ik stap uit de douche en kijk in de spiegel. Al mijn blonde lokken zijn nu donker blauw. Mijn oorbellen zichtbaar en mijn tattoo ook.
Een driehoek.
Ik trek mijn kleren aan en stap naar de living waar het oude koppel tv kijkt. Ik zal al vast aan het eten beginnen. De oude vrouw was blij.
Ik zet alles op tafel en bren twee borden naar het oude koppel. Ze kijken al de hele dag oude filmpjes van hun. En hun zoon.
Ik breng ook eten naar Ellie en Alice.
Ze zijn bezig met hun haar.
Ellie heeft lange blonde krullen en Alice heeft bruin kort haar.
Eten, roep ik zachtjes.
Ik stap terug naar de keuken en kuis alles af. Opeens krijg ik flashback's.
"Mam, ik moet je wond verzorgen"
"Nee komt wel goed lieverd, slaapwel"
"Oke slaapwel"
(Volgende ochtend in flashback)
"Mam?" "MAM wat doe je!"
Ik kijk om me heen, ik sta terug in de keuken van meneer en mevrouw dabney. Ik schud de gedacht nogmaals van me af. Ik kijk naar buiten en ziendat er een muur rond hun tuin staat. Mag ik even buiten om te roken?, vraag ik. Tuurlijk, lacht mevrouw dabney.
Ik neem mijn rugzak en haal mijn laatste sigaretten boven. Nog 7.
Ik steek een aan. Marry fucking christmass, zei ik tegen mezelf.
Toen kwam Ellie naast mij zitten.
Gaat het? Die woorden waren genoeg.
Ik barste in tranen uit.
Ze gaf me een blikje.
Monster?, vroeg ik.
Uhu, monster zei ze glimlachend.
Kelly?, riep mevrouw dabney.
Ja mevrouw dabney?
Noem me denise, zei ze aardig.
Kan je me naar boven helpen?
Ja tuurlijk.
Toen ze boven op haar kamer zat begon ze te wenen.
Laat me maar even zei ze.
Ik keek over de muur buiten.
Zombies waren rond de muur verzameld.
Ik nam een geluidsdemper an begon op de zombies te schieten. Een voor een vielen ze op de grond. Ellie kwam helpen. Maar meer en meer zombies verzamelde zich. De muur is sterk genoeg om ze tegen te houden. De muur heeft de tweede werledoorlog meegemaakt dus dan kan het een stelletje doden ook wel houden. De nacht viel en ik begon moe te worden.
Ik ging nog eens bij mevrouw dabney, denise kijken. Ze sliep. Hazr man bleef tv kijken.
Ookal werkte de tv al dagen lang niet meer.
Ze zagen er allebei niet zo goed uit.
Mischien moet ik maar een oog in het zeil houden. Ze zijn bijna 90 dus... en zeker met alle dingen die nu gebeuren..
Ik loop naar boven en kijk naar denise, ze ziet lijk bleek en ze ademt precies niet meer! Nee wat moet ik nu doen?! KELLY!! O nee.
Ik ren naar beneden en val van de trap. Na een paar minuten word ik wakker en zie denise bovenaan de trap staan haar ogen wit als sneeuw.
Ze stapt naar me toe an valt ook van de trap. Ik kruip naar de zetel toe en spring erover.
Ik grijp het mes dat ik mijn zwarte laars steekt en druk het dan tegen haar hoofd. Ze valt neer en beweeg niet meer.
Dan hoor ik gekrijs. Mijn hart klopt in mijn keel.
Ik ren naar de keuken en zie dat meneer dabney op de deur staat te bonzen. Ik fluit en hij draait zich om.
Net als mevrouw dabney zijn zijn ogen ook wit als sneeuw.
Ik roep dat ze op de deur moeten bonzen en zijn aandacht moeten trekken. Ik verstop me onder de keukentalfel. Ik zie meneer dabney's voeten naar de deur strompelen. Dan kruip ik onder de tafel uit en steek ik mijn mes in zijn schedel. En ook hij valt neer. Dan komen de meiden buiten. Gaat het?, vraag ik. Nog voor mijn zin af is splinterd de deur open en stromen de zombies binnen.
Ik loop naar buiten en neem mijn rugzak. Dan klim ik samen met de meiden de muur over.
De Jeep staat er nog. Ik weet even niet meer waar heen te gaan.
Alles ging goed...
Maar geluk heeft nog nooit lang aan mijn zijde gestaan. Ik herriner het me weer waarom ik in dat gebouw zat. Een horde zat me achterna en ik ben gestruikeld en flauwgevallen. Het is nog vaag maar ik wil het me helemaal niet herrineren. Het is het beste als we nu even in de auto blijven voor een tijd.
Alice had een Cd van Ellie Goulding gevonden en stak hem in.
Ik bleef rijden en rijden.
Ik kwam uit op een volle snelweg.
Er was geen mogelijkheid om daar door te rijden dus terugdraaien dan maar. De uren gingen traag voorbij. We stopte bij een verlaten gebouw. Het leek alsof het al jaren leegstond terwijl de opstand van de doden nog maar twee maanden bezig is.
Maar die twee maanden lijken wel een eeuwigheid.
Als ik Four niet had genegeerd dan was hij nu nog bij me..
Mensen hebben de gewoonte om rond mij te sterven. Mischien moet ik alleen blijven.. mischien hebben ze dan een deftige overlevings kans.
Nee niet zo denken kelly!, zeg ik tegen mezelf.
Kom op!, schreeuwt Alice als ze tegen de gesloten deur duwt.
O nee! De horde! Het zijn er duizenden!, schreeuw ik. Volg mij!
Ik ren naar een bergje waar een diepe put is. En bedek het met een grote houten plank. En nu afwachten, fluister ik. De "muren" van de put zijn bedekt met aarde en modder. Wij waren dan ook bedekt met modder.
Ik had slaappillen in mijn rugzak en een flesje water. Ieder nam een halfje en na een uurtje of twee was de horde gepasseerd. We klimmen uit de modderige put. Net als ik er uit klim springt er een zombie op me waardoor ik terug in de diepe put val.
Mijn rug doet pijn en de zombie duwt met zijn volle gewicht op mijn lijf. elke spier in mijn lijf schreeuwt. Ik kijk snel rond me heen in de modder kuil en hu terwijl de zombie op afstand. dan gooit Ellie het geweer naar beneden en ik vang het snel. door alle adrenaline duw ik de zombie met een hand omhoog en schuif mijn geweer in zijn mond voor ik de trekker overhaal. een knal weergalmd door mijn oren en flitsen verschijnen en verdwijnen voor mijn ogen. het volle gewicht van de zombie ligt nu op me. er zit een heel gat in de achterkant van zijn hoofd waar bruin bloed uitloopt, de geur van verrotte hersens en bloed doordringt mijn neusgaten en ik hou me in om niet over te geven. ik duw hem van me af en kruip over de rand van de put. het regent nog steeds maar de lucht begint lichter te worden. we stappen terug in de auto en rijden door. ik leg me op de achterbank en probeer te slapen. er is zoveel gebeurt en toch is het nog maar een paar maanden sinds mensen elkaar begonnen op te eten. ik neem mijn telefoon en probeer nog eens naar huis te bellen... weer niets de elektriciteit is al een paar uur weg.
draai hier naar rechts en dan rij je een paar honderd meter rechtdoor en dan naar links, zeg ik. ik hoop dat mijn ouders er nog zijn. nee mijn ouders zijn er niet. Mischien vind ik ze wel ooit eens terug. we komen aan bij een huis, de buitenkant was vuil en groen. de deur dicht, misschien nog op slot? we kunnen hier een tijd blijven er is genoeg warm water, de boiler werkt op windenergie en nu er een storm aankomt hebben we waarschijnlijk ook genoeg elektriciteit.
De binnekant is net het witte huis... de vloeren zijn van marmer. Als je hier zit dan lijkt het alsof er niks gebeurt is.
Ik wil een tijdje uit de realiteit blijven. Alice geeft me een duw en ik ben terug.
Ik hoor iets boven, ik grijp mijn geweer en hou het voor me.
Ik loop de trap op naar mijn slaapkamer, waar mijn moeder nog altijd staat.
Ik stop mijn geweer weg en neem mijn mes.
Ik hou van je, zeg ik zacht.
Ze draait haar hoofd, haar tanden klikken en zijn bedekt met bloed.
Ik loop naar haar en duw mijn mes diep in haar schedel.
Een traan rolt over mijn wang.
Ze zou nooit willen blijven ronddwalen als een zombie, zeg ik tegen mezelf.
KAMU SEDANG MEMBACA
afterlife
Fiksi UmumEen virus raast door de hele wereld En kelly voelt zich alsof ze er helemaal alleen voor staat.
