Blz. 1

130 10 5
                                        

Lief Dagboek,

sinds mijn leven één grote klotehoop werd ben ik begonnen met het schrijven van jou, omdat ik dacht dat dat het beste was. Iemand die niks terug zei, iemand die zijn mening niet gaf, iemand die gewoon naar me luisterde zonder me af te kraken.

Ik werd gepest, in de eerste klas meteen al. Hoewel je het niet echt pesten kan noemen. Ik werd alleen maar buitengesloten. Door iedereen. Zelfs door mijn eigen ouders.
Maar het voelde als pesten. Niemand die een praatje met je maakt, niemand waar je honderduit mee kan kletsen, niemand die je kon vertrouwen en niemand waarmee je je geheimen kon delen.
Denk eens na, zou jij het leuk hebben gevonden als niemand meer tegen je praatte, als niemand naar je toe kwam in de pauze, als iedereen je een vuile blik wierp of je straal voorbij liepen alsof je niet bestond. Hoe zou jij dat gevonden hebben? Denk nou eens goed na, en dan vooral degene die mijn leven een hel maakte. Ik noem geen namen, als je Dagboek vindt, lees gerust verder.

Dit is geschreven voor de mensen die ik haat.

Stille redenenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu