12. kruisverhoren

355 14 0
                                        

Zondag ochtend werd ik door de telefoon wakker. Het was Kaspar. Ik moest vanmiddag voor de Raad verschijnen.

Het is zondag! Ik wilde thuis blijven en nagenieten en krachten verzamelen voor de aankomende kerstdagen maar weer werd de realiteit me bruut voor de voeten gegooid.

Kaspar stond even later voor de deur. Hij kon zich hele stukken zo snel verplaatsen dat het nauwelijks voor het mensenoog zichtbaar was. Wel handig als je eeuwig te jong voor een rijbewijs bent. Of mijn kracht en behendigheid ooit zover komt betwijfeld Kaspar. Daarvoor zou ik mijn dieet moeten veranderen.

Ik stond er nog steeds in mijn xl-t-shirt dat ik tijdens het slapen had gedragen toen ik de deur open deed.

“Even ontbijten.” Ik hief mijn glas tegen hem op. “Ook een slokje?”

“Nee, bedankt.” Hij schudde zich en trok een grimas. “Ik heb al gegeten.”

“Ik ga me even aankleden, doe alsof je thuis bent.”

Ik dronk de laatste slok op en spoelde het glas meteen af. Daarna liep ik naar mijn slaapkamer om me in mijn spijkerbroek en trui te hijsen. Dit alles was in drie seconden gebeurd. Voor mij een record maar Kaspar schudde meewarig zijn hoofd.

Als ik alleen was liep ik nog steeds in mensentempo. Ik vond dat rustgevend en me leek de kans kleiner dat ik buiten in gedachten en per ongeluk te snel bewoog. Daar was ik buitengewoon bang voor. Opvallender dan niets eten lijkt mij. En bovendien een ten strengste verboden vertoning in het openbaar maar voor Kaspar wilde ik me wel even laten gelden.

Ik ging naast hem op de bank zitten.

“We hebben het nu wel altijd over ‘de Raad’ gehad maar alleen in abstracte zin. Ik zou graag weten wie en wat ik vanmiddag kan verwachten. Wat zijn dat voor mensen… eeeh… vampiers? Hoe veel zijn er en wat voor vragen zullen ze me stellen? Kan er nog iets ergs gebeuren?”

Kaspar glimlachte rustgevend. “Zo veel vragen. Daarom ben ik hier.”

Ik trok mijn benen onder me en ging in kleermakerszit op de bank zitten om te luisteren.

“Het zijn er vijf. De basis dan, degenen die jij vanmiddag zult ontmoeten. Daarvan zijn twee de baas, zeg maar. Bij elke beslissing moeten die twee het eens zijn en minimaal één van de andere drie. Als ze het niet eens worden woord de raad der oudsten erbij gehaald. Dat zijn de vijf oudste vampiers van de wereld. De Raad is per land of regio georganiseerd. In ons geval Nederland, België en een deel van Duitsland. De leden wisselen natuurlijk steeds omdat wij om de zeven jaar opnieuw ergens moeten beginnen en maar eens in de eeuw naar een plek terug kunnen. De raad der oudsten is over de hele wereld dezelfde en ze zouden alleen maar wisselen als een van hun zou sterven maar dat is sinds ik erbij ben nog niet gebeurd.”

“Hoe oud is de oudste?” onderbrak ik hem.

“Precies weet zij het niet – het is een vrouw- maar ongeveer drieduizend jaar.”

“Wow”

“Maar nu over wat je vanmiddag kan verwachten.”

Ik zat roerloos af te wachten.

“Silas ken je al. Hij is er dus één van de Raad. Hij hoort niet bij de horens. Zo noemen wij de twee bazen. Julius is een hoorn en Wilhelm de tweede. Dan zijn er naast Silas nog Castor en Solveig. Wilhelm komt oorspronkelijk uit Oostenrijk en is rond de vijfendertig, zijn uiterlijk dan. Hij komt uit het Sissi-tijdperk. Een rustige en gemoedelijke man die alles eerst van alle kanten wil bekijken” Hij grinnikte. “Ook Silas komt uit die tijd maar hij komt uit het huidige Duitsland. Julius lijkt op een twintigjarige maar hij is de oudste. Een echte romein. Hij was als mens al verwend en is dat gebleven. Hij is een arrogant mannetje en je moet uitkijken dat je hem niet op zijn tenen trapt. Gelukkig heeft hij Wilhelm nodig om beslissingen te kunnen uitvoeren maar hij kan het je knap lastig maken. Castor is een buldog. Hij is bijna vijftienhonderd jaar oud en ziet eruit als midden twintig. Hij is groot, breed en onbehouwen. Eigenlijk is hij er met name voor het vuile werk.”

ff iets andersWhere stories live. Discover now