Hoofdstuk 1

15 2 0
                                        

Zuchtend zit ik door de autovenster naar buiten te staren. Bomen, huizen en voorbijgangers flitsten voor mijn ogen voorbij. Ik weet dat mijn moeder sowieso mijn zucht heeft gehoord en er iets op gaat zeggen en zoals gewoonlijk heb ik het weer bij het juiste eind.

'Schat,' zei mijn ma geïrriteerd. 'Ik weet dat het je eerste dag is op een nieuwe school, maar het is niet het einde van de wereld. Weet je wel. Je gaat zeker en vast vrienden maken. Deze school is beter dan de vorige waar je op zat, daar zaten enkel jongeren op die dik tegen hun zin gingen.'

Kwaad kijk ik haar aan. 'Die lui die dik tegen hun zin gingen zijn mijn vrienden en dankzij jullie heb ik die moeten achter laten. Omdat we moesten verhuizen naar deze rot stad.' Ik slaag mijn armen verbeten over elkaar.

'Thomas,' zei mijn ma bestraffend. 'Je weet goed genoeg waarom we zijn verhuist. Je vader vond hier werk dat beter word betaald en je zusje haar school is dichter tegen ons huis.'

'Dat kan allemaal wel goed zijn,' zei ik koppig. 'Maar wie moet zich weer helemaal aanpassen? Wie moet al zijn vrienden achter laten. IK!' Ik wijs naar mezelf om mijn woorden te bekrachtigen. 'Naar mij word nooit gevraagd: "Vind jij dat goed, Thomas, dat we gaan verhuizen?" Nee, jullie zeiden het de dag zelf. Ik kon zelfs geen afscheid nemen van mijn maten, maar dat vinden jullie gewoon normaal.'

Mijn moeder stopt brut aan de schoolpoort van mijn nieuwe school. De school heeft iets ouds en duur. De muren en de daken zien er oud uit, maar massief. De honderden ramen die zich bevinden in het gebouw, blinken fel in het zonlicht dat er op schijnt. Jongeren van verschillende leeftijden staan opgewonden te praten met vrienden of staan helemaal alleen een beetje onzeker rond te kijken niet wetend wat ze moeten doen of waar ze naar toe moeten gaan.

Met een diepe zucht wend ik mijn blik af van het gebouw en kijkt mijn moeder aan, die niet al te blij kijkt.

'Hier praten we straks verder over,' zei ze bot. 'Ik vind het kinds van jou, dat je ons besluit niet accepteer.'

Ik haal enkel mijn schouders op. Woest pak ik mijn rugzak van de achterbank en zonder nog iets te zeggen stap ik de auto uit. Het portier slaag ik met een luide klap dicht.

Enkele seconden later hoor ik hoe mijn moeder het gaspedaal in drukt en weg rijd.

Dik tegen mijn zin slenter ik naar de schoolpoort, dat me lijkt uit te dagen om verder te komen. Alsof het tegen me wilt zeggen dat ik hier niet thuis hoor.

Ik kijk om me heen en zie allemaal jongeren, die merkkledij dragen. Nike, Adidas, Superdry, Hollister. Het kan niet op.

Een beetje ongemakkelijk kijk ik naar de kleding dat ik aan heb. Zoals gewoonlijk heb ik een kapotte jeans broek aan, met daaronder afgetrapte All Stars. Boven mijn doodgewone zwarte t-shirt heb ik een leren jas aan. Mijn blond haar ligt helemaal in de war en steekt naar alle kanten. Tussen al deze opgemaakte jongeren val ik direct hard uit de toon. In hun ogen zie ik er waarschijnlijk uit als een straatjongen.

Gefrustreerd haal ik mijn handen door mijn haar zodat het nog harder door elkaar komt te liggen. Waarom hebben mijn ouders me naar een snobschool gestuurd? Hadden ze nu echt niet een doodgewone middelbare school kunnen pakken waar normale jongeren rond lopen? Nee, natuurlijk kunnen ze dat weer al niet. Nu kan mijn ma zeker tegen haar vriendinnen opscheppen dat ik naar een rijke school ga waar enkel maar beleefde en op geleerde jongeren naar toe gaan.

'Hey, nieuwe,' sist een stem ineens kil, dat me uit mijn overpeinzingen rukt.

Verward kijk ik om me heen opzoek naar de gene die me riep. Mijn ogen vallen bijna meteen op twee jongeren die ouder zijn dan mij. Hun ogen staan kil en vol haat. De grootste van de twee doet een stap naar me toe.

Fire BuildingWhere stories live. Discover now