OMHOOG...

19 2 0
                                        



'Zie je wel, het kon ze niks schelen dat ze wegging', zei Laura, mijn lievelingspersonage uit mijn favoriete tv-show 'Goede Tijden, Slechte Tijden'. Sam was weer eens uit een gesprek met haar ouders weggelopen, en de gevolgen waren dramatisch. Ik lig op mijn bed, nu al voor drie of vier uur. Het enige wat ik doe is Netflix kijken, en als ik alle series heb gekeken ben ik al van plan om Videoland te gaan proberen. Ik moet je verzekeren, dat duurt niet lang meer.

Oké, ik heb gelogen toen ik zei dat ik pas vier uurtjes op mijn bed series aan het kijken was. Ik lig hier minstens anderhalve maand. En het is ook niet mijn eigen bed, maar een ziekenhuisbed. En ik vind GTST helemaal niet leuk. Maar alle leuke series heb ik al afgekeken, of ze zijn nog niet uit. Ik lig in het ziekenhuis, want ik heb kanker. Kanker in mijn botten. Twee maanden geleden ging ik naar de dokter omdat ik pijn had in mijn been, en ik werd gelijk doorgestuurd naar het ziekenhuis. Ze wisten het nog 2 weken onder controle te houden met medicijnen, maar toen die twee weekjes af waren gelopen werd ik opgenomen in het ziekenhuis, en ik mocht niet meer terug naar huis. Mama is constant bij me, maar papa moet werken. Hij komt elke avond. Ze hebben een appartement gehuurd dicht bij het ziekenhuis, om 's ochtends weer zo snel mogelijk bij me te zijn.

Het is nu twee uur in de middag. Mama is even weg om koffie te halen. Voor haarzelf, natuurlijk. Ik mag geen koffie. Ik leg mijn laptop weg en kijk voor me uit. Voor me is een raam, waar ik mezelf in bekijk. Ik heb geen haar meer. Wel nog de grote blauwe ogen die ik altijd gehad heb. Ik probeer mezelf op te richten, maar ik kan niks door de pijn in mijn rug. Mijn rug was altijd wel een zwakke plek geweest, maar nu was mijn ruggengraat aangetast door de kanker en BOEM. Ik kan niks meer.

Net als ik besluit om te gaan slapen gaat de deur van mijn cel open. Er komt een man binnen, met een immens grote snor. Dat is dokter van Duijn, maar ik mag hem dokter Snor noemen. Dokter Snor is altijd heel aardig. Maar deze keer is het niet alleen dokter Snor. Er loopt een heel team met dokters achter hem aan, en de laatste in de stoet is mijn moeder, die onhandig haar huilen probeert te verbergen. 'Mam?' vraag ik, terwijl ik zie dat er een enorme snottebel aan haar neus hangt. Ze veegt hem weg met haar mouw, en zegt niks. De enige geluiden die ze maakt zijn 'heee-eehhh' van het onregelmatige inademen door het huilen.

Dokter Snor loopt naar me toe, draait me om zodat ik op mijn buik lig en laat mijn bed stijgen. Een andere vrouwelijke dokter loopt naar me toe en houdt mijn benen vast. Hetzelfde gebeurt met mijn armen, die gespreid over het bed liggen. Zo lig ik helemaal vast. Ik weet al wat er gaat gebeuren en ik bereid mezelf vast voor. Dokter Snor pakt een grote spuit. 'Dit gaat even pijn doen, lieverd.', zegt hij. 'Dat weet ik', fluister ik. Dan voelt het of er een mes in mijn rug gestoken word en ik klem mijn lippen op elkaar. Deze pijn heb ik één keer eerder gevoeld, dat was mijn eerste dag in het ziekenhuis. Mijn beenmerg moest afgenomen worden om getest te worden. Toen wist ik dat ik kanker had. Er moet iets heel erg mis zijn, anders zou dit niet hoeven. En mijn moeder heeft al weken niet gehuild.

Het mes gaat uit mijn rug en ik ontspan me weer. Ik word omgedraaid en mijn bed zakt naar beneden. Mijn moeder pakt mijn hand en wrijft er zachtjes over met haar duim. Ik kijk haar aan, er is niks van blijdschap meer in haar ogen. Ze is verschrikkelijk veranderd, sinds dat ik hier lig. 'Mam?' vraag ik weer. 'Wat is er aan de hand?' Ik weet allang wat er aan de hand is, maar ik moet het precies weten. 'Er is iets mis met je bloed, de bloedtest van gisteren was ineens negatief, schat, ik weet verder niks. Het spijt me.' Ze laat mijn hand los en staart met haar ingevallen ogen naar mijn zuurstoftankje die naast mijn bed staat. Ik weet dat ik niet lang meer zal leven. En terwijl ik nadenk over de dood zak ik weg, alweer, in een diepe slaap.

Dan doe ik mijn ogen open, maar ik kan niks zien. Even denk ik dat ik blind geworden ben, maar even later realiseer ik me dat het midden in de nacht is. Ik kijk om me heen. Dan komt er een herinnering in me op, en ondanks mijn pogingen om het weer terug te drukken in mijn hoofd begint het te spelen.

Ik lig op een tafel, zo voelt het. Ik rijd ergens heen. Ik heb heel veel pijn. Mijn been brandt, en ik probeer te schreeuwen maar ik kan het niet. Ik open mijn ogen maar ik kan niet meer goed zien. Ik zie vage figuren om me heen, en ik hoor vage stemmen die schreeuwen tegen mensen om opzij te gaan. En ik hoor mama huilen, mama... ik kijk omhoog en probeer te huilen, maar ik kan het niet.

Deze herinnering achtervolgt me al sinds dat het gebeurd is. Elke keer als ik alleen ben en ik probeer te denken, komt hij weer in me op en dan gebeurd alles weer, tot in de details, in mijn hoofd. Ik voel dat er een traan over mijn wang glijd. Net voordat ik weer in slaap val zie ik nog mijn deur openvliegen, dokter Snor die naar me toe rent, maar ik kan mezelf niet wakker houden. Ik zak weg, zonder dat ik het wil.

Een paar dagen later lig ik aan tientallen apparaten om mijn hart te laten kloppen, er zitten nog meer buisjes in mijn neus en mijn arm zit vol met infusen. De kanker is op onverklaarbare wijze uitgezaaid naar mijn bloed. Nu heb ik kanker in mijn botten én in mijn bloed. Ik besta dus momenteel uit kanker. Ze hebben me verteld dat het hopeloos is. Ik heb nog twee dagen, maximaal. Twee dagen in een bed, naast mijn huilende ouders, aan allemaal apparaten die dingen doen die ik niet snap.

Dan zak ik weer weg.

Ik voel dat ik niet meer terug ga komen.

Ik zweef omhoog in een tunnelachtige ruimte. Ik zweef omhoog, naar het mooiste licht dat ik ooit heb gezien.

Omhoog.

O, ja. Ik heet trouwens Romy.

Maar dat maakt nu toch niet meer uit.  

You've reached the end of published parts.

⏰ Last updated: Nov 18, 2016 ⏰

Add this story to your Library to get notified about new parts!

OMHOOG... (Dutch)Stories to obsess over. Discover now